“Rome was niet in één dag gebouwd, een lerende schoolorganisatie ook niet.” Academie Tien is zo’n acht jaar bezig – en nog steeds elke dag – met het ontwikkelen van een lerende schoolorganisatie. Wat volgens Richard van den Berg (rector Academie Tien) en Ina Cijvat (docent-onderzoeker Hogeschool van Amsterdam) belangrijk is: kleine stappen in combinatie met een stip op de horizon voor grote ambities.
Cultuur en structuur gaan hand in hand bij het toewerken naar een lerende schoolorganisatie. Ina: “Het systeem faciliteert, dat geeft ruimte om te ontwikkelen. En het dwingt af: zo gaan we het doen. Daarmee is structuur essentieel om een cultuur te ontwikkelen.” Richard vult aan: “Dat een lerende schoolorganisatie alleen met cultuur te maken heeft, is te kort door de bocht. Structuur en cultuur beïnvloeden elkaar, je gaat je gedragen naar het systeem waar je je in bevindt.”


Richard van den Berg en Ina Cijvat zijn beiden onderwijsprofessionals. Zij vinden elkaar in onderwijsinnovatie en professionele ontwikkeling van leraren: Ina als onderzoeker vanuit het lectoraat Leren en Innoveren van de Hogeschool van Amsterdam en Richard als rector van Academie Tien.
Professionele teams zijn belangrijk in de structuur van een lerende schoolorganisatie. Zo’n team heeft de verantwoordelijkheid voor het onderwijs aan een deel van de leerlingen. Een ideaal team bestaat uit zo’n zeven collega’s, blijkt uit onderzoek. Ina: Leraren staan vaak vanaf dag één alleen voor de klas. Je professioneel ontwikkelen kan dan onbedoeld iets individueels worden: iedere leraar lost problemen vooral zelf op. Professionele teams doorbreken dat patroon. Wat je bij zulke teams ziet, is dat leraren openstaan voor verandering, zich veilig voelen, zich kwetsbaar opstellen en openstaan voor feedback. Dat versterkt het handelingsvermogen, zorgt voor meer denkruimte en verlaagt de werkdruk zodat je kunt nadenken over het onderwijs. Dan blijven leraren hun lesgeven verder ontwikkelen.” Afbeelding 1 laat zien hoe houding, handelen en werkdruk met elkaar samenhangen.
Afbeelding 1
Bij Academie Tien werken leraren in professionele teams, die ze units noemen. Elke unit bestaat uit zes klassen en een team van circa dertien leraren. Richard: “Elk team start om 8.15 uur de dag. Daarnaast hebben de teams elke week een unitmiddag. Het team is voor leraren hun ‘thuis’ binnen de school waar ze het hebben over pedagogisch-didactisch handelen. Daarbij hoort een open houding en reflectie op elkaars en eigen handelen.”
Binnen professionele teams is een onderzoekende experimentele mindset het uitgangspunt. Richard: “Onderzoek hoeft niet groots te zijn. Het kan gaan om iets uittesten, experimenteren en na twee weken evalueren. Dat lijkt makkelijk, maar dat is niet vanzelfsprekend in de dagelijkse praktijk met een klas vol leerlingen en tig microbeslissingen. Daarvoor heb je die structuur van teams nodig die elkaar regelmatig zien. In een losse teamstructuur met dertig mensen is dat lastiger.”
Een lerende school richt dus naast het onderwijsproces ook expliciet een tweede proces in gericht op het leren van leraren. Het is essentieel om vaste momenten in te roosteren waarin zij zich richten op eigen leer- en verbeterprocessen die bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs. Ina: “Wat in het rooster staat heeft bestaanswaarde. Je creëert een moment dat mensen dienen te gebruiken.” Richard: “Dan gaat die ritmiek door, net zoals het onderwijs aan leerlingen ook altijd doorgaat.”
Hoe bepaal je wat er in de professionalisering van leraren aan bod komt? Dat begint met een visie en intenties (zie afbeelding 2). Richard: “Bij ons was dat een visie op een brede onderbouw waarin leerlingen op meerdere niveaus in de klas leren. We raadpleegden literatuur en vulden dat aan met praktijkwijsheid. Zo kwamen we bij vaardigheden die collega’s dienen te beheersen.”
Inmiddels heeft Academie Tien een professionaliseringscurriculum met meerdere leerlijnen, variërend van pedagogisch handelen in de mini-maatschappij tot onderwijskundig leiderschap. Vijf jaar geleden schreef 60% van de leraren zich in. Richard: “Het wiel begint dan te draaien. De jaren erna steeg het percentage. De mensen die geen voorkeur aangaven, zochten we op. Wat zit daarachter? Dat is een proces van jaren. Nu meldt iedereen zich vanzelfsprekend aan. Het gaat zelfs verder: leraren komen met initiatieven voor het professionaliseringscurriculum.”
Het nemen van tijd om nieuw lesgevend gedrag in te slijpen is cruciaal voor professionalisering. Ina: “Trage tijd om samen te leren en ontwikkelen is belangrijk. Het vaststellen van een visie en intenties is een relatief snel proces, implementatie van lesgevend gedrag is traag. Het moet inslijpen in de dagelijkse routine.” Volgens Richard gaat het aanleren van vaardigheden stap voor stap. “Je kunt niet alle vaardigheden tegelijk leren. Als je één vaardigheid aan het eind van het schooljaar hebt geautomatiseerd, dán verandert het leraargedrag. Het volgende jaar kun je dan starten met een nieuwe vaardigheid.”
Afbeelding 2
Het toewerken naar een lerende schoolorganisatie gaat om tweerichtingsverkeer (afbeelding 2). Ina: “Net zoals het bij inhoudelijke onderwijsinnovatie gaat om de verbinding tussen visie op onderwijs, intenties, onderwijsontwerp en uitvoering in de praktijk (en vice versa), gaat het bij professionalisering om de verbinding tussen de visie op verandering, intenties, veranderkundig ontwerp en uitvoering in de praktijk. De lijn terug is minstens zo belangrijk, juist ervaringen uit de praktijk kunnen het gesprek verdiepen: past dat bij wat we in ons hoofd hebben, levert het op wat we graag willen, vult het onze visie met beelden?”
Richard geeft zelf een professionaliseringstraject binnen het curriculum voor leraren. “Dat is leuk om te doen én het is ideaal om dat tweerichtingsverkeer op te pakken. In de professionaliseringsbijeenkomsten bespreken we praktijkervaringen. Zo zagen we een aantal jaar geleden dat we de diepgang voor een deel van onze leerlingen konden verbeteren. Dat geeft input om de kwaliteitseisen binnen onze grote opdrachten aan te scherpen. Vervolgens trainen we samen hoe je het kwaliteitsbesef bij leerlingen kunt laten toenemen. Zo vormen praktijkervaringen input voor het doorontwikkelen van onze visie en het pedagogisch-didactisch ontwerp.”
Het realiseren van een lerende schoolorganisatie is een cyclisch en messy proces (afbeelding 3). Ina: “Alle fases lopen door elkaar. Daarbij gaan de eerste fases relatief snel, het inslijpen in de praktijk langzaam. Daarom zijn monitoring en evaluatie noodzakelijk: waar sta je? Zo’n proces realiseer je niet van vandaag op morgen.” Richard beaamt dit. “Soms hoor ik mensen zeggen: ‘Dat lukt niet op onze school’. Dat geloof ik niet. Elke school heeft een eigen ecosysteem. Begin met een visie en zet kleine stappen passend in je context om daar te komen.”
Afbeelding 3