Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Werkgever moet meewerken aan ontslag arbeidsongeschikte werknemer

dinsdag 19 november 2019 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

Op 8 november 2019 deed de Hoge Raad (HR), de hoogste rechter in arbeidszaken, uitspraak over het zogenaamde slapende dienstverband. Dat is een dienstverband dat een werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid van een werknemer niet heeft opgezegd, hoewel hij daartoe wel bevoegd is, en waarbij hij de werknemer geen loon meer betaalt. De werkgever gaat niet tot opzegging over omdat hij dan transitievergoeding moet betalen.

Ook in het voortgezet onderwijs kunnen deze slapende dienstverbanden voorkomen. Waarschijnlijk minder dan in andere sectoren, want de werkgever moet de pensioenpremie blijven afdragen. En hij blijft op grond van de ZAVO verplicht 70% loon door te betalen zolang het dienstverband duurt. Maar van de loonbetaling blijft vaak weinig of niets over als de werknemer na 2 jaar een WIA-uitkering krijgt. Die mag namelijk van het door te betalen loon worden afgetrokken.

Verschillende “slapende” werknemers stapten naar de rechter met de eis om ontslagen te worden en transitievergoeding te krijgen. Rechters oordeelden daar uiteenlopend over. In zo’n geval kan een rechter de HR vragen hoe het nu zit. Dat gebeurde in dit geval.

De HR geeft de werknemers gelijk. Een doorslaggevende reden daarvoor is dat er inmiddels een regeling is waardoor werkgevers de transitievergoeding aan een arbeidsongeschikte werknemer gecompenseerd krijgen door UWV. Hierdoor hebben werkgevers veel minder belang bij het ontlopen van de transitievergoeding. De compensatieregeling gaat op 1 april 2020 in en heeft dan terugwerkende kracht tot 1 juli 2015, de datum waarop de transitievergoeding is ingevoerd.

Wat moet de werkgever nu van de HR? De HR verplicht de werkgever niet om zijn bevoegdheid tot opzegging, die hij bij een slapend dienstverband heeft, te gebruiken. Wel moet de werkgever ingaan op een voorstel van de werknemer om het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen, met betaling van een ontslagvergoeding gelijk aan een transitievergoeding.
Bij een ontslag met wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst) is er wettelijk geen recht op transitievergoeding. Werkgever en werknemer kunnen wel samen een vergoeding afspreken. Nogal bijzonder dus, wat de HR zegt. De werkgever moet niet alleen die beëindigingsovereenkomst sluiten als de werknemer dat wil; hij moet ook een vergoeding betalen gelijk aan de transitievergoeding. Bij een ontslag op initiatief van de werknemer, dus. De HR vindt dat dit voortvloeit uit de plicht zich als een goed werkgever te gedragen.

Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen. Zo hoeft de werkgever niet mee te werken aan het ontslag als hij een gerechtvaardigd belang heeft bij het laten voortbestaan van het dienstverband. Bijvoorbeeld als er nog reële re-integratiemogelijkheden zijn.
De HR zegt er ook maar vast bij dat als de werknemer vlak voor zijn pensioen zit, dit geen reden is om hem in dienst te houden. Ook in dat geval moet de werkgever dus meewerken aan ontslag. Al eerder sprak de HR uit dat een arbeidsongeschikte werknemer die vlak voor zijn pensioen wordt ontslagen, recht heeft op de volledige transitievergoeding.

Wie meer wil weten, kan dat hier vinden.