Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Kamerbrief Onderwijsarbeidsmarkt

woensdag 30 november 2016 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker stuurden 29 november een brief naar de Tweede Kamer met daarin een overzicht van de huidige arbeidsmarkt voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het mbo. Tegelijkertijd worden de onderzoeksrapporten die ten grondslag liggen aan de meest recente gegevens openbaar gemaakt.

De arbeidsmarkt voor leraren is zeer divers, waarbij de ontwikkelingen per sector verschillen. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat er sprake is van verschillende tekortvakken waarvoor het moeilijker is leraren te vinden. Voor de vakken met de grootste tekorten lijkt deze situatie voorlopig zo voort te duren. Voor de andere vakken geldt dat er de komende jaren uiteindelijk vrijwel geen tekorten meer zullen zijn.

Hoewel de situatie per sector verschilt, kan worden geconstateerd dat met name het primair onderwijs binnen afzienbare tijd te maken kan krijgen met tekorten aan voldoende gekwalificeerd personeel. Dit vraagstuk heeft er toe geleid dat de Kamer de regering onlangs heeft verzocht om vóór 15 februari 2017 te komen met een plan van aanpak voor het voorkomen van tekorten in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.

Hieronder worden de meest relevante kenmerken en (kwantitatieve) ontwikkelingen beschreven ten aanzien van de onderwijsarbeidsmarkt in het voortgezet onderwijs, zoals vermeld in de Kamerbrief:

Na groei nu afvlakking van de werkgelegenheid
De afgelopen jaren is de werkgelegenheid in het voortgezet onderwijs gegroeid, maar deze groei lijkt nu af te vlakken. Wel zijn het afgelopen schooljaar meer vacatures voor leraren ontstaan dan het jaar daarvoor. De meeste vacatures voor leraren zijn in het westen van het land (62 procent). In het noorden zijn er het minste vacatures (5 procent). Dit heeft deels te maken met de bevolkingsdichtheid van deze regio’s. De vacatures zijn vooral voor de vakken: Vreemde talen (met name Engels), Wiskunde/Rekenen, Nederlands, overige exacte vakken (Natuurkunde, Scheikunde).

Het aandeel afgestudeerden aan de lerarenopleidingen dat een baan heeft in het vo is het laatste jaar toegenomen. Van de in 2014 afgestudeerden van de lerarenopleidingen vo en mbo (hbo en wo) heeft 81 procent na een half jaar een baan in het onderwijs, tegenover 70 procent bij het cohort 2013. Dit percentage ligt het hoogst bij de exacte en economische vakken.

Minder tekorten dan in het verleden verwacht
De verminderde leerlingaantallen die we de afgelopen jaren hebben meegemaakt in het po worden nu zichtbaar in het vo. Voor de komende tien jaar wordt een aanzienlijke daling verwacht van vo-leerlingen en daarmee ook een afnemende behoefte aan leraren. Dit valt samen met het fenomeen dat leraren gemiddeld langer doorwerken dan voorheen. De uitstroom aan gepensioneerden, die al jaren was voorzien, valt daardoor deels samen met de verminderde vraag naar leraren. De piek in tekorten is daarom minder hoog dan voorheen werd voorzien. De tekorten zullen de komende jaren waarschijnlijk wel wat toenemen, vanwege de aantrekkende concurrentie van andere werkgevers op de arbeidsmarkt.

Vraag naar leraren blijft vooral per vak verschillen
Voor het voortgezet onderwijs geldt dat er nauwelijks regionale verschillen zijn in de vacaturedruk. In 2016 is er overal sprake van een matige vacaturedruk en in 2020 zal dat naar verwachting ook zo zijn. Problemen met moeilijk te vinden onderwijspersoneel zijn in het voortgezet onderwijs niet alle vakken gelijk. De vakken waarin nu al de hoogste vacaturedruk is zullen de komende jaren alleen maar een hogere vacaturedruk krijgen. Dit terwijl voor de vakken waar de vacaturedruk wat lager is, deze vrijwel geheel zal verdwijnen.

Het plan van aanpak lerarentekort richt zich ook op de tekortvakken in het voortgezet onderwijs. Om (toekomstige) lerarentekorten tegen te gaan worden nu al maatregelen genomen om de instroom in het beroep te verhogen, de carrièremogelijkheden te verbeteren en de uitstroom te beperken. De instroom wordt onder andere bevorderd door de zij-instroomregeling, het ‘Onderwijstraineeship’, het excellentieprogramma ‘Eerst de Klas’ en de tegemoetkoming studiekosten onderwijs gericht op studenten in de tekortvakken. Om de doorstroom te bevorderen ontvangen schoolbesturen geld om de functiemix te realiseren. Ook ontvangen zij middelen om professionalisering van docenten te stimuleren en ondersteunen. De gedifferentieerde carrièrepaden bieden een blijvende uitdaging voor de leraar om te groeien in kennis, vaardigheden en salaris. Een uitdagend en aantrekkelijk beroep is de beste remedie tegen vroegtijdige uitstroom.

Download hieronder de brief en de bijbehorende onderzoeksrapporten.