Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Veilig, gezond & vitaal werken

Hoe pak je het aan?

Preventie
Een schoolaanslag is een zeer specifieke calamiteit die moeilijk te voorspellen is. Er bestaat namelijk geen eenduidig of duidelijk daderprofiel. Een (dreiging van een) schoolaanslag is dan ook nooit helemaal te voorkomen, maar omdat het om gepland geweld gaat (en geen impulsieve reactie op een incident), zijn er meestal wel signalen geweest. Een school kan er alles aan doen om deze signalen (op tijd) op te pikken en er adequaat op te reageren. Zo blijkt het vaker voor te komen dat de dader is gepest op school of dat de dader het leven zinloos vindt en dit wil ontvluchten. Ook blijken daders voorafgaand aan hun daad vaak hun uiterlijk en/of kledingstijl te veranderen. Maar dit zijn zulke weinig onderscheidende kenmerken die bij het algemene gedrag van jongeren horen dat op basis hiervan een potentiële dader helaas niet kan worden geïdentificeerd. Toch heeft onderzoek een aantal sterke waarschuwingssignalen onderscheiden. Het ministerie van SZW heeft op basis van een uitgebreid onderzoek een ‘Infographic triggerfactoren’  gepubliceerd waarin een aantal gebeurtenissen op persoonlijk-, groeps- en samenlevingsniveau staan beschreven die een radicaliseringsproces in gang kunnen zetten of versnellen. Het onderwijs is daarin als aparte beroepsgroep benoemd.
In de ‘Handreiking preventie en omgaan met schoolaanslagen’ staan 11 waarschuwingssignalen beschreven in zes stadia van de geweldsladder:
  • Fase 1. Ontwikkeling van grieven:
    1. Problemen met woede en agressie
    2. Afkeer van ouders, leraren en mede-leerlingen
    3. Problemen met discipline
     
  • Fase 2. Idealisering
    4. Geweldsfantasieën
    5. Dreigen met geweldsdaden
    6. Het bewonderen van negatieve rolmodellen
    7. Fascinatie voor eerdere schoolaanslagen
     
  • Fase 3. Planning van de schoolaanslag:
    8. Lekken van plannen
     
  • Fase 4. Voorbereidingen voor de schoolaanslag:
    9. Uitingen van somberheid en suïcidale gedachten
    10. Martelaarschap
    11. Wapens, tekeningen en plattegronden
     
  • Fase 5 en 6. Uitvoeren van de schoolaanslag.

Deze signalen moet u niet los van elkaar zien, maar altijd in onderlinge samenhang. Ook moet u ze altijd in de context van de betreffende person interpreteren. Dat wil zeggen dat een leerling met suïcidale gedachten niet per definitie in de laatste voorbereidingsfase van een schoolaanslag zit. Voor een uitvoerige inhoudelijke beschrijving van de verschillende geweldsfases en waarschuwingssignalen verwijzen we naar de handreiking.

Effectieve aanpak
Daarnaast kan een school zich ook voorbereiden op hoe om te gaan met een daadwerkelijke  schoolaanslag. Als daadwerkelijk een schoolaanslag plaatsvindt, zijn er globaal drie strategieën om te reageren:

  • Ingrijpen: in geval van een gewapende schoolaanslag is dit doorgaans voorbehouden aan de politie en dus niet aan de orde voor de school.
  • Evacueren: dit kan alleen als de situatie buiten het gebouw veilig is.
  • Schuilen/verstoppen (lock down procedure): dit is een derde optie, maar kan alleen als hiervoor in het gebouw voorzieningen zijn getroffen (bv. afgeschermde ruimtes die van binnenuit te sluiten zijn).

Op de strategieën evacueren en schuilen kan een school zich voorbereiden door een risicobeoordeling van het gebouw uit te voeren. Zijn er plaatsen met een verhoogd risico, hoe zit het met de vluchtwegen, is er een alarmeringssysteem, zijn er plaatsen die van binnenuit afgesloten kunnen worden? enz.

Ook kan de school een crisisteam samenstellen en een draaiboek te maken. Dit crisisteam kan optreden bij een daadwerkelijke schoolaanslagen, maar kan ook reageren op de media als het een dreiging blijkt te zijn.

Nazorg
Een school kan zich ook voorbereiden op de fase na een incident: de verwerkingsfase. Hierbij kunt u externe (specialistische) partijen betrekken én interne medewerkers. U kunt al bij het opstellen van het draaiboek nadenken over wie daarvoor in aanmerking komen. Ook kunt u besluiten om enkele interne medewerkers te trainen op het bieden van nazorg. De nazorg is gericht op iedereen die direct of indirect bij een incident is betrokken, dat wil zeggen niet alleen de slachtoffers, maar ook omstanders, overige leerlingen en medewerkers, ouders en niet in de laatste plaats het crisisteam zelf.

In de nazorgfase kunnen bepaalde symbolen (herdenkingsplek) en tijdstippen (bv. één jaar na een incident) belangrijke hulpmiddelen zijn bij de verwerking van traumatische gebeurtenissen.