Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Inventarisatie van lacunes in het opleidings- en scholingsaanbod

donderdag 1 maart 2012 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

Betreft: onderzoek in hoeverre het aanbod van opleiding en scholing voldoende aansluit bij de vraag uit het onderwijsveld. Zijn er kenlpunten en hoe kunnen deze mogelijke kenlpunten worden aangepak?akt
Uitgevoerd door: de Erasmus School of Economics In opdracht van: Ministerie van OC&W
Datum: maart 2012


De beschikbaarheid van een adequaat opleidings- en scholingsaanbod is onontbeerlijk voor professionalisering van leerkrachten. Dit is nodig omdat de kwaliteit van de leerkracht sterk bepalend is voor de onderwijsprestaties van de leerlingen.

In dit onderzoek is geïnventariseerd in hoeverre het aanbod van opleiding en scholing voldoende aansluit bij de behoeften (de vraag) uit het onderwijsveld (scholen en leraren), of zich hier knelpunten voordoen en op welke wijze deze mogelijke knelpunten dan kunnen worden aangepakt.

Onderzoeksmethode
In het onderzoek zijn alle relevante partijen van de vraag- en aanbodzijde betrokken. Er is een literatuurstudie gedaan, er zijn 15 face-to-face en 8 telefonische gesprekken gevoerd en er is met het Flitspanel een internetenquête gehouden onder docenten en schoolleiders.  

Conclusies
De conclusie uit het onderzoek is dat de aansluiting tussen aanbod van en vraag naar bachelors, masters en scholing in een aantal opzichten onvoldoende is. Vooral op de prioritaire beleidsterreinen van OCW is het huidige aanbod van bachelors en masters onvoldoende passend. Er is wel voldoende aanbod van (kortere) cursussen. Met name op het terrein van opbrengstgericht werken en op de prioritaire beleidsterreinen die voor het mbo zijn geformuleerd, zijn er weinig of geen geschikte bachelors en masters. De discrepanties tussen vraag en aanbod betreffen bij bachelors en masters daarnaast ook de inhoud, de vorm en de bekostiging.  

Ook het aanbod van nascholing sluit niet altijd aan bij de scholingsbehoefte van leraren in het po, vo en mbo, omdat deze teveel gericht is op de individuele leerkracht en te weinig op teamscholing. Ook voor scholing geldt dat deze vanuit de optiek van de leraar praktijkgericht moet zijn en direct toepasbaar in hun dagelijkse werkzaamheden. Tot slot zou het scholingsaanbod nog te veel gericht zijn op het traditionele onderwijsmodel, terwijl dit meer en meer uit het schoolbeeld verdwijnt.  

Grote scholings- en opleidingsbehoefte
De onvervulde scholings- en opleidingsbehoefte bij leraren is vrij groot. De redenen zijn vooral van persoonlijke aard (problematisch om een studie te combineren met werk en gezin).Twee andere, vaak genoemde redenen hebben te maken met de medewerking van de schoolleiding: scholen zouden onvoldoende of geen budget voor scholing hebben en leidinggevenden zouden geen toestemming voor deelname aan scholing willen geven. Dit lijkt in strijd met CAO-bepalingen op het gebied van scholing.  
Als het vanaf 2012 niet meer mogelijk is om korte opleidingen te volgen met subsidie uit de Lerarenbeurs, zullen om de eerder genoemde redenen bachelor- en masteropleidingen niet volledig kunnen voorzien in het gat dat dan ontstaat.  

Aan de vraagkant opteren in de praktijk zowel docenten als de school voor kortere scholing. Alleen verschillen de leraren en de scholen voor een deel van mening over welke cursussen het meest zinvol zijn. Dit heeft deels te maken met verschillende belangen: de leraar is meer gericht op zijn loopbaan (alhoewel hij geen behoefte heeft aan lange opleidingen die hiervoor belangrijk zouden kunnen zijn) en de school meer op de actuele behoeften van de school. Door het verschil in de belangen van leraren en scholen is het moeilijk aan te geven aan welke scholing en opleidingen in het bestaande aanbod veel of weinig behoefte is. Het probleem is zelfs nog gecompliceerder doordat scholen van sommige thema’s beweren dat leraren er weinig behoefte aan hebben, terwijl leraren zelf aangeven dat ze er wel behoefte aan hebben. Dit gebrek aan afstemming tussen leraren en scholen maakt voor aanbieders de vraagarticulatie onhelder en vermindert aldus de transparantie van de scholingsmarkt. Maar ook aan de aanbodkant spelen factoren die de aansluiting bemoeilijken en de scholingsmarkt minder transparant maken. Wat kortere cursussen betreft is er een heel groot aanbod dat tamelijk ondoorzichtig is.