Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Helft instromend personeel vo is jonger dan 35

dinsdag 6 oktober 2015 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Algemeen Voion

Meer dan de helft van het personeel dat instroomt in het voortgezet onderwijs is jonger dan 35 jaar. Van het personeel dat uitstroomt, is meer dan een derde 55 jaar of ouder; 30 procent is jonger dan 35. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Mobiliteit in het voortgezet onderwijs; een nadere analyse van het personeels- en mobiliteitsonderzoek (POMO) 2014, uitgevoerd door CAOP Research in opdracht van Voion.  

Een groot deel van het personeel dat een baan vindt in het vo is jonger dan 35 jaar. Voor een goed begrip van dit cijfer moet wel worden opgemerkt dat de leeftijd van de instromers behoorlijk per functiegroep uiteenloopt. Het management is gemiddeld ouder dan het onderwijzend en het onderwijsondersteunend personeel. Een groot deel van de instromende medewerkers werkt al (gedeeltelijk) in het voortgezet onderwijs. Bijna een op de vijf is schoolverlater. Het grootste deel van de instromers krijgt een tijdelijk contract, zo blijkt uit de analyse.  

Uitstroom
Van het personeel dat uitstroomt, is meer dan een derde 55 jaar of ouder. Een groot deel van deze medewerkers verlaat de sector vanwege pensionering en verricht daarna dan ook geen betaalde arbeid meer. Daarnaast is er een grote groep uitstromers (ruim 30 procent) die jonger zijn dan 35 jaar. Hun uitstroom is voornamelijk het gevolg van het aflopen van het tijdelijke contract. Deze werknemers verrichten na uitstroom wel nog betaalde arbeid, over het algemeen weer in het voortgezet onderwijs.

Interne mobiliteit
Van het zittende personeel blijkt het grootste deel niet van functie te veranderen. Het management verandert vaker intern van functie dan het onderwijzend en het onderwijsondersteunend personeel. Onder personeel dat vrijwillig van functie verandert, is ruim 46 procent nul tot twee jaar werkzaam in de functie. Personeel dat vrijwillig van functie is veranderd, is bovendien vaak jonger dan 35 jaar.  

Aanbevelingen
Een goed functionerende arbeidsmarkt in het vo – met voldoende (gekwalificeerd) personeel – heeft baat bij instroom én behoud van personeel. Ook het tegengaan van voortijdige uitstroom is belangrijk. Enkele belangrijke aanbevelingen op een rij:
  1. Verhoging van de instroom
    Instromend personeel vindt vooral een baan door te reageren op een vacature op het internet of doordat ze door vrienden of relaties worden geattendeerd op een vacature. Instromers kiezen vooral voor het voortgezet onderwijs vanwege de inhoud van het werk en de mate van zelfstandigheid. De analyse laat zien dat mogelijke sectoren voor de werving van nieuw personeel de zakelijke/commerciële dienstverlening, het primair onderwijs, de detailhandel, groothandel en horeca en gezondheids- en welzijnszorg zijn.
  2. Behoud van personeel
    Personeel dat op zoek is naar een andere baan, is – in vergelijking met vo-medewerkers die niet van baan willen veranderen – vooral ontevreden over de mate van invloed binnen de organisatie, de loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en de aandacht voor persoonlijk welzijn. Organisaties die personeel willen behouden doen er goed aan extra aandacht te besteden aan deze factoren.
  3. Tegengaan voortijdige uitstroom
    Een groot deel van de uitstomers verlaat de sector terwijl ze jonger zijn dan 35 jaar. Vaak zijn ze slechts nul tot twee jaar werkzaam in het vo. Deze medewerkers verlaten de organisatie vooral omdat hun tijdelijke contract afloopt (27,1 procent). Personeel dat zelf ontslag neemt of zelf heeft besloten om het tijdelijke contract niet te verlengen, doet dit vooral uit onvrede over de manier van leidinggeven. Ook ontevredenheid over informatievoorziening en communicatie in de organisatie speelt een belangrijke rol. 

Meer informatie