Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Samen werken aan het welzijn op school

maandag 28 september 2015 | Veilig, gezond & vitaal werken | Algemeen Voion

Het moet uit de medewerkers komen

Er komt heel wat kijken bij een grootschalig traject om het welzijn van medewerkers te verbeteren. Wat zijn randvoorwaarden voor een succesvol verloop? En welke tips heeft de Scholengroep Over- en Midden-Betuwe voor andere scholen?

Het is niet niks, een welzijnstraject op poten zetten waar álle medewerkers bij worden betrokken. Dat blijkt ook wel uit de eerste ervaringen van de Scholengroep Over- en Midden-Betuwe. Geer Hubers, voorzitter van het Bestuursbureau, vertelt dat zo’n proces zich niet laat dwingen. “Als werkgroep kunnen we natuurlijk wilde plannen hebben. Maar uiteindelijk willen we dat zoveel mogelijk mensen meedoen aan dit traject. Daarom moeten we soms even op de rem trappen.”

Enthousiast
Hubers geeft een voorbeeld. “Het idee was om in het schooljaar 2014-2015 meerdere groepssessies met medewerkers te organiseren. De praktijk bleek toch iets weerbarstiger. Hoe enthousiast wij er ook over zijn, het moet wel passen in ieders agenda. Uiteindelijk is het ons gelukt om voor de zomervakantie op elke locatie één groepssessie te organiseren. In het schooljaar 2015-2016 volgt een nieuwe ronde gesprekken.” Harry Grimmius, voorzitter van het College van Bestuur beaamt dit: “Ik had gehoopt dat we voor de zomervakantie meer gespreksrondes hadden kunnen houden, maar het moet wel passen. Uiteindelijk willen we gewoon dat zoveel mogelijk mensen meedoen. En dan moet je soms een beetje schipperen.” Toch heeft Grimmius vastgehouden aan minimaal één groepssessie in het schooljaar 2014-2015. “Dat had ik ook beloofd aan de GMR. Daar wilde ik dus niet aan tornen.”

Maatwerk
Daarnaast hanteert de scholengroep het aloude adagium dat er geen half werk wordt geleverd. “We gaan liever met twee knelpunten goed aan de slag dan met zes knelpunten een beetje”, stelt Grimmius. Hubers vervolgt: “Dit betekent dat we keuzes maken in wat we aan willen pakken en wat niet. Als we met z’n allen concluderen dat iets is zoals het is – dat je een energievreter niet kunt verbeteren – dan moet je dat misschien maar gewoon zo laten en je energie op andere zaken inzetten. Want uiteindelijk levert je dat niet genoeg op.” Een ander kernwoord is maatwerk. “Onze scholen zijn heel verschillend, elk met hun eigen problemen en eigen cultuur”, stelt Hubers. “Wat op de ene locatie werkt, kan op de andere locatie een averechts effect hebben. Daarom is het heel belangrijk dat de oplossingen voor de knelpunten door de medewerkers zelf worden bedacht.”

Confrontatie
Grimmius stelt dat hij, de werkgroep en de directieteams de medewerkers in dit traject niets willen opleggen. “Wel onderstrepen we continu – gevraagd en ongevraagd – het belang van deelname. Maar uiteindelijk moet het uit de medewerkers zelf komen. Daarom is eigenlijk alles wat uit dit hele proces op tafel komt, goed. Het gaat erom dat er een dialoog ontstaat tussen professionals die samen fijn aan het werk willen en goed onderwijs willen bieden aan onze leerlingen.” De confrontatie wordt daarbij niet uit de weg gegaan. “Als werknemers bijvoorbeeld klagen over vergaderdruk, maar het directieteam herkent zich daar niet in, kan dat best vervelend zijn”, stelt Grimmius. “Daar moet je dus goed mee om weten te gaan. Belangrijk is dat je ook dan met elkaar het gesprek aangaat en kijkt wat je kunt veranderen.” GMR-voorzitter Gerrit Laurenssen benadrukt het belang van de dialoog. “Je moet accepteren dat iedereen een eigen perspectief heeft, ingegeven vanuit zijn eigen emoties. Daar moet je met elkaar over praten. Om uiteindelijk samen tot een goede en werkbare oplossing te komen.”

Gerelateerde onderwerpen