Nieuws

Kamerbrief Vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van leraren

maandag 11 januari 2021 | Veilig en vitaal werken

De afgelopen tijd is er uitvoerig gesproken over de vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van leraren in en rondom scholen. De terreurdaad in Frankrijk heeft het belang van een veilige werkomgeving voor leraren des te meer onderstreept. Hoe worden leraren en scholen (extra) ondersteund daar waar het gaat om veiligheid en het voeren van moeilijke gesprekken in de klas? Als antwoord op die vraag stuurde minister Slob een brief aan de Tweede Kamer over de vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van leraren.

De afgelopen periode zijn er gesprekken gevoerd met onder andere leraren in het voortgezet onderwijs, de bonden, de sectorraden, Stichting School en Veiligheid, VOION en andere betrokkenen. In deze gesprekken is gezamenlijk verkend wat aanvullend nodig is bovenop het huidige ondersteuningsaanbod.

Drie aspecten ter ondersteuning
Om de veiligheid van leraren te waarborgen stelt Minister Slob drie aspecten vast ter ondersteuning. Ten eerste moeten leraren ondersteund worden in hun dagelijkse (veilige) werkomgeving, waar het schoolbestuur verantwoordelijk voor is. Ten tweede moet een vangnet voor leraren op orde zijn wanneer een incident of dreigend risico plaatsvindt. Op deze scenario’s moet een school voorbereid zijn. Ten derde is het ook van belang dat leerlingen zelf weten hoe belangrijk vrijheid van meningsuiting is. Het leren van de waarde van de vrijheid van meningsuiting en respect hebben voor elkaars mening is een fundamenteel onderdeel hiervan.

Ondersteuningsaanbod
Het aanbod van ondersteuning voor leraren is ruim. Verschillende organisaties dragen hieraan bij door middel van een breed aanbod van informatie, trainingen en instrumenten om leraren toe te rusten in de methodiek van het voeren van moeilijke gesprekken. Er worden ook tools aangeboden om polarisatie en radicalisering te herkennen en te voorkomen.
Het is van wezenlijk belang dat leraren de vrijheid voelen en krijgen om de lessen in te vullen zoals zij dat zelf passend vinden. Om dat te doen moeten zij zich voldoende toegerust voelen, ook als het gaat om het bespreken van gevoelige thema’s. Leraren zouden onderwerpen als seksuele gerichtheid en diversiteit, geloofsfundamentalisme en politiek niet uit de weg moeten gaan omdat ze onzeker zijn over hoe je dat het best aan kunt pakken en bang zijn voor risico’s die het bespreken ervan met zich meebrengt.
De minister constateert dat er (nog) niet voldoende gebruik wordt gemaakt van het ondersteuningsaanbod. Dit aanbod moet toegankelijk en vindbaar zijn en de noodzaak om van het aanbod gebruik te maken moet er zijn. Samen met het onderwijsveld moet gekeken worden hoe het huidig aanbod ontsloten kan worden en de aandacht rondom het thema vergroot kan worden.

Burgerschap
Het laatste onderwerp in de kamerbrief van minister Slob is burgerschap. Het gevoel van veiligheid van de leraar wordt deels beïnvloed door hoe leerlingen de waarde inschatten van de vrijheid van meningsuiting en de mate waarin ze gewend zijn en geleerd hebben om de opvattingen van een ander te respecteren. Als school kan gezamenlijk worden besloten hoe vorm gegeven gaat worden aan het bijbrengen van bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting. Burgerschapsonderwijs is breder dan vrijheid van meningsuiting, het raakt de veiligheid van leraren. Leerlingen moeten kennis en respect bijgebracht krijgen, maar moeten ook oefenen op een veilige manier en plek.
Minister Slob geeft aan dat er de komende tijd meer aandacht moet komen voor het toerusten van de docent en het verstevigen van zijn positie.

Lees de Kamerbrief Vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van leraren.
Bekijk ook het volledige ondersteuningsaanbod.