Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Education at a Glance 2017

maandag 18 september 2017 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

Betreft: OESO-rapport Education at a Glance 2017 waarin de onderwijsstelsels van 35 OESO-landen en 11 partnerlanden vergeleken worden.
Uitgave: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)
Datum: september 2017

Education at a glance (EAG) is de jaarlijks meest volledige internationale vergelijking op het terrein van onderwijs. Hiervoor wordt Nederland in eerste instantie vergeleken met landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau en vergelijkbare cultuur. Maar ook zijn de twee rijkste landen van de OESO, de VS en Japan, in de vergelijking opgenomen. Ieder jaar komen een aantal vaste onderwerpen aan bod, zoals deelname aan onderwijs, opleidingsniveau van de bevolking, uitgaven aan onderwijs, salarissen van leraren, aansluiting op de arbeidsmarkt en internationale mobiliteit. Ieder jaar is er ook een aantal nieuwe onderwerpen. Het centrale thema in 2017 is studierichting (field of education).

Enkele conclusies
Minister Bussemakers concludeert op basis van EAG 2017 dat Nederland internationaal gezien een sterke onderwijspositie inneemt. Ze ziet dat er ook ruimte is om nog beter te worden. Wat dat betreft zijn de conclusies van EAG in lijn met de in 2016 gepubliceerde internationale onderzoeken naar vaardigheden in het primair onderwijs (TIMSS) en voortgezet onderwijs (PISA).

Uitgaven aan onderwijsinstellingen per leerling zijn zeer doelmatig
De uitgaven van Nederland liggen licht boven het OESO-gemiddelde. Ook op andere indicatoren, zoals publieke en private uitgaven aan onderwijsinstellingen als percentage van het bbp – het deel van de welvaart dat een land uitgeeft aan onderwijsinstellingen – is de positie van Nederland net boven het OESO gemiddelde. We duiden dit als zeer doelmatig: met iets meer dan gemiddelde uitgaven bereiken we in Nederland een bovengemiddeld resultaat.

Opleidingsniveau van de bevolking
Gemiddeld is in de OESO-landen 43 procent van de 25-34 jarigen hoogopgeleid. Nederland zit hier met 45 procent net boven.

Nederland kent een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt
In de meeste landen van de OESO, waaronder Nederland, geldt dat hoe hoger opgeleid, hoe lager de werkloosheid is. In Nederland is het percentage werkenden voor alle opleidingsniveaus hoger dan het OESO-gemiddelde.

Studierichting
De studiekeuze van studenten verschilt sterk per land. In Nederland kiest het grootste deel (29 procent) van de studenten voor een studie binnen de richting “Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening”. Daarnaast is ook de richting “Gezondheidszorg en welzijn” populair. Voor Nederland valt verder op dat ten opzichte van andere landen er weinig hoogopgeleiden en eerstejaars studenten zijn in de bètatechnische richtingen, die aangeboden worden door hogescholen, technische en algemene universiteiten. Het aandeel bètatechnische eerstejaars studenten is de afgelopen jaren wel toegenomen.

Salarissen en lesuren van leraren internationaal vergeleken
In EAG wordt het salaris van leraren vergeleken met werknemers met een gelijk opleidingsniveau (‘relatieve salaris van leraren’). De OESO concludeert dat de salarissen van leraren in Nederland in alle fases van hun carrière weliswaar boven het OESO-gemiddelde liggen, maar dat het salaris op alle niveaus achterblijft bij werknemers met een gelijk opleidingsniveau.
Het aantal lesuren dat leraren in het voortgezet onderwijs per jaar werken is relatief hoog. Leraren hebben 750 lesuren, ongeveer 100 lesuren meer dan het OESO-gemiddelde in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

De belangrijkste beelden uit EAG voor Nederland zijn gepubliceerd op www.trendsinbeeldocw.nl. Hierop staan onder andere internationale vergelijkingen van deelname aan het onderwijs, uitgaven en opbrengsten van het onderwijs en lerarensalarissen.