Voion Logo
zoek

Inspiratie

type icon

Bredere oriëntatie zorgt voor hogere betrokkenheid leerlingen op het Sprongcollege

maandag 8 juni 2026 | Onderwijsarbeidsmarkt | Algemeen Voion

Een hogere betrokkenheid van leerlingen en daardoor meer werkplezier voor leraren. Dat heeft de pilot Onderwijstijd opgeleverd voor het Sprongcollege. Wat begon als een kleine pilot in de derde klas, wordt nu verder uitgebreid binnen de school. Met als doel dat leerlingen zich breder kunnen oriënteren op de arbeidsmarkt.

Aan het begin van het schooljaar 2025-2026 startte het Sprongcollege, een kleinschalige school voor praktijkonderwijs in Deurne, met de pilot Onderwijstijd. Ze brachten het aantal lesuren per week van de derde klas terug van 31 naar 28 uur. Hierdoor kregen zes medewerkers de ruimte om deel te nemen aan een werkgroep die ervoor moest zorgen dat derdeklassers zich beter konden oriënteren op het werkveld.

Verschillende korte stages

Jojanneke Kuijpers, onderwijsassistent en lid van de werkgroep: “Op dit moment lopen de leerlingen van de derde klas drie dagen stage op één plek. Hieraan voorafgaand hebben ze lessen werknemersvaardigheden gekregen, waarin ze onder andere leerden sollicitatiegesprekken te voeren. Ook hebben ze korte snuffelstages gelopen bij een bedrijf, een hotel en een supermarktketen. We rouleerden deze plekken in twee- of drietallen, zodat de leerlingen kennis konden maken met verschillende stageplekken. Ook hebben we een keer een bezoek gebracht aan een zorginstelling, waar we een rondleiding kregen. We hebben de leerlingen dus zoveel mogelijk oriënterende plekken kunnen bieden, voordat ze hun eigen stageplek konden kiezen.”

Meer initiatief bij leerlingen en ouders gelegd

Karlijn Heijkers, teamleider bovenbouw: “Die uitgebreide sectororiëntatie is dus echt nieuw. De vaste stageplek in het derde leerjaar hadden de leerlingen voorheen ook al. Daarin zijn we in de regio overigens wel uniek. Bij de meeste scholen hier in de buurt lopen de leerlingen pas in het vierde jaar stage. Wat ook veranderd is, is dat voorheen wij de stageplekken regelden en dat het initiatief vooral bij ons lag. Nu hebben we het initiatief veel meer bij de leerlingen en de ouders gelegd. Dit leverde een hogere betrokkenheid en een groter netwerk aan stageplekken op.”

“We hebben meer initiatief bij de leerlingen en de ouders gelegd. Dit leverde een hogere betrokkenheid en een groter netwerk aan stageplekken op.”

 

Heijkers vervolgt: “Daarnaast zijn we meer gaan samenwerken met andere scholen. Zo hebben onze leerlingen twee keer een les techniek mogen volgen via één van onze andere deelscholen en hebben er vier leerlingen mogen mee lopen bij HBR (horeca, bakkerij, recreatie). Je merkt dat er langzaam wat meer deuren voor onze leerlingen open gaan. Die samenwerkingen willen we in de toekomst meer gaan opzoeken. Hierdoor kunnen we onze leerlingen een nóg bredere oriëntatie geven.”

Meer betrokkenheid van leerlingen

En is er al iets te zeggen over de effecten van de pilot? Heijkers: “Eén van de doelen van de pilot was dat we hoger wilden scoren in het tevredenheidsonderzoek van de leerlingen. En uit ons laatste tevredenheidsonderzoek blijkt dat deze klas ontzettend positief heeft gescoord. Dat is heel fijn, want dat is voor ons een belangrijk meetinstrument.”

Kuijpers: “We merken ook dat de betrokkenheid van leerlingen in algemene zin is verbeterd. Dit zien we aan hoe ze zich in de school en tijdens de lessen gedragen. Het programma sluit nu veel meer aan op de behoeften die zij hebben. En doordat we ze dit kunnen bieden, is de coulance groter. Dit werkt ook door in de reguliere lessen, waardoor de docenten die deze vakken geven er ook profijt van hebben. Daarnaast zien we dat de relaxte houding van deze leerlingen weer effect heeft op andere leerlingen in de school, waardoor er eigenlijk een soort sneeuwbaleffect ontstaat.”

“Door de hogere betrokkenheid en motivatie van leerlingen, is de werkdruk van docenten wat afgenomen.”

 

Heijkers vult aan: “Doordat de betrokkenheid en motivatie van leerlingen nu hoger is, is er wat werkdruk afgegaan bij de docenten. Ook voor de mentor is het veel prettiger geworden om deze groep te begeleiden. In die zin heeft de pilot dus ook meer werkplezier opgeleverd voor docenten.”

Verdere uitrol van brede arbeidsmarktoriëntatie

Heijkers: “Het succes van de pilot heeft ervoor gezorgd dat er nu een plan bij de medezeggenschapsraad ligt om dit definitief in te voeren voor de derde klas. Daarnaast gaat de werkgroep aan de slag met de uitrol van de bredere arbeidsmarktoriëntatie naar de vierde klas. We blijven dus de overgebleven lesuren inzetten voor de werkgroep, zodat we de pilot verder kunnen uitbreiden naar de andere klassen. Daarnaast hopen we natuurlijk dat de derdeklassers van volgend jaar weer net zo goed functioneren binnen deze opzet als de derdeklassers van dit jaar. Dat is altijd weer spannend, maar vooralsnog voorzie ik geen gekke dingen. We zijn blij met de uitkomsten die de pilot ons heeft opgeleverd.”

 

Overzicht praktijkverhalen