Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Loopbaan & professionalisering

FAQ

FAQ

Op deze pagina vindt u de antwoorden op vragen over de afspraken in de CAO VO over werkdrukvermindering, ontwikkeltijd en lestaakreductie. Deze lijst zal geregeld worden geactualiseerd. Staat uw vraag er niet bij? Stel hem dan via onze digitale helpdesk.

Wat is het motief van de sociale partners voor deze CAO-afspraak?

Binnen de smalle marges van de bekostiging (geen extra financiering vanuit Den Haag) hebben cao-partijen invulling gegeven aan twee urgente vraagstukken in de sector: meer ontwikkeltijd en minder werkdruk. Ondanks dat dit geen gemakkelijke opgave is, zien partijen mogelijkheden in anders organiseren en de ruimte die de Wet op de onderwijstijd biedt om op deze onderwerpen vooruitgang te boeken.

Welke effecten heeft dit voorstel op de begroting?

De afspraak is budgetneutraal. Door de mogelijkheden die de Wet op de onderwijstijd biedt optimaal te benutten, kan de inzet van leraren zo worden aangepast dat ruimte voor ontwikkeltijd ontstaat. Kiest een school ervoor om deze ruimte niet te benutten dan is het uitvoeren niet budgetneutraal.

Geldt de afspraak over ontwikkeltijd voor alle docenten?

Net als ieder schooljaar moet voor het schooljaar 2019/2020 voor alle docenten een jaarbrief/taak worden gemaakt, waarin wordt bepaald hoeveel lessen docenten geven, welke taken of projecten worden opgedragen etc. Daarbij wordt net als ieder jaar rekening gehouden met het vigerende taakbeleid én met de CAO VO. Vanaf 2019/2020 moet volgens de CAO VO rekening worden gehouden met een nieuw maximum aan lessen en een nieuw element in het taakbeleid: ontwikkeltijd.  

Geldt dan ook dat iedereen lesreductie krijgt?

Om te komen tot werkdrukvermindering en ontwikkeltijd wordt met behulp van de ruimte in de onderwijstijd op instellingsniveau in beginsel het onderwijsprogramma en de lessentabel aangepast. Dit moet tenminste leiden tot vermindering van de maximale lestaak van 750 of hoger met 30 uur per 1 augustus 2019. Voor docenten die 750 lesuur of meer geven, betekent dit dat ze een lesuur per week minder kunnen gaan geven. De vrijgevallen tijd wordt vervolgens ingezet als ontwikkeltijd. Voor de docenten die reeds minder dan 720 uur lesgeven, wordt ook  de post ontwikkeltijd in de jaartaak opgenomen. Uitgangspunt hierbij is de formule: aantal uren les / het maximale aantal uren les x 50 uur.  Voor deze docenten geldt dat de ontwikkeltijd voortkomt uit vermindering van de lestaak dan wel de overige taken (in dat laatste geval kan de lestaak ook groter worden, uiteraard binnen de nieuwe maximale lestaak).

Wat is het verschil tussen lestaak en onderwijstijd?

Lestaak in taakbeleid gaat om hoeveel docenten mogen/moeten lesgeven. Onderwijstijd gaat om hoeveel onderwijs(aanbod) kinderen moeten krijgen.

Wat als scholen na vermindering van de lestaak en vermeerdering met de opslagfactor uitkomen op meer of minder dan 50 uur ontwikkeltijd?

In de cao wordt uitgegaan van de meest gebruikelijke opslagfactor. Sociale partners realiseren zich dat de opslagfactor per school kan verschillen. Ze willen echter voor iedereen op een vast aantal uren uitkomen waarmee een uur lesvermindering per week mogelijk is. Vandaar dat er voor gekozen is om het aantal van 50 uur te hanteren, ook als de optelsom van lestaak en opslagfactor meer of minder dan 50 uur is.

Ik zoek naar praktijkvoorbeelden voor de realisatie van lestijdreductie.

Kijk hiervoor regelmatig op de pagina ‘Praktijkvoorbeelden ter inspiratie’ in het dossier op www.voion.nl/ontwikkeltijd.

Hoe komen we u in school tot goede afspraken over de verlaging van de lestaak voor leraren?

Wij nodigen de scholen uit om het gesprek te organiseren over de ruimte in regels voor onderwijstijd, het eigen onderwijsprogramma en over waar ruimte gevonden kan worden om budgetneutraal klokuren les bij docenten vrij te spelen. De processen die zijn ingezet om tot een professioneel statuut te komen, zouden ook hiervoor ingezet kunnen worden.

Hoe activeer je docenten tot meedenken wanneer er nog weinig reactie komt op een werkgroep?

