Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Lerende leraren. Evaluatie van de Lerarenbeurs

woensdag 2 september 2015 | Loopbaan & professionalisering

Betreft: evaluatie van het proces en de ervaringen met de Lerarenbeurs
In opdracht van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Uitgevoerd door: ResearchNed
Datum rapport: april 2015

Om het leraarsberoep aantrekkelijker te maken, heeft de minister van OCW samen met de sociale partners in het onderwijs in 2008 het convenant ‘Leerkracht van Nederland’ afgesloten. Onderdeel van dit convenant is het beschikbaar stellen van de Lerarenbeurs voor scholing van bevoegde leraren in het primair, voortgezet of (voortgezet) speciaal onderwijs en in het middelbaar of hoger beroepsonderwijs.
Deze evaluatie richt zich op het proces en de ervaringen van de leraren die met de beurs een opleiding volgen, (al dan niet) willen gaan volgen en reeds gevolgd hebben.

Resultaten voor het voortgezet onderwijs
Leraren in het voortgezet onderwijs kiezen veelal voor een bacheloropleiding. Deze opleidingen duren in de regel langer dan twee jaar. Twee derde van de leraren ligt op schema. Docenten die vertraging oplopen, wijten dit met name aan het tijdsbeslag van de opleiding en voelen zich onvoldoende gefaciliteerd door de school. In het vo is de kans op afronding het grootst wanneer gekozen is voor een onderwijsgerelateerde opleiding. Ruim een derde van de vo-leraren maakt afspraken over de randvoorwaarden en gevolgen van het volgen van een opleiding. Zo wordt relatief vaak de lestaak teruggebracht om leraren in de gelegenheid te stellen de opleiding te volgen. Tegelijkertijd wordt de opleiding ook (deels) in eigen tijd gevolgd.
Verder worden afspraken gemaakt over de verplichting om een bepaalde tijd op school te blijven werken en over een promotie naar een hogere leraarsfunctie. In twee derde van de gevallen worden deze afspraken daadwerkelijk nagekomen. Afhankelijk van de aanstellingsomvang krijgen leraren in het vo gemiddeld tussen de tweeënhalf en viereneenhalf uur studieverlof. Eén op de drie docenten geeft aan geen studieverlof te krijgen. Bijna alle directeuren geven aan subsidie te ontvangen om het studieverlof te bekostigen.

Algemene conclusie

Leraren en schoolleiders zelf zijn positief over de Lerarenbeurs. Dankzij opleidingen die zijn gevolgd met de beurs verbetert de kwaliteit van de leraar en de school. Leraren vinden dat zij beter les zijn gaan geven, wat ook wordt herkend door directeuren en bestuurders. Ook worden leraren breder inzetbaar bevonden en geeft men aan dat de kwaliteit van lerarenteams verbetert door het delen van de opgedane kennis.
Het fenomeen Lerarenbeurs is over het algemeen bekend bij onderwijspersoneel, al hebben leraren niet altijd weet van de gunstige voorwaarden. Meer bekendheid kan gepercipieerde financiële belemmeringen om een opleiding te volgen mogelijk wegnemen. Het opleidingstraject wordt in de regel goed doorlopen, waarbij tijd een belangrijke rol speelt bij het succesvol afronden van de opleiding. Uitval en vertraging worden veelal aan het tijdsbeslag van de opleiding en de lastige combinatie met het privéleven geweten. Tegelijkertijd zien we de gunstige effecten die het studieverlof sorteert. Elk uur studieverlof reduceert de kans om vertraging op te lopen, en daarmee de kans om uit te vallen. Ook hangt de gepercipieerde kans om de studie af te ronden sterk samen met het aantal verlofuren en de tevredenheid hiermee. Hierbij geldt dat meer leraren tevreden zijn vanaf vijf studieverlofuren.
Naast een kwaliteitsimpuls kan een opleiding gevolgd met een Lerarenbeurs ook gezien worden als katalysator voor promotie of veranderend takenpakket van de leraar. Hier worden wel afspraken over gemaakt, maar nog lang niet door alle beursalen. De afspraken gaan met name over een veranderend takenpakket en een hogere inschaling.

Meer informatie over de Lerarenbeurs.