Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Kwart van de bètastudenten geïnteresseerd in leraarschap

dinsdag 3 september 2019 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

Als er zo weinig bètastudenten instromen in de lerarenopleiding, betekent dat dan ook dat er weinig interesse in het leraarschap is? Of is er iets anders aan de hand? Els van Rooij vroeg met een vragenlijst aan negenhonderd studenten van verschillende bètarichtingen uit Delft, Leiden en Groningen welke carrière ze aspireerden.

Zo’n dertig procent wilde onderzoeker worden, een kwart wilde het bedrijfsleven in, en twintig procent had een hoge interesse in industrie en ondernemerschap. Van Rooij: “Maar gelukkig vonden we ook twee groepen die een gemiddelde of een hoge interesse hadden in het leraarschap, en daar waren we heel blij mee. Een kwart van de bètastudenten geeft toch wel aan dat ze geïnteresseerd zijn – in ieder geval enigszins – in een baan als leraar.” Van Rooij vond wel een klein verschil tussen de universiteiten. “Op de TU Delft vonden we een lager percentage in de onderwijsgroepen dan op de brede universiteiten in Leiden en Groningen.”

Het is niet één type student dat interesse heeft in de lerarenopleiding. “De ene groep was undecided: ze scoorden gemiddeld op alle carrièreopties, behalve op onderzoek: ze weten al dat ze dat niet willen. De andere groep is naast onderwijs ook geïnteresseerd in onderzoek en wetenschapscommunicatie. Dus je ziet een groep die laag op onderzoek scoort en de andere groep juist hoog. Maar beide hebben interesse in het leraarschap.” 

Uitdaging of comfort
Het verschil in interesses zie je ook terug in hun zogenaamde carrièrewaarden: wat ze belangrijk vinden aan een baan. Van Rooij en haar collega’s toetsten op waarden als sociaal contact, status, comfort, intellectuele uitdaging, carrièreperspectief en baanzekerheid. De groep die ook interesse in onderzoek en wetenschapscommunicatie heeft, vindt intellectuele uitdaging belangrijk, terwijl de groep die nog onbeslist is, comfort heel belangrijk vindt. “Die willen een chille baan, gewoon leuk, niet te veel stress, en een goede work-life balance.”

Van Rooij: “Het zijn mooie profielen, en we willen eigenlijk dat alle studenten met interesse – een kwart – instromen in de lerarenopleiding. Maar dat gebeurt niet, want er zijn veel concurrerende beroepen, die waarschijnlijk een beter salaris en een hogere status opleveren. Op status werd overigens door niemand hoog gescoord, maar dat kan ook sociale wenselijkheid zijn.”

Hoe krijg je deze verschillende profielen dan warm voor het beroep? “Je moet benadrukken dat het leraarsberoep past bij hun interesses en carrièrewaarden, maar die twee groepen tegelijk aanspreken is lastig. Je kunt heel goed het sociale contact benadrukken, want dat vinden ze allebei belangrijk, maar hoe maak je duidelijk: in het lerarenberoep vind jij echt die intellectuele uitdaging waar je naar op zoek bent? Je denkt al snel aan pedagogische uitdaging, of klassenmanagement, maar niet zo snel dat je als leraar op een hoog niveau bezig bent met je vak. Dat is nog wel een belangrijk punt.”

De pedagogische verlegenheid achter je laten
Ook het comfortabele aspect van het leraarschap kan nog moeilijk over te brengen zijn, denkt Van Rooij. “Je moet die undecided students duidelijk maken dat leraar zijn een fijne baan is, met lage werkdruk, enzovoort. Je kan wel zeggen: als startende leraar heb je heel veel begeleiding, of je kunt hun lesuren verminderen. Maar als je kijkt naar wat er in de media naar voren komt over onderwijs, komt het lerarenberoep allesbehalve naar voren als een fijne werkomgeving zonder stress. Het is wel lastig om het lerarenberoep te matchen met wat zij willen.”

Dedain over leraarschap
Kuijpers merkt in haar eigen onderzoek dat studenten aangeven dat de beeldvorming over het leraarschap op de bètafaculteit zeer negatief is. “Studenten zeggen: het wordt niet echt gewaardeerd op mijn faculteit om te kiezen voor de lerarenopleiding. Het wordt niet aangeprezen, niet verafschuwd, meer een beetje gedoogd. Dat is niet echt positief. Sommigen zeiden zelfs: ‘het lijkt erop dat er een zekere minachting is voor onderwijs, dat het onder je niveau is.’” 

Bron: ScienceGuide
Lees ook: Wat kunnen we leren van zij-instromers in de bètavakken?