Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

IPTO: bevoegdheden en vakken in het vo

dinsdag 5 december 2017 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

Betreft: Rapport IPTO: bevoegdheden en vakken in het vo, peildatum 1 oktober 2016
In opdracht van: Ministerie OCW
Uitgevoerd door: CentERdata
Datum rapport: november 2017

Dit rapport heeft als kernthema het met IPTO gemeten percentage bevoegd gegeven lessen in het voortgezet onderwijs, met als peildatum 1 oktober 2016. IPTO staat daarbij voor de Integrale Personeelstelling Onderwijs die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) jaarlijks laat uitvoeren. Het betreft een telling op alle scholen in het voortgezet onderwijs (vo), waarbij voor al het lesgevend personeel gegevens worden verzameld omtrent bevoegdheden en vakken. Daaronder vallen ook het praktijkonderwijs (pro) en de internationale schakelklas (isk).

In het onderstaande worden de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek besproken voor het vo exclusief pro en isk. Daarbij wordt met betrekking tot de bevoegdheidssituatie onderscheid gemaakt naar bevoegd, benoembaar (de wettelijk geregelde uitzonderingen) en onbevoegd.

Bevoegdheid
Van de lesuren waarvoor een bevoegdheid kan worden vastgesteld vinden we dat 86,8% bevoegd gegeven wordt. 8,3% van de lesuren wordt benoembaar gegeven. De personen die deze lessen geven zijn veelal in opleiding, maar men kan ook onderbevoegd zijn, dat wil zeggen eerstegraads les geven met een tweedegraads bevoegdheid voor dat vak. Bij 4,8% van het totaal aantal lesuren gaat het om lesuren die onbevoegd gegeven worden. In ongeveer de helft van de onbevoegd gegeven lesuren is overigens sprake van een docent die wel over een onderwijsbevoegdheid beschikt voor een ander vak.

Onderwijstype
Het vmbo kent het laagste aandeel bevoegd gegeven lesuren (83,2%) en het vwo het hoogste percentage (92,1%). Het percentage onbevoegd gegeven lessen is het hoogst op het vmbo (7,2%). Dit percentage ligt bij havo en vwo duidelijk lager met 3,0% resp. 2,3%. Op de havo is daarbij ten opzichte van het vwo sprake van relatief veel benoembaar gegeven lesuren (9,4% tegen 5,6%).

Ontwikkeling bevoegdheid
Ten opzichte van 2015 is het percentage onbevoegd gegeven lessen met 0,3 procentpunt gedaald, het percentage benoembaar gegeven lessen met 1,4 procentpunt gestegen en het percentage bevoegd gegeven lessen met 1,1 procentpunt gedaald. De grootste verschuiving heeft dus plaatsgevonden van bevoegd naar benoembaar, waarbij deze verschuiving het grootst is op het vmbo.

Vak
De top drie vakken met het hoogste percentage onbevoegd gegeven lesuren wordt gevormd door Maatschappijleer (9,8%), Wiskunde (8,0%) en het combinatievak Natuurkunde/Scheikunde (7,8%). De (qua lesuren) grote vakken als Engels en Nederlands kennen een hoger dan gemiddeld percentage onbevoegd gegeven lesuren. Het percentage onbevoegd gegeven lesuren is voor deze vakken respectievelijk 5,7% en 5,3% en ligt daarmee 0,9 resp. 0,5 procentpunt hoger dan het gemiddelde.

Leeftijd
Met betrekking tot de relatie tussen bevoegd gegeven lessen en leeftijd is vermeldenswaardig dat in de leeftijdsgroep tot 35 jaar vaker dan gemiddeld onbevoegd wordt lesgegeven: in deze groep wordt 7,7% van de lesuren onbevoegd gegeven (en 79,4% bevoegd). De hoogste leeftijdsgroep kent nog steeds het laagste percentage onbevoegd gegeven lesuren. Omdat deze groep in de nabije toekomst gaat uitstromen, zal hierdoor het bevoegdheidspercentage ook in de toekomst nog onder druk blijven staan.

Combinaties van bevoegd en onbevoegd lesgeven
Een combinatie van bevoegd/benoembaar en onbevoegd lesgeven door dezelfde persoon komt voor bij 2,8% van de personen; 92,8% van de personen geeft uitsluitend bevoegd/benoembaar les. 4,4% van de personen geeft uitsluitend onbevoegd les (dit komt vooral voor in de groep tot 35 jaar).

Regio
Er is sprake van grote regionale verschillen. Het hoogste percentage onbevoegd gegeven lessen op het vmbo doet zich voor in de stad Utrecht (21,6%), gevolgd door de stad Den Haag (16,4%).


Lees ook de Kamerbrief over voortgang Lerarenagenda 2013-2020.