Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Structureel aandacht voor een goede en veilige werkomgeving

woensdag 9 december 2015 | Veilig, gezond & vitaal werken | Algemeen Voion

Inbedding van het arbobeleid in de lespraktijk

De arbocommissies zijn op de locatie verantwoordelijk voor het uitvoeren van het arbobeleid en voor het actueel houden ervan. De locatiemanager is eindverantwoordelijke en de preventiemedewerker zorgt grotendeels voor de uitvoering.  

De arbocommissie heeft als taak alle informatie over de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) te delen met de mensen die er werken. “Daar mag elke locatie zijn eigen invulling aan geven”, vertelt John Smith. De locatie Barneveld bijvoorbeeld heeft aan het begin van het cursusjaar een plenaire vergadering voor alle personeel. Daarin is nu het onderdeel arbeid en veiligheid opgenomen. De preventiemedewerker is meestal iemand van het onderwijsondersteunend personeel, op één locatie is dat een docent. De preventiemedewerker heeft de bevoegdheid om het RI&E plan uit te voeren. Loopt hij ergens tegenaan dan bespreekt hij dit in de arbocommissie. De locatiemanager zorgt ervoor dat hij zijn taken goed kan uitvoeren.  

Borging
“We gaan naar de tweede fase”, aldus Smith. “De borging van het hele proces, dat de RI&E actueel blijft. Het moet zijn ingebed in de procedures van de lespraktijk. Voor een bepaalde les begint, verschijnen bijvoorbeeld eerst de veiligheidsvoorschriften op het beeldscherm of digibord. Daarnaast moeten docent én leerling op de juiste manier omgaan met de machines, al is het maar een simpel figuurzaagmachientje. De gebruiker moet controleren of de afzuiging aanstaat, hij of zij een veiligheidsbril opheeft, dat de gebruiksaanwijzing aanwezig is. En dat de boel na afloop weer wordt opgeruimd. Het zijn simpele dingen, maar je moet er wel continu de aandacht op vestigen.”  

Periodiek overleg
Voor die borging maakt Smith gebruik van bestaande structuren: “Ik heb periodiek overleg met de locaties over facilitaire zaken, dan neem ik arbozaken direct mee. Hetzelfde doe ik met het directieteam en de conciërges. Je hoeft er niets nieuws voor op te tuigen, maar je moet het anders vormgeven.”