Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Diversiteitsmonitor 2011: cijfers en feiten over diversiteit in het po, vo, mbo en op lerarenopleidingen

donderdag 1 december 2011 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

In opdracht van: Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt
Uitgevoerd door: CAOP Research
Uitgave: december 2011

In opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) heeft CAOP Research een update uitgebracht van de Diversiteitsmonitor. De Diversiteitsmonitor is in 2010 voor het eerst verschenen. Geactualiseerde cijfers en feiten over culturele diversiteit en sekseverhoudingen in het po, vo, mbo en op lerarenopleidingen worden gepresenteerd in de monitor 2011. Verder zijn twee nieuwe subthema’s aan de monitor toegevoegd: seksuele diversiteit in het onderwijs en werken met een functiebeperking in het onderwijs.

Over het algemeen kan worden gesteld dat er bij alle besproken vormen van diversiteit sprake is van knelpunten in het onderwijs. Het aandeel allochtonen dat voor de klas staat ligt in alle onderwijssectoren relatief laag, het aandeel mannen voor de klas is vooral in het primair onderwijs erg laag. Ook het aandeel vrouwen in hogere functies blijft in alle onderwijssectoren achter in vergelijking met het totale aandeel vrouwen in de afzonderlijke onderwijssectoren. Verder is er nog veel te winnen als het gaat om het accepteren van seksuele diversiteit van onderwijspersoneel.

De afgelopen jaren zijn er diverse initiatieven en maatregelen opgezet door de overheid, sociale partners, belangenorganisaties, scholen en lerarenopleidingen om diversiteit te bevorderen in het onderwijs. De monitor geeft inzicht in deze initiatieven. De vraag is overigens wel in hoeverre deze initiatieven blijven bestaan, mede omdat het Kabinet het diversiteitbeleid heeft afgeschaft. Om te zien of er de komende jaren verandering in de diversiteit van het personeelsbestand zal optreden is verdere monitoring noodzakelijk.

Per subthema worden hieronder de belangrijkste conclusies gepresenteerd:

Culturele diversiteit
Ten opzichte van de vorige monitor is er voor het onderwerp culturele diversiteit weinig veranderd. Doordat het diversiteitbeleid is afgeschaft door het huidige kabinet worden er geen gegevens meer gepubliceerd. De verwachting is dat de situatie ten opzichte van 2009 nog nauwelijks gewijzigd zal zijn. Op dat moment was het aandeel niet-westerse allochtonen het laagst in het po (3,7%) vergeleken met het vo (4,7%) en het mbo (6,1%). Verder blijkt uit cijfers van 2007 dat maar vijf procent van de schoolbesturen in het po en vo ten minste één allochtoon lid heeft. Een belangrijke oorzaak van de ondervertegenwoordiging van niet-westerse allochtonen is ook nu nog dat relatief weinig allochtonen kiezen voor een lerarenopleiding en dat een groot deel na één jaar uitvalt.

Mannen voor de klas 

De politiek, sociale partners en scholen zijn de laatste jaren actief met diverse initiatieven om meer mannen voor de klas te krijgen in het primair onderwijs. De cijfers uit 2010 tonen aan dat dit nog niet een direct effect heeft gehad op het aandeel mannelijke leraren. De afgelopen jaren is het aandeel mannelijke leraren in het primair onderwijs gedaald van 22,8 procent in 2003 naar 18,4 procent in 2010. Door lage instroomcijfers in en hoge uitvalcijfers uit de lerarenopleidingen komen er erg weinig mannelijke leraren de onderwijsarbeidsmarkt op. Een negatief imago van de pabo en het lerarenberoep en het niet altijd goed aansluiten van de opleiding op de wensen en capaciteiten van mannelijke studenten speelt een rol in de lage instroom en hoge uitval.

Vrouwen in hogere functies
Staan er in het vo meer mannen voor de klas dan in het po, voor vrouwen in hogere functies is de verdeling precies andersom. Data uit 2010 tonen aan dat 43,8 procent van de directieleden vrouw is in het po ten opzichte van 24,4 procent in het vo. Een complex samenspel van individuele, structurele en symbolische factoren zorgt ervoor dat vrouwen minder vaak hogere functies bekleden dan mannen. Vooral in het onderwijs is het van belang meer vrouwen in de functie van schoolleider aan te stellen, mede omdat uit onderzoek blijkt dat scholen met een vrouwelijke schoolleider beter scoren op de gemiddelde prestaties van leerlingen.

Seksuele diversiteit 

Op het gebied van homo-emancipatie in het onderwijs valt nog veel winst te behalen. Lesbisch, homoseksueel, bisseksueel en transgender (LHBT) onderwijsgevenden hebben regelmatig te maken met negatieve ervaringen en onveilige gevoelens vanwege hun seksuele geaardheid. Dit komt omdat seksuele diversiteit niet alom wordt geaccepteerd door leerlingen en onderwijspersoneel. Daarnaast wordt de problematiek die speelt te weinig serieus genomen en wordt er te weinig gedaan in het beleid van scholen en lerarenopleidingen. Dit zorgt voor een negatieve werktevredenheid en niet open kunnen zijn op school over de seksuele geaardheid. De laatste jaren zijn er rondom dit onderwerp veel initiatieven genomen om de acceptatie van LHBT personeel te bevorderen, echter het gewenste doel is tot op heden niet bereikt. De verschillende initiatieven zijn terug te vinden in de monitor.



Functiebeperking

Er is relatief weinig informatie beschikbaar over onderwijspersoneel met een functiebeperking. Uit de beperkte cijfermatige informatie blijkt dat 7 procent van de po scholen en 25 procent van de vo scholen in het jaar 2000 een werknemer met een beperking in dienst had. Een aantal factoren belemmeren de instroom van werknemers met een functiebeperking in het onderwijs. Deze factoren hebben onder andere te maken met gebrekkige voorzieningen, vooroordelen van werkgevers (ze verwachten dat ze minder productief zijn en vaker ziek) en gebrekkige communicatie tussen werknemer en werkgever. Als werknemers met een functiebeperking instromen in het onderwijs, gaan ze vaak aan de slag in onderwijsondersteunende functies. Er zijn door de overheid, sociale partners en scholen al diverse maatregelen genomen om de instroom en het behoud van werknemers met een functiebeperking (in het onderwijs) te bevorderen. Er is echter behoefte aan meer onderzoek naar het functioneren van onderwijspersoneel met een functiebeperking en de acceptatie van deze doelgroep.

Gerelateerde onderwerpen