Vanuit de afspraken in de cao, maar zeker ook in het professioneel statuut is het van belang dat
er een gesprek tussen onderwijsgevenden plaats gaat vinden. De processen die zijn ingezet om tot een professioneel statuut te komen, zouden ook ingezet kunnen worden om vorm te geven aan ontwikkeltijd. Vraag ook aan de MR om het proces te bewaken.
De gesprekstool In dialoog over werkdrukvermindering en ontwikkeltijd kan schoolleiders, bestuurders, leraren en medezeggenschapsraden ondersteunen bij het gesprek in school om tot afspraken te komen over werkdrukvermindering, onderwijstijd en ontwikkeltijd.

Ik voorzie de mogelijkheid dat docenten het eens gaan worden over de inzet en betekenis van ontwikkeltijd en dat ze tegelijkertijd geen of nauwelijks verandering in de lessentabel willen. Dat zorgt dan voor een patstelling. Heeft u tips?

Bij het vrijspelen van tijd, is het van belang dat dit ook gedragen wordt door de docenten. Als docenten geen aanpassing van de lessentabel wensen, dan betekent dit wel dat er geen ruimte vrijkomt voor ontwikkeltijd. Met andere woorden; er moet wel eerst tijd worden gecreëerd voordat er invulling aan die tijd gegeven kan worden. Van belang is dat voor alle partijen eerst goed duidelijk is wat nu precies de cao-afspraak inhoudt, om daarna hierover het gesprek aan te gaan. De processen die zijn ingezet om tot een professioneel statuut te komen, zouden ook ingezet kunnen worden om hierover het gesprek aan te gaan.

Ik ben benieuw naar een goede balans tussen een efficiënte besteding van tijd en gevoel van werkdruk. Ik herken het gevoel van werkdruk van medewerkers, maar zie ook dat tijd (bijv. deskundigheidsbevordering) niet altijd wordt ingezet.

Het is belangrijk dat docenten hier met elkaar en met hun team- of schoolleider het gesprek voeren. Wat zijn de elementen bij docenten die zorgen voor werkdruk? Want het zit hem niet in de uren die je kunt tellen, werkdruk wordt door iedereen anders beleefd. Wordt door de schoolleider/teamleider gesignaleerd dat een werknemer werkdruk ervaart dan is het van belang dat hierover het gesprek wordt aangegaan.

Het lijkt erop dat onze gerealiseerde onderwijstijd t.o.v. de wet onderwijstijd geen ruimte biedt tot vermindering ten gunste van ontwikkeltijd. Nu kan je lestijd wel omruilen voor andersoortige onderwijstijd maar dat is wel een heel complexe route.

Ook als  de gerealiseerde onderwijstijd net gehaald wordt moet de ontwikkeltijd voor leraren gerealiseerd worden. Dan kan de vraag zijn hoe dezelfde lestijd door een andere inzet van leraren bereikt kan worden. De volgende zaken binnen de organisatie zijn dan van belang:
  • Hoeveel klokuren les geeft een fulltime FTE?
  • Zijn alle activiteiten die de school nu aanbiedt meegenomen in onderwijstijd?
  • Moeten alle leerlingen alle onderdelen verplicht volgen?

Welke mogelijkheden zijn er om invulling te geven aan de gemaakte afspraken zonder ongewenste formatieve consequenties?

De afspraak is budgetneutraal, door de ruimte te benutten die de Wet op de onderwijstijd biedt. Het gaat er om dat er gezamenlijk besproken wordt welke mogelijkheden voor een andere organisatie binnen de huidige formatie mogelijk zijn, bijvoorbeeld door anders te roosteren en kritisch te kijken waar er taken geschrapt kunnen worden.  

Wat moet een werkgever doen als aanpassing van het onderwijsprogramma tot problemen binnen de school leidt of als er geen overeenstemming met de mr wordt bereikt?

Als aanpassing van de lessentabel leidt tot zwaarwegende organisatorische, financiële of onderwijskundige problemen, of als er geen overeenstemming wordt bereikt met de mr, dan kan de werkgever besluiten om de lessenreductie niet toe te passen. De werkgever zal dan wel eerst sociale partners moeten uitnodigen voor overleg.

Geldt de lestaakreductie alleen voor leraren die fulltime werken?

Artikel 8.2 CAO VO geldt voor iedereen ongeacht of diegene fulltime of parttime werkt. Voor parttimers geldt de afspraak naar rato van de werktijdfactor.

Geldt de lestaakreductie ook voor scholen waar de maximale lestaak minder dan 750 klokuren op jaarbasis is?

Nee, voor scholen waar in het taakbeleid is opgenomen dat de maximale lestaak minder is dan 750 klokuren geldt deze cao-afspraak niet.

Iemand werkt fulltime, maar heeft door een toedeling van veel taken niet de maximale lestijd van 750 uur. Geldt voor dit personeelslid dan ook de lestijdreductie van 50 uur?

