Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Kiezen voor zij-instromers is een principiële keuze

dinsdag 15 januari 2013 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

“Daar is je lokaal, daar is het koffiezetapparaat en ik zie je straks bij de lunch.” Nog steeds is dit de introductie die een deel van de zij-instromers op hun eerste werkdag krijgen. Natuurlijk, als ze hulp nodig hebben, kunnen ze er altijd om vragen. Volgens Annemiek Beersma van Hogeschool Windesheim, is dat de manier om draaideur-zij-instromers te creëren; zij-instromers die het onderwijs snel weer verlaten. Sinds 2009 is zij als coördinator zij-instroom bij Windesheim verantwoordelijk voor de trajecten voor zij-instromers; ze heeft daarom intensief contact met de scholen in de regio. In dit artikel vertelt zij waaraan goede trajecten voor zij-instromers moeten voldoen.

Zorg voor een vliegende start
“Scholen en lerarenopleidingen moeten echt willen investeren in zij-instromers”, begint zij haar verhaal. Dat lijkt een open deur, maar dat is het geenszins. “Natuurlijk willen scholen hun vacatures opvullen maar een combinatie van veel verschillende klassen en versnipperde lesuren is niet optimaal voor een beginnende docent. Een zij-instromer die daarin stapt, is in veel gevallen gedoemd te mislukken. Scholen moeten zich realiseren dat zij-instromers komen om het vak te leren en dat vraagt  een bepaalde visie, organisatie en aanpak. Investeren in begeleiding is één van de belangrijkste succesfactoren. Een zij-instromer is aan het leren en moet daarom qua belasting worden ontzien, dus geen lastige klassen, in het eerste jaar geen mentoraat, geen sportdagen organiseren en zoveel mogelijk parallelklassen zodat ze niet elke les hoeven voor te bereiden. Het is belangrijk om gunstige voorwaarden te creëren voor een vliegende start. Op de scholen waar op deze manier wordt gewerkt, is de uitstroom beduidend lager.” Ook de opleiding heeft volgens Beersma een taak. “Zij-instromers kiezen niet alleen voor een nieuw beroep, maar ook voor een nieuwe studie. De lerarenopleiding heeft dus een belangrijke taak om ervoor te zorgen dat zij-instromers een goed beeld hebben van de studie en ook vanuit de opleiding optimale begeleiding krijgen. Ze hebben vaak geen idee van wat een studie inhoudt en hoeveel tijd die kost. Dat speelt ook een grote rol.”  

Carrièreswitchers en zij-instromers
Voordat ze nader ingaat op de succesfactoren, wil ze helder omschrijven wat een zij-instromer feitelijk is. Dat is volgens haar essentieel, omdat door de verwarring daarover er zowel bij de school als bij de zij-instromers verkeerde verwachtingen ontstaan. “Er is een grote groep carrièreswitchers, die in deeltijd studeren en stage lopen. De lerarenopleiding van Windesheim heeft circa 300 volwassen deeltijdstudenten die zich per jaar aanmelden voor een opleiding. Zij-instromers vormen een aparte groep. Het zijn mensen met een relevante hbo- of wo-opleiding die de overstap maken naar het onderwijs. Daar gaan ze werken als onbevoegd docent en moeten dan binnen twee jaar in een competentiegericht maatwerktraject een tweedegraads lesbevoegdheid halen. Wij hebben dit jaar ongeveer twintig van dergelijke trajecten. Zij kiezen voor een traject als zij-instromer omdat ze meestal een gezin hebben en dus afhankelijk zijn van een inkomen. Voor de studie hebben zij slechts beperkte tijd, want ze staan meteen voor de klas. Dat zijn meteen de twee belangrijkste risico’s die zij-instromers tot een kwetsbare groep maakt. Ze moeten geld verdienen en zijn daarom geneigd meer uren te werken dan eigenlijk verstandig is. Scholen maken daar nogal eens gebruik van om ervoor te zorgen dat er in ieder geval een docent voor de klas staat. De school zou zij-instromers tegen zichzelf in bescherming moeten nemen en er voor moeten zorgen dat ze voldoende tijd hebben voor hun studie. Ik spreek soms studenten die beginnen met een baan van een redelijke omvang en al vrij snel meer dan een volledige fte aan het werk zijn. Als ik naar de totale groep carrièreswitchers kijk, dan moet ik helaas constateren dat vijftig procent al in het eerste jaar afhaakt. Zij hebben vanuit verkeerde verwachtingen een foutieve keuze gemaakt en de combinatie van leren en werken valt ze vaak tegen.”
 
