Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Inzoomen op werkvermogen helpt verzuimbeleid vooruit

dinsdag 2 oktober 2012 | Veilig, gezond & vitaal werken

Het project Werken aan werkvermogen gaf een extra impuls aan maatregelen, die vaak via het integraal personeelsbeleid al in gang waren gezet. De functioneringsgesprekken zijn diepgaander en feedback geven is steeds minder taboe. Zo verandert langzamerhand de cultuur in de school.

Een van de eerste stappen die Rex Couzijn nam, was het bespreekbaar maken van het ziekteverzuim. “Dat is honderd man in de ogen kijken en zeggen: we hebben echt een probleem.” Hij geeft een voorbeeld van een moment dat daarover inzicht doorbrak bij de collega, maar ook bij hemzelf. Het ging over de steruren, uren dat iemand een zieke collega vervangt. “In een personeelsoverleg over werkdruk en taakbeleid zeiden medewerkers: ‘Steruren, die veroorzaken pas stress’. Maar toen ik wees op de relatie tussen het aantal steruren en het ziekteverzuim en wat verzuimgetallen noemde, viel iedereen stil. Vanaf dat moment hebben we regelmatig ziekteverzuimcijfers gecommuniceerd.”

Taakverlichting
Bij het aanscherpen van het verzuimprotocol is meer verantwoordelijkheid bij de afdelingsleiders gelegd. De kijk op verzuim is veranderd. “We willen zorg bieden maar wel vanuit een zakelijke invalshoek”, aldus Wagter. Afdelingsleiders kregen scholing om in verzuimgesprekken de balans tussen zorgzaam en zakelijk te bewaren. “Ze kijken nu, samen met de medewerker, meer naar wat iemand nog wel kan en zoeken naar een tijdelijke taakverlichting. Zo zorg je dat mensen binding houden met de school.” De gesprekstrainingen bevielen zo goed, dat nog meer trainingen gesprekstechnieken op de agenda staan. Ook is meer helderheid gekomen over taken en verantwoordelijkheden van afdelingsleiders. Couzijn: “Ze deden vaak nog mentorschap, waren te druk met leerlingen.” Een steunpilaar voor de leidinggevenden is ook de bedrijfsarts, die tegenwoordig spreekuur houdt in de school.

Aanspreekcultuur
De aanbevelingen die uit het project Werken aan werkvermogen voortkwamen zijn vooral verwerkt in het integraal personeelsbeleid. Wagter: “Met de functioneringsgesprekken gaan we meer de diepte in. We stellen in het gesprek nu thema’s aan de orde als verzuim, ervaren werkdruk, taakbelasting, werkbeleving en levensfase.” Bovendien zijn de gesprekken al lang niet meer vrijblijvend. Voorafgaand is er een lesobservatie, er worden leerlingenenquêtes gehouden en die feedback is de basis voor het gesprek. Een belangrijk punt, dat bevestigden de WAI-uitkomsten, was de aanspreekcultuur. “Bij exit-gesprekken noemen mensen als een van de pluspunten van onze school altijd de collegiale sfeer. Andere kant van die collegialiteit is, dat je elkaar onvoldoende aanspreekt”, zegt Couzijn. Hij probeert daarin zelf ‘rustig maar duidelijk’ te zijn. “Als het nodig is, confronteer ik mensen, anderen nemen we juist tegen zichzelf in bescherming. Ook nodigen we als schoolleiding ertoe uit elkaar feedback te geven.” Daarbij helpt het instrument dat wordt ingezet voor 360 graden feedback, denkt Wagter. Ook verder ziet ze positieve veranderingen. “Medewerkers zoeken eerder hun afdelingsleider op om ervaren werkdruk en andere zaken te bespreken.”

Toekomst
“We zijn nu alerter op het onderscheid werkbeleving en werkvermogen. Als een collega zich ziek meldt, zet je het oordeel over werkbeleving even opzij en kijkt eerst naar de draagkracht. Ook de bedrijfsarts zit er bovenop”, zegt Couzijn. De gesprekken met haar zijn vaak verhelderend, vertelt Wagter. “Je kunt als werkgever wel een idee hebben of iemand ziek is of dat het met functioneren te maken heeft, maar het is wel fijn als de bedrijfsarts dat dan toetst. We sturen nu ook mensen preventief naar haar.”Over de individuele uitkomsten van de WAI krijgt het management niets te horen, maar uit reacties van collega’s leidt Wagter af dat de terugkoppeling van het onderzoek mensen aan het denken heeft gezegd. “In grote lijnen hoor ik terug: ik ben wat meer naar de toekomst gaan kijken. Hoe ga ik de komende vier, vijf jaar hier op school doorbrengen, hoe zet ik mijn spaarverlof of bapo in. Ik heb ook het idee dat mensen wat meer onderscheid maken tussen werkvermogen en werkbeleving, dat ze er wat rationeler mee omgaan.”