Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Onderzoeksrapport: Formele gesprekken in het onderwijs

maandag 15 augustus 2011 | Loopbaan & professionalisering

In opdracht van: SBO Sectorbestuur Onderwijsmarkt
Uitgevoerd door: CAOP Research
Datum onderzoek: augustus 2011


Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van en in vervolg op een verkenning uitgevoerd in 2010 naar de stand van zaken rond formele gesprekken en persoonlijke ontwikkelingsplannen (POP’s) in het onderwijs. In de verkenning uit 2010 werd de verwachting uitgesproken dat door de verkorting van de salarislijnen, de versterking van de functiemix en de lerarenbeurs formele gesprekken als functioneringsgesprekken, beoordelingsgesprekken en loopbaangesprekken en POP’s belangrijker zouden worden binnen het primair (po) en voortgezet onderwijs (vo). 

Meer specifiek werd verwacht dat:
  • er meer formele gesprekken en POP’s zouden worden gehouden;
  • deze inhoudelijk relevanter zouden worden;
  • de behoefte eraan zou toenemen;
  • loon en loopbaan meer aandacht zouden krijgen in formele gesprekken en POP’s;
  • er meer concrete afspraken over deze onderwerpen zouden worden gemaakt.

Op basis hiervan is dit onderzoek opgezet vanuit drie centrale vragen:

  • Hoe worden de formele gesprekken en POP’s ingezet in het onderwijs?
  • In hoeverre is de inzet van formele gesprekken en POP’s veranderd ten opzichte van de situatiezoals beschreven in de verkenning uit 2010?
  • Welke invloed hebben ontwikkelingen als het verkorten van de salarislijnen, de versterking van defunctiemix en de lerarenbeurs volgens werknemers en werkgevers op formele gesprekken enPOP’s in de praktijk op scholen?

In dit onderzoek zijn werknemers en schoolleiders ondervraagd over de inzet van formele gesprekkenen POP’s en de invloed die recente onderwijsontwikkelingen hebben op deze inzet.

Resultaten
In dit onderzoek van CAOP benoemen de onderzoekers de volgende aandachtpunten:

  • Loopbaan en beloning zijn vaak geen onderwerp van gesprek. Door de recentebeleidsontwikkelingen zouden deze onderwerpen meer aan bod moeten komen.
  • Personeelsinstrumenten worden niet bij alle werknemers ingezet. Organisatie- en beheerpersoneel en management hebben minder vaak een formeel gesprek met de leidinggevende en stellen minder vaak een POP op. Daarnaast is de inzet van deze instrumenten afhankelijk van het dienstverband en het functioneren.
  • Er is gebrek aan tijd en faciliteiten om instrumenten goed in te zetten. Daardoor is beleid opscholen ten aanzien van de gesprekkencyclus of POP’s vertraagd of komt het zelfs niet van de grond.
  • Gemiddeld is een vijfde tot een kwart van de werknemers niet tevreden met de formelegesprekken en POP’s. Hoewel het merendeel van de werknemers tevreden is, blijft toch eensubstantieel deel van de werknemers niet tevreden over de gesprekken die ze voeren met deleidinggevende. Vooral de gesprekspartner en het gebrek aan concrete afspraken zijn oorzaken van ontevredenheid. Het verschil tussen de mening van schoolleiders en werknemers over de mate waarin erafspraken over onderwerpen worden gemaakt is groot. Schoolleiders lijken de meesteonderwerpen wel te bespreken met werknemers, maar niet met alle werknemers. Daarnaast wordt ook niet met alle werknemers afspraken over de besproken onderwerpen gemaakt. Dit schept het beeld dat formele gesprekken en POP’s nog niet op een eenduidige manier worden gehouden binnen scholen.
  • Formele gesprekken en POP’s worden belangrijker door recente onderwijsontwikkelingen, maar niet beter. Er worden ook niet meer formele gesprekken of POP’s gehouden.

Op basis van deze aandachtspunten wordt aanbevolen dat de groeiende behoefte aan formelegesprekken en POP’s wordt aangegrepen om het beleid op dit gebied verder te professionaliseren. De inzet van formele gesprekken en POP’s onder alle werknemers moet worden gestimuleerd, maar in het bijzonder bij organisatie- en beheerpersoneel en management. Loopbaangesprekken zouden voor alle werknemersgroepen gestimuleerd moeten worden. Daarvoor dienen scholen het gebrek aan faciliteiten aan te pakken en de scholen die het nog onvoldoende op de rails hebben staan, dienen dat alsnog te doen. Daarnaast is er aandacht nodig voor de competentie van leidinggevenden om formele gesprekken en POP’s goed op te zetten en uit te voeren. Echter, ook werknemers moeten worden gewezen op de eigen verantwoordelijkheid in dergelijke gesprekken. Het onderwerp beloning zou in deze gesprekken niet geschuwd moeten worden.