Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Eerste stap verbetering positie flexwerkers

Eerste stap verbetering positie flexwerkers

In het onderwijs zijn steeds meer flexwerkers werkzaam. Dit is niet alleen het geval in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs maar ook in het primair en voortgezet onderwijs. Flexwerkers zijn mensen die geen arbeidsovereenkomst hebben, maar op basis van een opdrachtovereenkomst (ovo) werken. Zij vallen voortaan onder het wettelijk minimumloon (Wml). Door betaling van het Wml aan deze groep moet misbruik van flexwerkers worden voorkomen. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Minister Asscher: 'Dit is een eerste belangrijke stap om de positie van flexwerkers te verbeteren en misbruik tegen te gaan.'

Wat verandert er?
Nu is het Wml alleen van toepassing op de opdrachtovereenkomst (ovo) als het werk door één en dezelfde persoon wordt verricht. Dit criterium blijkt in de praktijk gemakkelijk te omzeilen. Op die manier hoeft de opdrachtgever geen Wml te betalen. Met dit wetsvoorstel wordt dat voorkomen. Andere huidige criteria om het Wml  te moeten betalen zijn dat er maximaal sprake is van 2 opdrachtgevers en dat de duur van de opdracht minstens 3 maanden is. Deze criteria worden geschrapt.  

Niet van toepassing op ZZP-er
Zelfstandigen zonder Personeel (ZZP’ers) hebben een andere positie op de arbeidsmarkt. Van hen wordt verwacht dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen op de hoogte van hun tarieven. Daarom is dit wetsvoorstel op hen niet van toepassing.  

Wetsvoorstel naar Raad van State
Het kabinet ziet deze maatregel als een opmaat naar een brede discussie over de rechtspositie van flexwerkers. Zoals in het regeerakkoord is aangekondigd gaat het kabinet hierover in gesprek met sociale partners. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.  

Relevant voor U?
In de CAO VO wordt al voorzien in een bescherming voor uitzendkrachten. Artikel 8.a.5 CAO VO bepaalt dat uitzendkrachten voor wat betreft de toepassing van het taakbeleid en de arbeids- en rusttijdenregeling op dezelfde wijze behandeld moeten worden als de werknemers die rechtstreeks onder de CAO VO vallen. Daarnaast dient de uitlenende instantie aan uitzendkrachten voor wat betreft de beloning, inclusief toelagen en onkostenvergoedingen overeenkomstige arbeidsvoorwaarden toe te kennen als die welke worden toegekend aan werknemers die in dienst zijn van de inlenende instelling. Bron: SZW