Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Veranderingen Wovo in nieuwe CAO VO

dinsdag 21 juni 2016 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

De VO-raad en de leden van onderwijsbonden hebben ingestemd met het onderhandelaarsakkoord voor een CAO Voortgezet Onderwijs 2016-2017. De CAO VO 2016-2017 is hiermee een feit. Momenteel wordt de inhoud van het onderhandelaarsakkoord vertaald in een nieuwe cao. Een onderdeel daarvan is het herschrijven van  de Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel voortgezet onderwijs (Wovo) Wat gaat er veranderen in de Wovo?

Hieronder treft u in het kort aan wat er in de Wovo zal gaan veranderen, daarbij maken we onderscheid  tussen het openbaar en bijzonder onderwijs.

Bijzonder Onderwijs
Het nieuwe sociaal zekerheidsstelsel voor het bijzonder onderwijs bestaat uit de volgende onderdelen:
a. Door de inwerkingtreding van de WWZ wordt de publieke WW-uitkering verkort tot maximaal 24 maanden.

b. De versobering van de WW-uitkering wordt in opbouw en duur in de CAO VO hersteld (herstel derde WW-jaar, in totaal maximaal 14 maanden). Dit geldt eveneens voor de duur en opbouw van de WGA.

c.
 De CAO VO voorziet daarbovenop in een aanvullende en aansluitende uitkering.

d.
 Gedurende de eerste zes maanden van de WW-uitkering heeft de werknemer recht op een aanvulling op zijn WW-uitkering tot maximaal 75 procent van het laatst verdiende loon. Vervolgens bestaat gedurende maximaal 18 maanden recht op een aanvulling op de WW-uitkering tot 70 procent van het laatst verdiende loon. Indien een werknemer recht heeft op een langere uitkering door de reparatie van het derde WW-jaar, dan bestaat hierbij een recht op een aanvullende uitkering tot 70 procent van het laatst verdiende loon, waarbij het laatst verdiende loon gemaximeerd is op einde schaal 12 (LD).

e.
 De werknemer heeft zodra het einde van de duur van zijn WW-uitkering (inclusief herstel derde WW-jaar) is bereikt, recht op een aansluitende uitkering. Deze aansluitende uitkering bedraagt een maand per gewerkt jaar in het onderwijs, met een maximum van 34 maanden. Hierbij wordt een referte-eis van vijf jaar gesteld, hetgeen inhoudt dat pas recht bestaat op uitbetaling van deze aanvullende uitkering zodra iemand meer dan vijf jaren in het onderwijs heeft gewerkt. Over de eerste vijf gewerkte jaren in het onderwijs vindt wel opbouw plaats.

f.
 Per saldo is de publieke en private WW-duur dan maximaal 72 maanden.

g.
 De hoogte van de aansluitende uitkering onder e bedraagt 70 procent van het laatst verdiende loon, waarbij het laatst verdiende loon gemaximeerd is op einde schaal 11 (LC).

h.
 De werknemer die ontslagen wordt in de periode vanaf 10 jaar voor AOW-gerechtigde leeftijd en na afloop van zijn aansluitende uitkering onder e nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft recht op een extra aansluitende uitkering tot de AOW-gerechtigde leeftijd. De hoogte van de uitkering bedraagt 70 procent van het laatst verdiende loon, maar niet meer dan 130 procent van het wettelijk minimumloon (WML). Voor het aanspraak kunnen maken op deze uitkering, geldt dat een werknemer tenminste 15 jaren in het onderwijs moet hebben gewerkt.

i.
 De werknemerspremie wordt gedurende de looptijd van de cao vastgesteld op 0%.

j.
 De werknemer, wiens recht op aansluitende uitkering op grond van b of e is geëindigd wegens de aanvang van een nieuwe dienstbetrekking en hier minder loon ontvangt dan het laatst verdiende loon, heeft recht op loonsuppletie. Deze loonsuppletie is gelijk aan het verschil tussen enerzijds het loon in de nieuwe dienstbetrekking en anderzijds het laatst verdiende loon. Voor de werknemer wiens recht op aansluitende uitkering op grond van h is geëindigd wegens de aanvang van een nieuwe dienstbetrekking en hier minder loon ontvangt dan 70 procent van einde schaal 11 (LC), heeft eveneens recht op loonsuppletie. Deze loonsuppletie is gelijk aan het verschil tussen enerzijds het loon in de nieuwe dienstbetrekking en anderzijds het laatst verdiende loon, maar niet meer dan 70 procent van einde schaal 11 (LC).

Openbaar onderwijs
Voor het openbaar onderwijs blijft de Wovo van toepassing, met dien verstande dat hierin een aantal wijzigingen worden aangebracht. Ook in deze regeling wordt het herstel van de opbouw en duur van de WW-uitkering opgenomen (herstel derde WW-jaar). De huidige aanvullende uitkering wordt aangepast conform hiervoor onder d vastgelegd. Daarnaast wordt de aansluitende uitkering niet gemaximeerd op 65-jarige leeftijd, maar op de AOW-gerechtigde leeftijd. De leeftijdscohorten van Bijlage 10 B artikel 6 schuiven conform de wijzigingen in de AOW-leeftijd mee op naar boven.

Overgangsrecht
i. Ingegane uitkeringsrechten zullen niet worden aangetast. De einddatum van nog lopende uitkeringsrechten waarvan is vastgesteld dat deze eindigen op de 65-jarige leeftijd, zal worden gewijzigd naar de AOW-gerechtigde leeftijd.

ii. Indien uiterlijk op 1 juli 2016 tussen werkgever en werknemer in een vaststellingsovereenkomst is afgesproken dat ontslag plaatsvindt in de periode van 1 juli tot en met 31 december 2016, dan blijft – indien gewenst - de huidige (onaangepaste) Wovo-regeling van kracht. Een transitievergoeding is hierbij in beginsel niet aan de orde, tenzij partijen dit onderling zijn overeengekomen.

iii. Werknemers in het bijzonder onderwijs die op of na 1 juli worden ontslagen, kunnen gedurende de periode van vijf jaren kiezen voor het sociaal zekerheidsstelsel zoals geldend in het openbaar onderwijs. Er zal dan geen transitievergoeding worden verstrekt en het ontslag dient te geschieden middels gebruikmaking van een vaststellingsovereenkomst.

Bron: www.vo-raad.nl, 23 mei 2016