De maximale lestaak gaat naar 720 klokuren. Bij een reductie van 30 klokuren les (verschil van 750 naar 720) en de opslagfactor kom je uit op 50 klokuren. Geeft dit personeelslid 735 klokuren les dan dient er een reductie plaats te vinden van 15 klokuren met daar bovenop de opslagfactor (+/- 22 uur totaal).

Wat heeft het voor consequenties als je 61 jaar of ouder bent?

Het gaat erom dat de algemene lestaak, zoals genoemd in het taakbeleid, daalt in uren. Vervolgens moet pas gekeken worden naar de verschillende verlofmogelijkheden. Dus eerst lestaak omlaag, daarna seniorenregeling toepassen.

Waar kan ik praktijkvoorbeelden voor de realisatie van lestijdreductie vinden?

Kijk hiervoor regelmatig op de pagina ‘Praktijkvoorbeelden ter inspiratie’ in het dossier op www.voion.nl/ontwikkeltijd.

Wat als blijkt dat de gemaakte afspraken over lestaakreductie niet voldoen?

Dan moeten de afspraken worden herzien. De herziene afspraken bespreekt u vervolgens ook weer met de mr.

Onze school heeft al werk gemaakt van de mogelijkheden die de nieuwe Wet op de onderwijstijd biedt. Nu is de ruimte echter niet meer te zoeken in minder lestijd en wordt het lastig de afspraak nog budgetneutraal uit te voeren.

De afspraak in de cao is de reductie van 750 klokuren naar 720 klokuren les. In hoeverre voldoet uw maatwerk hier al aan? Als u al voldoet, hoeft u geen ruimte meer te maken alleen werkdruk bespreekbaar te maken en te borgen in de gesprekkencyclus. Indien aanpassing van de lessentabel leidt tot zwaarwegende organisatorische, financiële of onderwijskundige problemen, of als er geen overeenstemming wordt bereikt met de MR, dan kan de werkgever besluiten om de lessenreductie niet toe te passen. De werkgever zal dan wel eerst sociale partners moeten uitnodigen voor overleg. Uiteindelijk blijft het echter aan de werkgever om te besluiten om de lessenreductie niet toe te passen, als sprake is van een of meerdere van genoemde redenen.

Hoe kunnen we ruimte creëren binnen onze formatie voor de 50 uur ontwikkeltijd? In onze onderwijstijd zit niet of nauwelijks rek. Daarbij komt dat docenten liefst geen aanpassingen doorgevoerd willen zien in de lessentabel.

Door gebruik te maken van de ruimte binnen de Wet op de onderwijstijd in combinatie met de kerndoelen en eindtermen en de organisatie van het onderwijs kan er ruimte gevonden worden om de lestaakreductie van 750 naar 720 klokuren. Met de bijbehorende opslagfactor voor voor- en nawerk komt u aan de 50 klokuren ontwikkeltijd. De vrijgekomen uren worden benut voor werkdrukverlaging en de dialoog tussen docenten en schoolleiding is noodzakelijk om werk te maken van werkdrukreductie. Er zijn docenten die graag juist meer lesgeven. Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan om met deze docenten daarover afspraken te maken.

We hebben het idee om de lessentabel gelijk te laten en na elke toetsweek de hele school een (wisselende) dag vrij te geven. Mag dit binnen de kaders om de 50 uur vrij te maken?

Als deze ruimte er is binnen de onderwijstijd dan is dit een mogelijkheid. Daarbij is het wel raadzaam te kijken of deze aanpak ook werkdruk verlagend zal zijn voor de leraren en deze wijze meer ruimte voor ontwikkeltijd geeft.

Is het verplicht per augustus 2019 de 50 klokuren ontwikkeltijd toe te delen, of kan hier ook een groeimodel van 2 of 3 jaar worden afgesproken met de MR?

De cao-afspraak gaat uit van 50 klokuren per 1 augustus 2019. Als dit op een school leidt tot zwaarwegende organisatorische, financiële of onderwijskundige problemen, moet de werkgever bonden en VO-Raad uitnodigen voor overleg.

Hoe dient de ontwikkeltijd te worden ingezet bij het Praktijkonderwijs en bij leraren in dienst van een Samenwerkingsverband?

Binnen het Praktijkonderwijs zijn de 'schotten' in de leerjaren niet weggehaald. Door gebruik te maken van de ruimte die de Wet op de onderwijstijd biedt, kunt u tijd vrijmaken. Voor het inzetten van ontwikkeltijd voert u de dialoog met docenten om te kijken hoe er gebruik gemaakt kan worden van de ontwikkeltijd zodat deze werkdrukverlagend is.  Een samenwerkingsverband heeft normaal gesproken alleen onderwijsondersteunend personeel (OOP) in dienst. OOP valt buiten de afspraken over ontwikkeltijd.

