Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Onderzoek Werken aan werkvermogen leidt tot duurzame inzetbaarheid

maandag 31 januari 2011 | Veilig, gezond & vitaal werken

In 2008 hebben 24 scholen met tezamen 5245 medewerkers deelgenomen aan het pilotproject ‘Werken aan werkvermogen’ van Arbo-VO. Onderzoeksbureau AStri heeft het project geëvalueerd en geeft een aantal conclusies op het gebied van werkvermogen en duurzame inzetbaarheid van medewerkers in het voortgezet onderwijs.

Werkvermogen is simpel gezegd de mate waarin iemand in staat is om zijn of haar werk naar tevredenheid uit te voeren. Het werkvermogen van een medewerker kan gezien worden als de balans tussen enerzijds de mentale en fysieke capaciteiten van de medewerker en anderzijds de eisen die het werk aan deze medewerker stelt.
Is het werkvermogen van een medewerker groot dan zijn er in de regel geen belemmeringen om zowel op het werk als in de privé situatie goed te functioneren. Als het werkvermogen matig is dan verhoogt dat het risico dat een medewerker het werk niet meer optimaal aan kan. Medewerkers met een laag werkvermogen lopen een groot risico om op termijn arbeidsongeschikt te raken. Omdat medewerkers met een verminderd werkvermogen slechts met moeite aan de eisen van het werk kunnen voldoen, zullen zij vaker tijdelijk uitvallen wegens ziekte.

Duurzame inzetbaarheid en werkvermogen
Het werkvermogen heeft ook alles te maken met de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Met duurzame inzetbaarheid wordt doorgaans gedoeld op competente medewerkers die bevoegd en bekwaam, liefst ook productief, flexibel en gemotiveerd zijn. Kortom, gezonde medewerkers die plezier hebben in hun werk en die niet van plan zijn te vertrekken.Niet alleen de individuele medewerker heeft belang bij duurzame inzetbaarheid. Het staat ook hoog op de beleidsagenda van veel sectororganisaties in Nederland. Toenemende vergrijzing in combinatie met ontgroening van de bevolking leidt – ook in het voortgezet onderwijs - tot krapte op de arbeidsmarkt. Werk genoeg maar te weinig mensen met de juiste kwaliteiten om het op te pakken. Scholen hebben er dus alle belang bij zittende medewerkers zo lang als mogelijk voor de school te behouden.

Werkvermogen meten en inzetbaarheid bevorderen
Voor scholen is het dus zaak om goed zicht te hebben op het werkvermogen van hun medewerkers. Met het tijdig signaleren van een verminderd werkvermogen van medewerkers kan door adequate interventies het werkvermogen weer op peil gebracht worden en erger worden voorkomen. Het analyseren van gegevens van werkvermogen op groeps- of organisatieniveau levert aanknopingspunten op voor beleid binnen de organisatie, bijvoorbeeld in de vorm van duurzaam inzetbaarheidsbeleid of leeftijdsbewust- of levensfasebewust personeelsbeleid.

Pilotproject ‘werken aan werkvermogen
’In het pilotproject ‘werken aan werkvermogen’ is getest of het door het Finish Institute of Occupational Health (FIOH) ontwikkelde ‘Work ability index’ (WAI) ook in het VO zou werken. De WAI is een korte vragenlijst. Voor de pilot in het VO is de WAI aangevuld met een aantal vragen over werkbeleving. Voor de scholen die deelnamen aan het pilotproject was het onderzoek gratis. Wel werd van de deelnemende scholen verwacht eventuele benodigde interventies zelf te betalen. Na het invullen van de vragenlijst kreeg de medewerker een brief met een toelichting op zijn/haar individuele score. Medewerkers waarvan geconstateerd werd dat het werkvermogen en/of de werkbeleving ongunstig zijn, werden uitgenodigd voor een werkbelevingsgesprek met een deskundige op het gebied van arbeid en gezondheid. Deze gesprekken liepen uiteen van reflectie, bewustwording dat er iets moet gebeuren tot individuele advisering over ‘hoe nu verder?’.Nadat de laatste webbased vragenlijst was verwerkt ontving de school een geanonimiseerde groepsrapportage (rapport op schoolniveau) die door een VO-consultant werd toegelicht. Dit leverde inzicht op hoe het ervoor staat met het werkvermogen en de werkbeleving van de medewerkers en gaf antwoord op de vraag of actie op organisatieniveau nodig is.

Conclusies pilotproject
Onderzoeksbureau AStri concludeert o.a. dat:
  • De tevredenheid onder medewerkers die hebben deelgenomen aan een werkbelevingsgesprek groot is. Hen is duidelijk geworden wat de oorzaken zijn van het verminderde werkvermogen en zij zijn van mening goede adviezen te hebben gekregen. Ook oordeelt men positief over het gespreksverslag.
  • Op basis van het evaluatieonderzoek kan worden afgeleid dat met name medewerkers met sluimerende klachten (nog zonder verzuim) deelnemen aan de gesprekken. Dit zijn dus personen die nog niet als risicogroep in beeld zijn bij de school. Hierdoor heeft het project een duidelijk toegevoegde waarde naast de bestaande instrumenten in het VO en mogelijk tevens een preventief effect op uitval.
  • De groepsrapportages een belangrijk effect hebben bij het op gang brengen van het bewustzijn van het schoolmanagement om verder te investeren in de medewerkers en zijn richtinggevend voor interventies.

    Het meten en analyseren van het werkvermogen is ook voor het voortgezet onderwijs zinvol gebleken. De onderzoekers adviseren dan ook het meten en adviseren over het werkvermogen voor het VO blijvend beschikbaar te stellen. De VO-raad neemt deze aanbeveling over.