Interne structuur
Veel scholen willen wel zij-instromers aannemen, maar zijn terughoudend vanwege de verplichtingen. Ze bieden dan hooguit een stageplaats aan om eerst de kat uit de boom te kijken. Beersma: “Als iemand niet voldoet kan een stage makkelijk beëindigd worden, in tegenstelling tot een dienstverband. Het is een keuze die voortkomt uit de waan van de dag, de druk om de problemen hier en nu op te lossen. Kiezen voor zij-instromers zou echter een principiële keuze moeten zijn vanuit de vraag of iemand vanuit een ander beroepenveld iets toe te voegen heeft aan de school. Deze mensen komen vanuit een heel andere bedrijfstak en brengen die kennis en ervaring mee. De scholen die het goed doen, en daar zijn er gelukkig ook een heleboel van, hebben een duidelijke langetermijnvisie en een goede interne begeleidingsstructuur. Er zijn op deze scholen mensen die tijd en gelegenheid krijgen om over dit soort dingen na te denken. De scholen die op deze manier te werk gaan en zich niet laten leiden door de waan van de dag zijn in staat succesvolle trajecten voor zij-instromers te organiseren. Ze krijgen daardoor mensen binnen die gemotiveerd zijn en in potentie geschikt voor het vak. Natuurlijk zijn het bij binnenkomst geen topdocenten, maar ze krijgen de gelegenheid om in het vak te groeien. Zij-instromers die zich gezien voelen binnen een school slagen ook en behalen binnen de termijn hun bevoegdheid.”  

Managen van verwachtingen
Als scholen in een advertentie zetten dat zij-instromers mogen solliciteren, reageren er veel mensen die denken dat het onderwijs misschien wel iets voor ze is. Zeker in deze crisistijd kiezen mensen volgens Beersma voor het onderwijs vanuit het idee van ‘veiligheid’. “Zorgen dat mensen een realistisch beeld krijgen van wat ze als docent te wachten staat, is een eerste vereiste. De hoge uitval in het eerste studiejaar bewijst dat veel carrièreswitchers een verkeerd beeld hebben van het onderwijs en de studie. De meesten hebben een beeld van hun eigen schooltijd of van de school van hun kinderen. Die perceptie maakt dat ze geen realistisch beeld hebben van wat de hele dag lesgeven feitelijk betekent. Velen realiseren zich pas tijdens de studie dat het onderwijs helemaal niet zo’n goede keuze is.” Succesvolle trajecten voor zij-instromers beginnen volgens Beersma daarom met het managen van verwachtingen. In de Zwolse regio organiseerde Windesheim samen met knelpuntregio IJssel Veluwe ‘Zin in lesgeven’, een vierdaags kennismakingstraject voor zij-instromers. Beersma: “De deelnemers konden zichzelf leren kennen in de rol van leraar, onder andere door aan elkaar een les te geven. Ook was er gelegenheid om op scholen mee te lopen. Sommigen kwamen erachter dat onderwijs niets voor ze was, terwijl anderen juist in hun keuze werden gesterkt. Een dergelijke opzet leidt ertoe dat mensen een bewuste keuze maken. We onderzoeken nu hoe we er als hogeschool samen met de scholen een goed georganiseerd vervolg aan kunnen geven, door een traject aan te bieden met een deel training en een deel stage. Managen van verwachtingen is wat de scholen en de opleiding samen moeten doen. Er zijn nu ook al wel initiatieven, maar die kunnen we beter op elkaar afstemmen. Ik ben ervan overtuigd dat door een goede aanpak de uitval drastisch zal afnemen. We zijn gezamenlijk namelijk in staat om in zo’n traject aan te geven wie kansrijke kandidaten zijn en wie er beter niet aan kan beginnen. De instroom zal verminderen, maar de kwaliteit van de mensen die echt starten, zal omhoog gaan.”  

Begeleiding
“Goede begeleiding is begeleiding die geregeld is”, aldus Beersma. “Er moeten vaste momenten zijn waarop iemand begeleid wordt. Vaak zie je dat zij-instromers zelf initiatief moeten nemen als ze begeleiding willen. Dat is niet de goede manier. Het moet bijvoorbeeld duidelijk zijn wanneer de begeleider beschikbaar is en wanneer deze lessen observeert en bespreekt. Daarnaast moeten begeleiding en beoordeling niet door dezelfde persoon gebeuren. Soms zie je dat de teamleider de kandidaat begeleidt en ook beslist over diens aanstelling. Het is logisch dat de zij-instromer dan terughoudend is om te praten over wat er niet goed gaat uit angst zijn baan te verliezen.” Niet alleen de begeleiding is essentieel, ook de mogelijkheid om met en van collega’s te leren is van belang. “Intervisie en bij elkaar in de klas kijken, zijn belangrijke onderdelen van succesvolle trajecten. De scholen van een aantal grote besturen in onze regio steken in hun aanpak uit boven de andere scholen. We zien dat dit een aanzuigende werking heeft en veel carrièreswitchers juist met die scholen contact opnemen. Deze scholen laten zien dat het werken vanuit een visie, het managen van verwachtingen en het bieden van een goede begeleiding kansrijk is.”