Bij Yuverta Klaaswaal hebben ze het lesrooster volledig aangepast, om zo meer ruimte te creëren voor praktijkgericht onderwijs. “We merken dat leerlingen door deze manier van lesgeven meer zelfvertrouwen krijgen”, aldus Annemarie van Es, leerjaar coördinator onderbouw en docent mens en maatschappij. Owen Henschel, eerstejaarsleerling, beaamt dit: “Ik leer hoe ik contact leg met mensen en hoe ik bepaalde activiteiten moet organiseren. Dat kan ik later ook goed gebruiken.”
“We wilden al langer aan de slag met een onderwijsvernieuwing voor de vmbo-basis leerlingen. We merkten dat zij toch wat anders nodig hebben dan andere leerlingen. Er was meer gedragsproblematiek in deze klassen en veel leerlingen zaten niet lekker in hun vel. Ze moesten teveel achter hun bureau zitten, terwijl we zagen dat deze leerlingen juist groeien bij het doen van opdrachten. Dan kunnen ze ook hun talenten inzetten en daarvan krijgen ze meer zelfvertrouwen”, aldus Van Es.

Ze vervolgt: “Bij de vernieuwingen die we wilden aanbrengen, liepen we echter tegen de (wettelijke) kaders van de onderwijsinspectie aan, zoals het aantal uren onderwijstijd dat we moesten halen. In de pilot Onderwijstijd kregen we duidelijk welke ruimte we hadden om hier wél mee aan de slag te gaan. Uiteindelijk hebben we overigens helemaal niet zo veel geschrapt in de onderwijstijd, maar we hebben het onderwijs wel anders vormgegeven.
“De pilot Onderwijstijd gaf ons de ruimte en stimulans om met vernieuwingen in het onderwijs aan de slag te gaan.”
Toen we ons hadden aangemeld voor de pilot Onderwijstijd, zijn we met een groepje van vijf docenten (van elke vakgroep één) gaan brainstormen. Ons uitgangspunt was dat we in de ochtend de theorie wilden behandelen en in de middag alleen maar praktijklessen wilden geven. En op vrijdagmiddag moesten de leerlingen gewoon lekker vrij zijn. Om dat te bereiken moesten de vakdocenten van alle avo-vakken één lesuur theorie per week afstaan. Daarvoor in de plaats hebben we twee keer twee uur in de week aan lesblokken voor ‘Yudoet’ gecreëerd. Ook wilden we twee keer in de week een opstartmoment hebben met de klas.
Dit hebben we vervolgens in een rooster gezet en toen zijn we lesuren gaan tellen. De uitkomst daarvan was eigenlijk best gunstig. De lestijd is eigenlijk niet veel veranderd.”
Van Es vertelt: “De lesblokken ‘Yudoet’ worden door twee docenten gegeven. Ik geef het praktische deel. Leerlingen krijgen dan allemaal losse opdrachten die ze moeten uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van een bingo voor bejaarden, het houden van een modeshow of het bezoeken van een bedrijf en daar vragen stellen. Eerstejaarsleerling Owen vertelt: “We mogen uit een boekje zelf een activiteit uitkiezen die we willen organiseren. Vervolgens voeren we dit ook zelf uit. We bellen of mailen bijvoorbeeld met een bedrijf, berekenen de kosten van een activiteit en vragen de directeur om geld om bepaalde spullen aan te schaffen.”
“Leerlingen organiseren bijvoorbeeld een bingo voor bejaarden, houden een modeshow of bezoeken een bedrijf en stellen daar vragen.”
Van Es vervolgt: “Mijn collega geeft het theoretische deel van ‘Yudoet’. Het heet theoretisch, maar ook dit blok is heel praktisch ingestoken. Dan hebben we het bijvoorbeeld over natuurrampen en dan gaan de leerlingen een rampenmarkt organiseren, waarbij ze over één specifieke ramp een powerpoint presentatie moeten houden.
Een deel van de theoretische lesstof van de avo-vakken die eerder tijdens de reguliere lessen aan bod kwam, is dus nu verwerkt in de ‘Yudoet’ blokken. Dat wordt nu allemaal gegeven door één docent, maar daarnaast hebben we natuurlijk ook de reguliere lessen die nog steeds door de vakdocenten worden gegeven. Verder hebben we de lesstof door het jaar heen in thema’s verdeeld. Denk bijvoorbeeld aan het thema kennismaken aan het begin van het jaar en het thema vakantie aan het einde van het jaar. We wilden echt het onderwijs verbeteren voor de leerlingen. We zien dat leerlingen hierdoor gemotiveerder zijn. Dat werkt ook door in de andere lessen, dus in die zin zou je kunnen zeggen dat de werkdruk voor docenten is verminderd. En als ik voor mijzelf spreek heeft het me meer werkplezier opgeleverd.”
Omdat Yuverta Klaaswaal de pilot heeft gedraaid in het eerste leerjaar, hoefden ouders en leerlingen niet te wennen aan een nieuwe manier van lesgeven. Van Es: “Daardoor hebben we de ouders al ingelicht over deze werkwijze toen we de werving van leerlingen voor het nieuwe schooljaar deden. Verder hebben we ook de ouderraad betrokken en het hele docententeam heeft regelmatig terugkoppeling gekregen van waar we mee bezig waren. Dat verliep allemaal heel soepel.”
De resultaten van de pilot zijn dan ook positief. “Dit blijkt onder meer uit het leerlingentevredenheidsonderzoek”, vertelt Van Es. “De resultaten daarvan waren beter dan vorig jaar. Ook zijn de cijfers van leerlingen niet achteruitgegaan, terwijl ze toch een uur minder theorie krijgen per vak per week. Daarnaast zien we dus dat leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen en dat ze veel beter samenwerken. Ze kennen elkaars kwaliteiten en benutten die ook.”
“Ik leer nu al hoe ik een goede mail opstel of hoe ik een telefoongesprek voer met een bedrijf. Dat kan ik later ook goed gebruiken.”
Owen: “De ‘Yudoet’ blokken maken de lesdagen minder saai. Ik leer hoe ik contact leg met mensen en hoe ik bepaalde activiteiten moet organiseren. Dat kan ik ook later goed gebruiken. Ik leer bijvoorbeeld nu al hoe ik een goede mail moet opstellen of hoe ik een telefoongesprek voer met een bedrijf. Ook vind ik het fijn dat ik niet alleen maar hoef te luisteren, maar tijdens deze lessen met vrienden kan praten en samen met hen dingen mag organiseren.”
De pilot zal volgend jaar dan ook verder worden uitgerold naar het tweede leerjaar van de vmbo-basisklas. Van Es: “Ik zou het helemaal mooi vinden als we dit uiteindelijk kunnen invoeren in de hele onderbouw, dus ook het vmbo kader en het vmbo gemengde leerweg, maar zo ver zijn we nu nog niet.”
En wat zou Van Es aanraden aan andere scholen die een nieuwe invulling willen geven aan de onderwijstijd? “Kijk meer naar de leerling. Het gaat altijd maar over de docenten en hoe zwaar zij het hebben. Maar leerlingen, die hebben het soms pas zwaar. Het onderwijs is al zo lang hetzelfde en ik denk dat deze generatie leerlingen echt behoefte heeft aan iets anders. En dan niet iets op de computer, dat doen ze al genoeg in hun vrije tijd. Ze moeten weer leren bellen of mailen naar een bedrijf. Naar een bedrijf toe gaan en daar met mensen praten. Dat is veel waardevoller, ook voor hun toekomst.”