Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Eerste vervolgmeting naar de professionele ruimte in het vo

zondag 8 september 2013 | Loopbaan & professionalisering

Betreft: Eerste vervolgmeting naar de professionele ruimte in het vo
In opdracht van: CAOP / Voion
Uitgevoerd door: ResearchNed
Datum rapport: september 2013  

In navolging van het Actieplan Leerkracht! zijn in het Convenant LeerKracht van Nederland afspraken gemaakt om de professionele ruimte van de leraren te vergroten. Concreet gaat het bij de professionele ruimte van leraren om de vrijheid van leraren om binnen de kaders van wet- en regelgeving en de visie van de school, vorm te geven aan hun onderwijs. In 2009 is voor het eerst de professionele ruimte van leraren in kaart gebracht door middel van de nulmeting Zeggenschap in po, vo, mbo en hbo. In 2013 komt daar met dit rapport een vervolg op voor het voortgezet onderwijs.

Het onderzoek richt zicht op leraren en schooldirecteuren in het voortgezet onderwijs. In totaal hebben 1091 vo-leraren een online vragenlijst ingevuld. Met acht directeuren zijn, aanvullend op de enquete, telefonische interviews gehouden. In onderstaande samenvatting geven we de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek weer.  

Zeggenschap op papier en in de praktijk
Ten opzichte van 2009 neemt de mate waarin leraren formeel mee mogen beslissen over bepaalde protocollen (omgaan met individuele problemen van leerlingen, leerlingvolgsysteem, afhandeling van klachten, adviezen vervolgonderwijs/studiekeuze en disciplinaire maatregelen) af. Hun invloed op de inhoud van de les(stof), de volgorde van de lesstof en de te volgen didactiek is daartegenover ten opzichte van vier jaar eerder vaker formeel vastgelegd. Ook in de dagelijkse praktijk geven leraren aan dat ze over deze onderwerpen daadwerkelijk meer te zeggen hebben gekregen.  

Waardering van de professionele ruimte en belemmeringen bij het volledig benutten ervan Leraren zijn in meerderheid tevreden (t.o.v. 2009 onveranderd) over de mate waarin ze invloed hebben op de aspecten die het dichtst bij hun primaire taak staan (volgorde lesstof, lesinhoud, didactiek). Ontevredenheid (t.o.v. 2009 verbeterd) over de zeggenschap is veelal terug te voeren op een ervaring van top-down besluitvorming waarbij leraren zich niet gehoord voelen, onduidelijke besluitvormingslijnen en soms te strikte regels en protocollen. Leraren die behoefte hebben aan meer zeggenschap, koppelen dat vooral aan de behoefte aan (meer) inspraak bij onderwijskundig beleid, bij personeelsbeleid en over didactiek. Ze geven vrijwel allemaal aan dat de verantwoordelijkheid voor leerstofinhouden strikt bij de leraren zelf ligt en een meerderheid vindt daarnaast dat het onderwijs breed gedragen moet worden door alle leraren.  

Naar een cultuur van meer zeggenschap
De weg naar meer ruimte voor de zeggenschap van leraren, vraagt om een verandering in de cultuur van dialoog en samenwerking binnen scholen en een vorm van leiderschap die de ruimte biedt voor inbreng. De rol van de schoolleider is ten opzichte van 2009 niet wezenlijk veranderd, leraren zijn daarover net als in 2009 in grote lijnen tevreden: leidinggevenden geven genoeg ruimte om te professionaliseren en om leraren zelf beslissingen te laten nemen. Wel vinden leraren dat de schoolleiding nog vaak te veel regels en protocollen verkiest boven het oordeel van de leraren zelf. De cultuur/het klimaat op school is meer in beweging: leraren vinden enerzijds vaker dat collega’s wat over elkaars manier van lesgeven te zeggen hebben, maar anderzijds ervaren ze in afnemende mate dat kennis wordt gedeeld op school en dat de schoolleiding in staat is het werk van iedere leraar op waarde te schatten. Volgens inschatting van de leraren heeft bij ruim één op de vijf scholen professionele ruimte al voet aan de grond gekregen. Zo’n 45 procent van de scholen is daarmee ook al een flink eind op weg en op de overige 35 procent is het nog zoeken naar de juiste manier om het binnen de school vorm te geven. Zowel de cultuur als ook de rol van de leiding gaan daarbij hand-in-hand met de ontwikkeling van professionele ruimte: hoe meer ‘open’ de school op deze punten, hoe verder men al gevorderd is bij de invoering van professionele ruimte voor leraren.  

Leraren zijn vrijwel allemaal op enigerlei wijze bezig met de eigen professionalisering, al wordt dit in weinig gevallen ook formeel vastgelegd in een document als het bekwaamheidsdossier. In tegenstelling tot dit beeld van de leraren, geven de geïnterviewde schoolleiders aan dat het hen juist tegenvalt hoe actief de leraren zelf hun professionalisering ter hand nemen. Wat betreft de interne verantwoording zien we dat het gebruikelijker wordt om elkaars functioneren te bespreken. Tegelijk wordt in vergelijking met 2009 het teamoverleg minder gebruikt voor kwaliteitsverbetering en is het ook minder gebruikelijk geworden om bij elkaar in de klas te kijken. Kijken we naar overlegmomenten op school, dan zien we op de meeste scholen in elk geval ruimte voor een wekelijks informeel overleg en maandelijkse teamvergaderingen en/of vaksectiebesprekingen. In gesprekken met de leidinggevende wordt meer besproken dan in 2009, ook worden er vaker concrete afspraken gemaakt om zaken ook echt tot uitvoering te brengen. In een overkoepelende analyse van de tevredenheid over zeggenschap vinden we dat er een significant verschil in de tevredenheid tussen de twee meetjaren is, dat ook overeind blijft als wordt gecorrigeerd voor diverse andere kenmerken. Meest van invloed op de tevredenheid over zeggenschap is de positief ervaren rol van de leidingingevende en de cultuur op school. Een hogere mate van interne verantwoording heeft opmerkelijk genoeg juist een negatief effect: meer verantwoording lijkt de pret van het meer zeggenschap hebben wat te drukken.  

Lees meer in het volledige onderzoeksrapport, zie hieronder.

Zie ook: