Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Loopbaan & professionalisering

CAO Voortgezet onderwijs

CAO voortgezet onderwijs

In de CAO voorgezet onderwijs zijn belangrijke bepalingen opgenomen over professionalisering van onderwijspersoneel. Zo ontvangen docenten een vrij te besteden jaarlijks basisbudget van 600 euro en 83 klokuren voor deskundigheidsbevordering en scholing. Onderwijsondersteunend personeel (OOP) krijgt hiervoor 500 euro en 40 klokuren.
Personeel kan zelf beslissen hoe zij het basisbudget en de uren inzetten. De middelen gebruiken voor opgedragen professionaliseringsactiviteiten is uitsluitend mogelijk als de werknemer daarmee instemt.
De afspraken over professionele ontwikkeling en deskundigheidsbevordering zijn vastgelegd in hoofdstuk 17 van de CAO VO 2016 – 2017. De tabel biedt een overzicht van de CAO-artikelen die ingaan op professionalisering van onderwijspersoneel.

Tabel CAO VO 2016-2017

Deskundigheidsbevordering en professionalisering-sactiviteiten (artikel 17.1) Onder deskundigheidsbevordering en professionaliserings-activiteiten wordt in deze paragraaf in ieder geval verstaan:
a. formele scholing: cursussen, trainingen, conferenties en
daarmee gelijk te stellen activiteiten op school-, team, afdelings- of sectieniveau;
b. activiteiten gericht op het verbeteren van of   reflecteren op de uitvoering van de opgedragen werkzaamheden: intervisie, peer review, coaching of andere daarmee gelijk te stellen activiteiten op school, team, afdelings- of sectieniveau;
c. deelname aan (digitale) netwerken, activiteiten van vak- en   beroepsverenigingen;
d. literatuurstudie, bestudering van vakliteratuur.
Collectief professionaliseringsplan(artikel 17.2) 1. Jaarlijks wordt ten minste 10% van de personele lumpsum (De personele lumpsum betreft de personele basisbekostiging, die een bevoegd gezag van het ministerie van OCW ontvangt. Dit betreft de vaste voet plus de direct aan leerlingaantallen gerelateerde bekostiging. Aanvullende bekostiging hoort niet bij de personele lumpsum) besteed aan deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten in tijd en geld.

2. Op bestuursniveau worden in overleg met de P(G)MR ten minste een keer per vier jaar de kaders afgesproken waarbinnen professionalisering wordt georganiseerd. Hierbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
a. wat de ontwikkelingsdoelen van de organisatie en die van werknemers in onderlinge samenhang zijn;
b. de wijze waarop de faciliteiten voor de collectieve en individuele activiteiten ter beschikking worden gesteld;
c. hoe deze ontwikkelingsdoelen zich verhouden tot de eisen die aan de organisatie worden gesteld en de visie van de organisatie daarop.

3. Deze kaders worden op schoolniveau jaarlijks en in overleg met de PMR nader inhoudelijk uitgewerkt in een collectief professionaliseringsplan.

4. Jaarlijks wordt verantwoording over de besteding van middelen afgelegd in het jaarverslag.
Persoonlijk professionaliseringsplan (artikel 17.3) 1. De werknemer maakt over zijn deskundigheidsbevordering en persoonlijke professionaliseringsactiviteiten ten minste eenmaal per drie jaar afspraken met zijn leidinggevende. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd in een persoonlijk professionaliseringsplan. In de gesprekkencyclus wordt aandacht besteed aan de voortgang van de gemaakte afspraken.
 
2. In het persoonlijk professionaliseringsplan worden in ieder geval afspraken gemaakt over:
a. welke professionaliseringsactiviteiten gedurende de looptijd van het professionaliseringsplan zullen worden ondernomen;
b. op welke wijze deze activiteiten bijdragen aan de wensen van de werknemer voor zijn professionele ontwikkeling en employability enerzijds en anderzijds passen binnen de ontwikkelingsdoelen van de organisatie;
c. hoe de professionaliseringsactiviteit wordt gefaciliteerd.

3. Werknemers met een opleiding tot en met mbo-niveau krijgen de gelegenheid om een EVC-traject te volgen. Indien nodig kan dat na vijf jaar worden herhaald.

4. Werknemers met een opleiding lager dan MBO2-niveau krijg de gelegenheid om een startkwalificatie te behalen op kosten van de werkgever.
Persoonlijk basisrecht in uren (artikel 17.4) 1. Een leraar heeft per schooljaar binnen de voor hem geldende jaartaak recht op ten minste 83 klokuren ten behoeve van deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten.
 
2. Een leraar beslist zelf hoe hij het in lid a bedoelde basisrecht inzet. Het basisrecht kan uitsluitend worden ingezet voor opgedragen professionaliseringsactiviteiten als de werknemer daarmee instemt.

3. Een werknemer in de functiecategorie OOP heeft recht op veertig klokuren. Lid 2 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.

4. De werknemer verantwoordt zich achteraf in de reguliere gesprekkencyclus over de wijze waarop hij het basisrecht heeft aangewend voor deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten.
Persoonlijk basisrecht in geld (artikel 17.5)

1.  Een leraar heeft per schooljaar recht op € 600 voor deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten. Hij kan dit gebruiken voor alle vormen van deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten. Het budget kan ook aangewend worden voor activiteiten in het kader van het lerarenregister.

2. Een leraar beslist zelf hoe hij dit budget inzet. Het budget kan uitsluitend worden ingezet voor opgedragen professionaliseringsactiviteiten als de werknemer daarmee instemt.
3. Een werknemer in de functiecategorie OOP heeft per schooljaar  recht op € 500. Lid 2 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.

Toekenning basisrecht in tijd en geld (artikel 17.6) Het basisrecht wordt per schooljaar toegekend. Indien de werknemer geen gebruik maakt van het basisrecht gedurende het schooljaar waarin het recht is toegekend, komt het te vervallen. Dit is slechts anders indien hierover afwijkende afspraken zijn gemaakt.
Opgedragen professionaliseringsactiviteiten(artikel 17.7) 1. Opgedragen professionaliseringsactiviteiten vinden plaats binnen de jaartaak van de werknemer.

2. De kosten hiervan in tijd en/of geld komen voor rekening van de werkgever.

3. In afwijking van artikel 6.1. lid 2 worden de faciliteiten niet berekend naar rato van de betrekkingsomvang.
Professionalisering en taakbeleid (artikel 17.8) 1. Het basisrecht in tijd en geld is een individueel minimumrecht, toe te kennen naar rato van de betrekkingsomvang conform artikel 6.1 lid 2. Het taakbeleid als bedoeld in artikel 8.1 lid 3, meer specifiek het onderdeel d. deskundigheids-bevordering, wordt daardoor niet gewijzigd. Bestaande afspraken over het taakbeleid blijven in stand en kunnen slechts gewijzigd worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.1 lid 5.

2. In die gevallen waarin sprake is van een taakbeleid waarbij onderdeel d niet ten minste het persoonlijk basisrecht voor professionalisering bedraagt, dient aangetoond te worden dat de individuele leraar of OOP’er beschikt over het aantal uren conform zijn basisrecht dat hij naar eigen keuze kan inzetten. Dat betekent dat deze uren herkenbaar moeten terugkomen in andere onderdelen van het taakbeleid (voor- en nawerk, overige taken).

Startende leraar

Voor de professionalisering van starters is een specifieke bepaling opgenomen over lesreductie:
  • beginnende leraren krijgen in het eerste jaar 20% lesreductie en in het tweede jaar 10% (artikel 8.3).