Arbo Vo 294

Veilig en vitaal werken

Werken tijdens de Corona-pandemie

Werken tijdens de Corona-pandemie

Inleiding

De vo-scholen gaan – onder voorwaarden – vanaf 2 juni weer open. In een gezamenlijk protocol beschrijven de VO-raad en de onderwijsbonden waaraan werknemers en leerlingen zich in het schoolgebouw en in het leslokaal moeten houden om besmetting te voorkomen. Op deze website geeft Voion informatie over hoe vo-scholen veilig en gezond aan het werk kunnen tijdens de Corona-pandemie.

Wat zegt de Arbowet?

Vanuit de Arbowet heeft het schoolbestuur de plicht – voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd – het werk zo te organiseren dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer. De werkgever voert beleid dat erop is gericht zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden te scheppen waarbij risico’s zoveel mogelijk bij de bron worden aangepakt; d.w.z. dat de oorzaken van eventuele risico’s worden weggenomen. Alleen als dat niet mogelijk is, volgen andere, eerst collectieve en pas daarna individuele, beschermingsmaatregelen.

Zolang er geen vaccin tegen het Corona-virus beschikbaar is, is bronaanpak niet mogelijk. Ook de regel om thuis te blijven bij klachten geeft geen volledige garantie op het buitensluiten van virusdragers. Daarom zijn de collectieve (gedrags)regels en organisatorische maatregelen de best haalbare.

Bij de keuze van de genomen maatregelen schrijft de Arbowet voor dat deze gebaseerd moeten zijn op de ‘stand van de wetenschap en professionele dienstverlening’. Voor wat betreft de gevaren van de Corona-pandemie vertegenwoordigt het RIVM deze stand der wetenschap; dit is het aangewezen instituut waar alle kennis wordt verzameld en dat richtlijnen opstelt. Het RIVM adviseert over de omstandigheden waaronder het veilig is om te (gaan) werken.

Inventariseer de risico’s en tref maatregelen: RI&E en plan van aanpak

Het Corona-virus is een gevaar voor de volksgezondheid. Het RIVM heeft dat risico geïnventariseerd en gewogen. Op basis van de adviezen van het RIVM heeft het kabinet een nationaal plan van aanpak gemaakt; de intelligente lockdown inclusief gedragsregels die horen bij een ‘anderhalvemetersamenleving’.

Nu vo-scholen open mogen, vergt dat van individuele scholen een eigen plan van aanpak. In het 'Protocol van de sociale partners: Opstart vo’ zijn een aantal verplichtingen en verschillende adviezen voor de te treffen maatregelen in de school opgenomen. Aanvullend daarop hebben de sectorraad Praktijkonderwijs, de Stichting Platform VMBO en Lecso een servicedocument opgesteld voor het opstarten van het praktijk- en beroepsonderwijs per 2 juni. Hierin geven zij tips en adviezen op welke wijze het protocol van de sociale partners in de praktijk vorm gegeven zou kunnen worden voor het beroeps- en praktijkonderwijs.

Echter omdat de situatie per school verschilt, blijven de te nemen maatregelen maatwerk! Het schoolbestuur zal, na toepassing van het protocol, (rest)risico’s moeten (laten) inventariseren en evalueren. Dit betekent dat de school op 2 juni de deuren kan openen. Wellicht worden de restrisico’s pas zichtbaar na de opstart van de school en die kunnen ook dan pas worden geïnventariseerd. Ook voor deze knelpunten moet een oplossing worden gevonden om zo veilig mogelijk te kunnen (blijven) werken. Het uitvoeren van het protocol en eventuele eigen maatregelen, zijn aanvullingen op de RI&E en het Plan van aanpak van de school dat moet worden goedgekeurd door een gecertificeerde arbodienst/deskundige en waarop de p(g)mr instemmingsrecht heeft. In verband met de wettelijke verplichtingen op deze onderdelen van de Arbowet, is het goed om deze ook formeel vast te leggen (zie: Toezicht Inspectie SZW op coronamaatregelen). Omdat nu haast is geboden met het uitvoeren van de maatregelen, worden de p(g)mr-en opgeroepen zich flexibel op te stellen m.b.t. gestelde instemmingstermijnen en akkoord te gaan met een toetsing door een arbodeskundige op een door de preventiemedewerker geadviseerd moment binnen het reguliere toetsingstraject van de RI&E (dus niet noodzakelijk voorafgaand aan 2 juni).

