Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Loopbaanmonitor onderwijs 2016

donderdag 24 november 2016 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

Betreft: Loopbaanmonitor onderwijs 2016
In opdracht van: Ministerie van OCW
Uitgevoerd door: NVAO en Inspectie van Onderwijs
Uitgave rapport: november 2016 


De Loopbaanmonitor onderwijs richt zich op de ontwikkeling van de arbeidsmarktpositie van recent afgestudeerde leraren. Het onderzoek kent twee onderdelen: secundaire analyses op CBS-microdata (afstudeercohorten 2006-2014) en een enquête onder pas afgestudeerden van de lerarenopleidingen (cohort 2014 en cohort 2015). De uitkomsten van het eerste onderdeel staan centraal in deze rapportage, met als belangrijkste uitkomst dat na een aantal jaren van daling, in het schooljaar 2014/2015 weer een hoger percentage recent afgestudeerden aan de slag is gekomen in het onderwijs dan in het schooljaar daarvoor.

Conclusies:
  • De positieve kentering die in de enquêteresultaten van ‘Loopbaanmonitor onderwijs 2015’ is gesignaleerd, namelijk een stijging van het aandeel pas afgestudeerden dat werkzaam is in het onderwijs na jaren van daling, is met de microdata van het CBS definitief bevestigd. Het beroepsrendement na één jaar van afstudeercohort 2013 ligt twee tot drie procentpunt hoger dan dat van afstudeercohort 2012.
  • Van oudsher is het beroepsrendement van pabo-opleidingen zeer hoog. De trendcijfers laten zien dat de ‘oudere’ cohorten pabo-gediplomeerden niet alleen een grotere kans hadden op een baan in het onderwijs dan pas afgestudeerden aan een eerste of tweedegraads lerarenopleiding, maar dat zij tevens vaker een contract kregen van minimaal 0,8 fte. Hoewel ook voor de recentste cohorten geldt dat de pabo nog steeds het hoogste beroepsrendement kent, is hier sprake van een sterker dalende trend in beroepsrendement dan de tweede- en eerstegraads lerarenopleidingen vo laten zien.
  • Als we kijken naar de baankenmerken (omvang, type aanstelling en contractsoort), kan gesteld worden dat de ‘kwaliteit’ van de contracten sterk is afgenomen voor pabo-gediplomeerden. De enquête onder de leraren die in 2014 zijn afgestudeerd laat zien dat het met name de pabo-gediplomeerden zijn die moeilijk aan een reguliere baan kunnen komen. In het verlengde daarvan zijn zij ook degenen met tijdelijke contracten, of andersoortige constructies zoals oproepcontract/pay rolling.
  • Hoewel pas afgestudeerden van de lerarenopleidingen vo (eerste- en tweedegraads) doorgaans ‘betere’ contracten hebben, zijn hier grote verschillen te zien naar vakgebied. De kans om in het onderwijs te werken is het kleinst voor de culturele/creatieve vakken en lichamelijke opvoeding. Afgestudeerden van deze lerarenopleidingen krijgen doorgaans tevens minder vaak een reguliere baan dan hun collega’s in andere vakgebieden.
  • Naast de ontwikkeling van het beroepsrendement, laat het onderzoek ook zien dat de arbeidsmarktpositie van starters aan dynamiek onderhevig is. Daarbij valt op dat er niet alleen uitval optreedt onder pas afgestudeerde leraren, maar dat er ook afgestudeerden Loopbaanmonitor onderwijs 9/75 zijn die pas na verloop van jaren in het onderwijs aan de slag gaan. Uit de analyses blijkt verder dat de groep afgestudeerden aan de tweedegraads lerarenopleiding vo en de ulo die zowel na één jaar als na vijf jaar niet werkzaam is in het onderwijs (afgestudeerden die dus nooit werkzaam geweest zijn in het onderwijs) een stuk groter is dan de groep afgestudeerden die na één jaar wel in het onderwijs begonnen zijn, maar na vijf jaar blijken te zijn uitgevallen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, verliest de sector direct na afstuderen dus veel meer afgestudeerden (afgestudeerden die nooit beginnen met werken in het onderwijs), dan in de paar jaar daarna (afgestudeerden die uitvallen uit het onderwijs). Een sterkere focus op de aansluiting van vraag en aanbod (in plaats van de uitval) ligt daarom ook voor de hand.

Zie ook de Kamerbrief derde voortgangsrapportage Lerarenagenda.