Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Onderzoek: Diversiteit aan arbeidsovereenkomsten in het onderwijs

maandag 19 december 2011 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

In opdracht van: Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO)
Uitgevoerd door: Bureau SEOR
Datum onderzoek: 19 december 2011

Dit onderzoek is een verdieping op het verkennend onderzoek uit juni 2010. Doel is inzicht te krijgen in de mate waarin tijdelijke en flexibele contractvormen worden ingezet in het onderwijs en de achtergronden van de inzet. Een tweede doel is om na te gaan welke voor- en nadelen in de praktijk optreden bij het gebruik van tijdelijke en flexibele contractvormen. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een enquête onder onderwijsinstellingen, case studies en (groeps)interviews.

Conclusies:

  • Omvang en aard flexibele contractsvormen
    Het grootste deel van het personeel in het onderwijs heeft een vast dienstverband. Het aandeel personeel met een tijdelijk of flexibel dienstverband verschilt per sector: primair onderwijs 6 % in fte, voortgezet onderwijs 13 %, mbo 16 % en in het WO rond 45%. Het grootste deel van de niet-vaste contracten betreft tijdelijke aanstellingen binnen de CAO (tijdelijk arbeidscontract, oproepkracht, stagiair en leraar in opleiding).
  • Ontwikkeling in flexibele arbeid
    In de afgelopen vijf jaar is in het onderwijs als geheel het aandeel van zowel tijdelijke contracten (binnen de CAO) als ook flexibele contracten (buiten de CAO) toegenomen. De meeste onderwijsinstellingen verwachten dat de bestaande trends zullen doorzetten. In het primair onderwijs wordt een stabilisatie verwacht van het aandeel tijdelijke contracten en een afname in het aandeel flexibele contracten. In het voortgezet onderwijs wordt een verschuiving van flexibele contracten naar tijdelijke contracten verwacht, en in het mbo en wo een toename van het aandeel van zowel tijdelijke als flexibele contracten.
  • Voordelen en nadelen flexibele arbeid in de praktijk Als het gaat om deelname aan andere activiteiten dan direct les geven, blijkt dat medewerkers met een tijdelijk contract binnen de CAO nauwelijks verschillen van hun collega’s met een vast contract. Medewerkers met een contract buiten de CAO nemen echter (veel) minder vaak deel aan deze activiteiten. Voor de onderwijsinstellingen tellen de voordelen van de tijdelijke en flexibele contracten sterker dan de nadelen. Als belangrijkste voordelen worden gezien:
    - het beperken van financiële risico’s
    - mogelijkheid om tijdelijke vacatures te vervullen
    - mogelijkheid kwaliteit van nieuw personeel te toetsen
    Uit de interviews en case studies blijkt dat de onzekerheid die gepaard gaat met een
    alternatieve contractvorm het belangrijkste nadeel is voor werknemers.