Nieuws

Tijdelijk geen ‘boete’ op eerder stoppen met werken

woensdag 10 februari 2021 | Onderwijsarbeidsmarkt | Veilig en vitaal werken

De ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ staat werkgevers toe om met oudere werknemers afspraken te maken over eerder stoppen met werken, zonder dat daar een heffing (RVU) over betaald moet worden. Het kabinet wil met deze wet meer keuzevrijheid in het pensioenstelsel bieden. Doordat ook de AOW-leeftijd minder snel stijgt, kunnen meer mensen op een gezonde manier hun pensioen halen.

De Eerste Kamer stemde op 12 januari jl. in met de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’.
De wet geldt voor de periode 2021 t/m 2025. In die periode geldt ook de ‘Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden’ (MDIEU). Met de MDIEU wil het Kabinet bereiken dat sociale partners afspraken maken waardoor zoveel mogelijk mensen straks gezond werkend hun pensioen kunnen bereiken door te investeren in duurzame inzetbaarheid.

Vrijstelling van de RVU-heffing
Met de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ wordt het voor werkgevers mogelijk om met oudere werknemers afspraken te maken over eerder stoppen met werken, zonder dat daar een heffing over betaald moet worden. Van 2021 tot en met 2025 betalen werkgevers géén heffing over regelingen voor vervroegde uittreding (vrijstelling van de RVU-heffing van 52%) tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW.

Voorwaarden voor vrijstelling
Voorwaarde hiervoor is dat uittreding plaatsvindt in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd. Werknemers krijgen dan als het ware eerder AOW, betaald door de werkgever. Zij kunnen dit zelf aanvullen, bijvoorbeeld met spaargeld of door hun aanvullend pensioen eerder in te laten gaan. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan de zorgen van werknemers die niet hebben kunnen anticiperen op de verhoging van de AOW-leeftijd en niet gezond kunnen blijven werken tot de AOW-leeftijd.
Als werkgevers gebruik willen maken van deze mogelijkheid, dan moeten daar binnen hun CAO of binnen hun organisatie afspraken over gemaakt worden (waarbij vakbonden respectievelijk PMR-en betrokken zijn). Die afspraken binnen de RVU-regeling van de organisatie kunnen extra eisen bevatten met betrekking tot doelgroep, looptijd enz. (zoals minimum diensttijd, minder dan 36 maanden voor AOW enz.).

Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
In totaal stelt de minister voor de MDIEU (Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid & Eerder Uittreden (MDIEU) | uitvoeringvanbeleidszw.nl) 964 miljoen euro beschikbaar gedurende de periode van vijf jaren. Samenwerkingsverbanden van sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) in branches en sectoren kunnen een subsidieaanvraag doen voor activiteiten gericht op duurzame inzetbaarheid én desgewenst voor RVU’s.
Het kabinet gaat er van uit dat de sociale partners het beste weten waar in hun sector de uitdagingen voor de duurzame inzetbaarheid van werknemers liggen; welke (groepen van) werknemers als zwaar ervaren werk verrichten en of werkgevers knelpunten ervaren bij het bieden van RVU’s aan werknemers die hier behoefte aan hebben.
Sociale partners stellen activiteitenplannen op voor hun sector waarin zij beschrijven welke instrumenten voor welke werkgever en/of werknemers beschikbaar zijn. Voorafgaand aan het indienen van activiteitenplannen, bestaat de mogelijkheid voor sectoren om een sectoranalyse uit te voeren.

Koppeling tussen preventieve- en ontzie-maatregelen
Bij het opstellen van de MDIEU bewust gekozen voor een koppeling van financiële ondersteuning voor activiteiten gericht op het bevorderen van duurzame inzetbaarheid met de verruiming van de RVU-regeling. Subsidieaanvragen door sociale partners voor enkel eerder uittreden zullen dus niet worden gehonoreerd; de totale subsidieaanvraag moet voor ten minste 25% betrekking hebben op activiteiten betreffende duurzame inzetbaarheid.

Verschil in cofinanciering: 50% en 25%
De subsidie betreft een cofinanciering. Activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van duurzame inzetbaarheid worden voor 50% gesubsidieerd, de kosten voor een RVU-regelen worden met 25% gesubsidieerd. Overigens is een subsidieaanvraag die enkel betrekking heeft op duurzame inzetbaarheid (dus zonder RVU’s) wel toegestaan.

Sectoranalyse en subsidieaanvraag
Van 1 februari t/m 26 februari 2021 kunnen sociale partners een subsidie aanvragen voor een sectoranalyse. Sociale partners in het vo hebben inmiddels besloten (m.b.v. Voion) tot het indienen van een subsidieaanvraag voor deze cofinanciering.

Daarna is het vanaf 1 juni 2021 – in verschillende tijdvakken – voor sociale partners mogelijk om subsidie aan te vragen voor activiteitenplannen voor duurzame inzetbaarheid en RVU’s. Besluitvorming of sociale partners in het vo hiervan gebruik zullen maken, heeft nog niet plaatsgevonden en zal mede afhangen van de resultaten van de sectoranalyse. Mocht de sector vo besluiten tot het indienen van activiteitenplannen, dan zullen scholen uitgebreid worden geïnformeerd hierover en in de gelegenheid worden gesteld hierin te participeren.

Zie ook de Handreiking voor uitvoering Regelingen voor vervroegd uittreden (RVU’s).