Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Wat kunnen we leren van zij-instromers in de bètavakken?

vrijdag 30 augustus 2019 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

Lesley de Putter werkt aan de lerarenopleiding natuurkunde aan de TU Eindhoven en heeft onderzoek gedaan naar zij-instromers in de bètavakken. Hoe ervaren zij de overstap, wat kunnen we daarvan leren, en hoe zinvol is het om te werven in de industrie en academie voor meer leraren?

De Putter: “Ik ben met achttien zij-instromers in gesprek gegaan. Gewoon begonnen met de vraag: waarom ben je nou overgestapt, hoe kwam het zo, wat deed je daarvoor nou eigenlijk precies? En door zo’n gesprek, eigenlijk een heel persoonlijk gesprek, krijg je heel veel informatie over waarom zo iemand is overgestapt. Sommige zijn hele heftige en felle gesprekken, andere wat minder, heel zakelijk, maar de meesten hebben een sterk persoonlijk verhaal achter hun overstap zitten.”

Ondersteuning zij-instromers onvoldoende
Zij-instromers zijn volgens De Putter voornamelijk mensen uit de industrie, het bedrijfsleven, die iets anders wilden doen. Maar ook academici, zzp’ers, mensen met een eigen bedrijf, of herintreders worden leraar. “Je hebt zij-instromers die zeggen: ik ging voor mijn vak, ik wil de passie voor mijn vak overdragen. En je hebt er bij die zeggen: ik wil als mens andere jonge mensen coachen in het leven. Die willen leraar worden voor het sociale, pedagogische.”

Het meest opvallende profijt dat de zij-instromers zien van het feit dat ze een andere carrière hebben gehad, zijn hun professionele vaardigheden. De Putter: “Ze zeggen: ‘we weten dat een docent altijd overbelast is, het is een drukke baan, burn-out dreigt altijd’. En wat zij eigenlijk zeggen is: wij ervaren die stress niet. Wij kunnen professioneel vergaderen. Wij structureren ons werk goed, bakenen onze taken af. Ze zeggen dat het bedrijfsleven wat dat betreft een goede leerschool is. Ze vinden wel dat ze te weinig tijd hebben om de innovaties die zij zien uit te voeren.”

De uitdagingen die de zij-instromers aan De Putter vertelden gingen over het lesgeven zelf: orde houden, leerlingen motiveren en bij de lessen betrekken. “Iemand zei me: ik was de enige eerstegrader, ik had dit nog nooit gedaan, en ik had ineens een examenklas.” De ondersteuning vinden ze vaak niet toereikend. “Zij zijn anders dan de leraren die van de lerarenopleiding komen, en ze krijgen dezelfde ondersteuning en dat past niet.”

Onprofessionele schoolcultuur
Net als bij het onderzoek van Van Rooij is het imago van lesgeven voor zij-instromers een probleem. De Putter: “Aan je vrienden moeten vertellen dat je ‘maar’ leraar wordt. Ik heb een jongen gesproken die letterlijk zei: de prof waarbij ik wegging die leek mij nu een minderwaardig mens te vinden, omdat ik ophield met mijn carrière in het onderzoek. Iedereen sprak meewarig over wat hij ging doen, terwijl hij zo enthousiast was, dat viel hem heel erg tegen.” Financieel was het voor sommige zij-instromers ook een uitdaging. De Putter: “Iemand zei: als ik met pensioen ga, krijg ik meer geld per maand dan wat ik nu verdien als ik fulltime werk.”

Wat De Putter het meest trof was het gevoel van boundary crossing dat de leraren bleken te hebben. “Dat je in twee werelden komt die niet helemaal op elkaar aansluiten of die helemaal niet op elkaar aansluiten. Wat sommigen heel erg tegenviel was de schoolcultuur, die niet professioneel is, de ellenlange vergaderingen, collega’s die dingen beloven maar dat niet doen. Een dorpsgevoel ook: aan de ene kant heel veilig, maar aan de andere kant veel roddel en achterklap. Vastzitten aan methodes en de modus van de school, daar houden zijinstromers niet van, je kunt weinig veranderen.”

Zij-instromers zien het als hun meerwaarde voor het onderwijs om in die schoolcultuur ‘de echte wereld’ binnen te brengen. De Putter: “Ze zeggen dingen als: als ik iets zie dat ik kan toepassen in de praktijk dan doe ik dat meteen erbij. Ik heb nog gewoon contacten, ik ga naar de bedrijven, dus ik kan leerlingen laten zien waar het voor is, ik kan ze ook uitdagen om daar iets mee te doen. Ik neem de tijd om die kinderen voor te lichten over waar ze heen gaan. Ik weet al wat er te koop is in de wereld.”

Maar twee op de tien blijft plakken
De Putter sprak ook een aantal leidinggevenden van middelbare scholen, en die waren heel enthousiast over de leraren die de overstap hadden gemaakt. “Leidinggevenden zien dat ze andere vaardigheden hebben en zijn daar blij mee. Ze herkennen ook de blik naar buiten en de professionaliteit van de zijinstromers. ‘Als ik ze iets vraag, dan heb ik het niet voor de kerst, maar na twee weken een rapport op mijn bureau’. Ze gaven wel aan dat de nieuwe leraren niet allemaal even geschikt zijn: van de tien die binnen komen blijven er maar twee plakken.”

De zij-instromers die De Putter sprak, gaven dan ook de suggestie om heel goede voorlichting te geven over hoe onderwijs er nu uitziet. “Veel mensen hebben het beeld van onderwijs van toen zij zelf naar school gingen, en het onderwijs van nu is anders. Een iemand zei: ‘ik mag gewoon coachen en naast de leerlingen gaan staan, ik vind dat heerlijk’. Maar een ander die dacht dat hij voor de klas kon gaan zenden, en dat kon niet.”

Een andere tip voor de werving van leraren uit de industrie of academie, is dat ze het veilig kunnen uitproberen. “Ik hoorde sterk: als ze het niet veilig hadden kunnen uitproberen, hadden ze het nooit gedaan. Je kunt denken aan outsourcing, of projecten waarbij de lerarenopleiding betaald wordt, plus twee dagen in de week om het te doen. Ze willen graag hulp bij hun overstap, alle praktische zaken op een rijtje.” "Veel mensen hebben het beeld van onderwijs van toen zij zelf naar school gingen, maar het onderwijs van nu is anders."  

Lesley de Putter
Voor haarzelf als lerarenopleider ziet De Putter dat zij-instromers een minder strakke opleiding, maar wel vaker persoonlijke coaching nodig hebben. “En niet iedereen kan leraar worden, niet iedereen uit het bedrijfsleven moet je werven. Er is goede assessment nodig, want verkeerd kiezen als je vijftig of zestig bent, en je moet weer terug naar een bedrijf, dat kan tegen vallen.”

Bron: Scienceguide