Hoe wordt het nieuwe onderdeel Onderwijsontwikkeling, -verbreding en -verdieping ingevuld?

Over de invulling van de vrijkomende uren vindt in eerste instantie binnen het onderwijzend personeel overleg plaats. Scholen bepalen zelf in welk op-verband dit het beste kan, binnen de lerarenteams, secties of een ander te bepalen samenwerkingsverband van leraren.

Kan de ontwikkeltijd in een vaksectie bij 1 docent worden belegd zodat de andere docenten vooral lesgeven? (eigen keuze qua werkdruk: niet iedere docent wordt gelukkig van minder lessen of van een ontwikkeltaak).

De afspraak is dat er binnen de jaartaak van elke individuele leraar 50 uur ontwikkeltijd wordt gerealiseerd. Alleen met expliciete instemming van de leraar kan daarvan worden afgeweken. Als de maximale lestaak van 750 of hoger wordt verlaagd en de huidige lestaak van de docent hierdoor wordt geraakt (dus als de huidige lestaak van een docent hoger is/wordt dan de nieuwe maximale lestaak), dan wordt de lestaak van de docent verlaagd conform de nieuwe maximale lestaak. Als een docent al minder lessen geeft, omdat er bijvoorbeeld individuele afspraken met hem/haar zijn gemaakt en deze individuele lestaak valt binnen de grenzen van de nieuwe verlaagde algemene lestaak, dan hoeft de lestaak van deze docent niet extra te worden verlaagd.Daarnaast zijn er docenten die graag juist meer lesgeven. Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan om met deze docenten daarover afspraken te maken.

Is het aantal uren ontwikkeltijd (dus de 30 + 20 uur) naar rato van de werktijdfactor?

Klopt, als een personeelslid een deeltijdbenoeming heeft, past dat nu ook vaak niet op een geheel aantal lessen. Wat doe je op dit moment met een drieuursvak als de deeltijder nog voor één les ruimte heeft? Dat is en blijft ook na de naar rato toekenning van ontwikkeltijd en maximale lestijdvermindering dus een gesprek tussen medewerker, vakgroep en leidinggevende.

Bepalen de teams helemaal zelf waaraan de ontwikkeltijd wordt besteed?

Nee. Nadat het overleg onder het onderwijzend personeel heeft plaatsgevonden, maken de leraar en leidinggevende afspraken over de inzet van de vrijkomende uren. Dit moet uiteraard ook passen binnen de (onderwijskundige) visie van de school. Vervolgens legt de leraar over de inzet van deze uren jaarlijks verantwoording af als onderdeel van de professionele gesprekkencyclus.

Kunnen de uren ontwikkeltijd, die ieder persoonlijk worden toegekend, worden geclusterd en verdeeld over een kleinere groep docenten (indien de MR hiermee instemt)?

Ja, dit is mogelijk. De leraar en leidinggevende maken in overleg (op individueel niveau) afspraken over de inzet van de vrijkomende uren voor het aankomende schooljaar. Deze uren worden als afzonderlijk deel in de jaartaak opgenomen, als het onderdeel Onderwijsontwikkeling, -verbreding, en –verdieping. Over de invulling van de vrijkomende uren vindt in eerste instantie binnen het onderwijsgevend personeel overleg plaats. Scholen bepalen zelf in welk OP-verband dit het beste kan, dus binnen de lerarenteams, secties of een ander te bepalen samenwerkingsverband van leraren. De MR heeft hierin geen rol.

Bij ons op school lijkt het MT de vrijgekomen tijd te willen invullen met andere taken. Dit lijkt ons inziens niet te kloppen. Dan gaat de werkdruk niet omlaag.

De vrijgekomen tijd is beschikbaar voor onderwijsontwikkeling, -verbreding en -verdieping. Nu is de ruimte en tijd hiervoor vaak onvoldoende terwijl het wel hard nodig is. Dat leidt tot extra werkdruk. Op school wordt met de leraren gesproken over de invulling van deze tijd. Vervolgens maken de leraar en leidinggevende afspraken over de individuele inzet van de beschikbare tijd.

Hoe verhouden zich de uren voor ontwikkeltijd tot de uren voor deskundigheidsbevordering etc.?

De uren voor ontwikkeltijd staan los van de deskundigheidsbevordering in de cao. De vrijgekomen uren worden ingezet als Onderwijsontwikkeling, -verbreding, en –verdieping. Wat de school daaronder verstaat is een gesprek dat binnen de teams en binnen de school plaatsvindt.

Hoe vragen we aan docenten om inzichtelijk te maken hoe ze deze ruimte benut hebben?

De leraar legt verantwoording af als onderdeel van de professionele gesprekkencyclus. De onderwerpen werkdrukverlaging en ontwikkeltijd komen daar terug.