Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Startende docenten fris houden

woensdag 8 oktober 2014 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Algemeen Voion

Twee praktijkvoorbeelden

Individuele feedback, intervisie en supervisie zijn krachtige instrumenten voor de begeleiding van beginnende docenten. De stimulerende omgeving kan ook worden benut om zittende docenten verder te scholen. Twee praktijkvoorbeelden. 

SG Panta Rhei in Amstelveen (vmbo/mavo en lwoo, 110 medewerkers, 800 leerlingen)
Panta Rhei is onderdeel van ROSA, de regionale opleidingsschool Amstelland. ROSA heeft samen met de Rijks Universiteit Groningen al een eigen, tweejarig inductie-arrangement gemaakt. Leidend principe: “Het moet uit mensen zelf komen, want iedereen heeft een andere leervraag.”

Zelfsturend
De begeleiding van starters draait op Panta Rhei om supervisie en intervisie. Dat helpt docenten bij het zelf structureren en zelf leren vanuit een eigen leervraag. Die leervraag kan het bedenken van werkvormen zijn, de aanpak van leerlingen, omgaan met een lastige klas of andere zaken die uit de praktijk van een docent naar voren komen. Nadruk ligt op het zelf handelen en reflecteren van de docent. “De crux is dat je als docent bij ons zelfsturend moet kunnen zijn”, zegt schoolopleider Fred ’t Hart. “Je moet kunnen reflecteren op je eigen gedrag en zelf richting geven aan wat op je af komt. Want je kunt mij niet imiteren en ik kan jou alleen ondersteunen en op weg helpen , de verandering zit bij jou, bij wat jij kunt doen.”

Supervisie
“Zonder supervisie geen intervisie”, stelt ’t Hart. “Want je kunt niet reageren op gedrag van anderen, als je niet weet wat het voor jouzelf betekent. Je kunt geen feedback geven als je niet weet wat dat inhoudt.” Nieuwe docenten krijgen supervisie in tweetallen. “Het liefst mensen die complementair zijn aan elkaar, want dan kun je het meeste van elkaar leren. De supervisie wordt gegeven door een coach, die toevallig in een re-integratietraject op onze school werkt. Dat is het mooiste wat je hebben kan.” De school biedt verder vaste supervisie- en intervisiesessies, strikte scheiding tussen begeleiden en beoordelen en vaste criteria voor begeleiding en beoordeling. Docenten worden gevolgd via evaluaties, kijken in de klas en filmen. Iedere nieuwe docent krijgt twee, drie jaar lang een vast ‘maatje’, een werkplekbegeleider die is opgeleid als coach. Deze coaches maken deel uit van een opleidingsteam. Voor beginnende docenten worden ook workshops georganiseerd over bijvoorbeeld pedagogisch-didactische thema’s of communicatie, afhankelijk van de vraag. Gegeven door eigen docenten of door externen.
Lees ook het artikel De veiligheid van een vangnet in het magazine Van 12 tot 18 over de begeleidingstrajecten voor startende leraren op Panta Rhei.

Eerste Christelijk Lyceum, Haarlem (havo, atheneum, gymnasium, 120 docenten, 1250 leerlingen). Nieuw benoemden krijgen op het Eerste Christelijk Lyceum (ECL) al sinds jaren de eerste twee jaar begeleiding. Aan een derde jaar gaan waarschijnlijk de zittende docenten ook meedoen. Want de school wil dat alle docenten het kunst- en cultuurprofiel stevig kunnen neerzetten. Luc Bessems, schoolopleider op het ECL, spreekt bewust van nieuw benoemden. “Wij nemen de drie groepen starters samen”, zegt hij. “Docenten die nog in opleiding zijn, pas bevoegde docenten die hun eigen plek en ontwikkeling binnen de schoolcultuur moeten vinden en zij-instromers.”

Wat nodig is
Alle nieuwbenoemden krijgen 1-op-1-begeleiding van een coach, die daarvoor speciaal is opgeleid. “In hun coachingstraining zijn zij ook getraind op onderwijskundige en pedagogische aspecten. Ze kunnen begeleiden en scholing geven op zaken als het hanteren van werkvormen, differentiatie, activeren van leerlingen en het maken van toetsen. Iedere coach kan aanbieden wat de starter op een bepaald moment nodig heeft.” De scholing komt ook terug in een vast programma door het jaar heen, over onderwerpen als het voeren van een oudergesprek. Daarnaast hebben alle nieuw-benoemden wekelijks een intervisiebijeenkomst en worden ze begeleid door collega’s in hun vaksecties (op didactiek, inhoud en kennis).

De diepte in
Een derde jaar begeleiding is op het ECL in voorbereiding. Bessems: “Na een jaar, was vroeger het idee, hebben ze een vaste aanstelling en zijn ze niet meer gemotiveerd. Dan verwaterde de begeleiding. Maar na een eerste jaar over vooral de operationele zaken, kun je in een tweede jaar de diepte in en je richten op onderwijskundige zaken. Het derde jaar gaan we nu invullen. Wat is de meerwaarde ervan? Waar heb starters nog behoefte aan?” Het plan is dat dit jaar ook voor zittende docenten gaat gelden. “Elke docent heeft af en toe behoefte aan intervisie over onderwijskundige zaken, dus gaan we meer tijd en energie besteden aan het professionaliseringstraject voor de hele school.” Bovendien wil de cultuurprofielschool kunst en cultuur integreren in alle vakken, door met een bepaalde onderwijsstijl te werken. “Belangrijker dan regels en programma’s is daarbij hoe je het als docent voor elkaar krijgt dat de leerling verwonderd is en gaat onderzoeken hoe dingen in elkaar steken.”