In het kader van het blootstellingsrisico aan het Corona-virus kunnen de te nemen maatregelen zowel inrichting-technisch van aard zijn (openstellen van extra in- en uitgangen, vaste looprichtingen aanwijzen, tafels uit elkaar zetten enz.) alsook organisatorische en hygiëne maatregelen betreffen (zoals aangepaste roosters, lunchen in het klaslokaal, gespreide starttijden, instellen schoonmaakregime, beschikbaar stellen van desinfectiemiddelen enz.).

Laat alle geledingen, leerlingen en ouders over mogelijke maatregelen meedenken. Door iedereen de kans te geven mee te denken over de maatregelen, is er kans op originele oplossingen en is de kans groter dat er meer begrip en draagvlak zal zijn voor de te nemen maatregelen.

Vergeet niet eventuele effecten van de maatregelen op andere zaken die in school zijn geregeld, zoals bijvoorbeeld het ontruimingsplan e.d., in kaart te brengen.

Extra aandacht voor werkstress

Het inventariseren en evalueren van de risico’s en het nemen van maatregelen reikt verder dan alleen het inrichten van het anderhalve meter onderwijs om blootstelling en verspreiding van het virus te voorkomen. Ook – of misschien wel juist – bij het werken tijdens de Corona-pandemie kunnen stressverschijnselen ontstaan. Dit kan zijn omdat werknemers niet gewend zijn met nieuwe digitale middelen te werken, omdat werkzaamheden stapelen met het fysiek voor de klas staan én digitaal verzorgen van lessen of omdat de kans op besmetting tot extra spanningen leidt. De mogelijke belasting in de privé-situatie (korte lontjes) of verminderde steun of zelfs rouw heeft ook gevolgen voor de belastbaarheid op het werk. ​

De werkgever moet dan ook de psychosociale arbeidsbelasting (werkstress) t.g.v. het werken tijdens de Corona-pandemie (blijven) inventariseren bij werknemers en maatregelen treffen als er signalen zijn dat de werkstress te hoog oploopt. Tinka van Vuuren schreef hierover het artikel Duurzame inzetbaarheid in het onderwijs in tijden van Corona.

Voor het inventariseren van o.a. stressgerelateerde klachten is in de Arboscan-VO (de branche-RI&E voor het vo) een Quickscan PSA opgenomen.

Voorlichting en instructie

Werknemers zijn verplicht om de aanwijzingen van het schoolbestuur over veilig en gezond werken in de school op te volgen. Omdat de getroffen maatregelen in de school voor een groot deel gedragsregels (en niet uitsluitend technische maatregelen) zijn, licht het schoolbestuur de werknemers (en andere doelgroepen) in over de maatregelen die zij tegen de besmettingsrisico’s heeft getroffen en instrueert hen over hoe de maatregelen na te leven. Dit betekent dat de verschillende doelgroepen (leerlingen, ouders, medewerkers, leveranciers enz.) duidelijk en zo concreet mogelijk wordt verteld, welk gedrag van hen wordt verwacht. Natuurlijk moeten de werkomstandigheden zo zijn ingericht/gefaciliteerd dat iedereen het voorgeschreven gedrag ook daadwerkelijk kan vertonen. D.w.z. dat de uitgevoerde (technische en organisatorische) aanpassingen goed zijn uitgevoerd en benodigde materialen beschikbaar zijn.

Ook geeft het schoolbestuur aan haar werknemers aan welke faciliteiten zij heeft getroffen voor werknemers met stress- en/of angst-gerelateerde klachten. In dit kader heeft de werknemer - ook als hij zich niet ziek heeft gemeld - altijd de mogelijkheid om een (preventie)gesprek met de bedrijfsarts aan te vragen.

Tip voor voorlichting aan leerlingen: Er is een video op YouTube verschenen waarin leerlingen worden voorbereid op wat hen te wachten staat als ze weer naar school gaan.

Het schoolbestuur ziet toe op het naleven van de instructies. Ook monitort en evalueert het schoolbestuur of de maatregelen het gewenste resultaat hebben. Als dat niet het geval is, stelt zij het beleid bij zodat de risico’s tot een minimum beperkt zijn.

Meer informatie:

Geüpdatet: 25 mei 2020