Op het Edith Stein College zitten leerlingen met maar liefst 72 verschillende nationaliteiten. Ook het personeelsteam is divers. “Op onze school is diversiteit een gegeven, wat echt telt is hoe we met verschillen omgaan”, benadrukt Noura Boutaibi, docent aardrijkskunde en coördinator docentenbegeleiding. Om inclusiviteit te bevorderen, is het essentieel dat leerlingen en medewerkers met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek blijven.
Bram van Welie, directeur van het Edith Stein College: “Onze belangrijkste activiteit op het gebied van diversiteit en inclusie is eigenlijk gewoon, wie wij zijn en wat onze visie op een goede school is. Wij zijn een brede school: we bieden onderwijs voor vmbo, havo en vwo én we hebben een Internationale Schakelklas (ISK). Daar leren leerlingen die uit het buitenland komen in maximaal twee jaar genoeg Nederlands om door te stromen naar het reguliere onderwijs.”
De school als ontmoetingsplaats
Hij vervolgt: “Onze school is superdivers, waarmee ik bedoel dat de meerderheid een minderheid is. Van de 1.020 leerlingen hebben er maar vier geen migratieachtergrond. Dat is dus de enige groep die wij missen. Ook sociaal-economisch zijn we heel divers: we hebben relatief veel leerlingen uit armoedepostcodegebieden, maar ook kinderen van diplomaten en expats. Al die leerlingen gaan hier samen naar school. In die zin is onze school echt een ontmoetingsplaats.
Ons personeelsteam is ook divers. 49 van de 121 collega’s hebben een migratieachtergrond. In zekere zin sturen we daar op. We spreken in vacatures geen voorkeur uit voor bijvoorbeeld een collega van kleur, maar we geven wel graag kansen. Zo staan er bij ons asielzoekers uit Irak, Iran en Syrië voor de klas. We verlagen de lat niet, maar we durven wel risico’s te nemen. Omdat we weten dat onze docenten rolmodellen zijn voor onze leerlingen én omdat diversiteit ons team als geheel sterker maakt.”
“We geven graag kansen. Zo staan er bij ons asielzoekers uit Irak, Iran en Syrië voor de klas.”
De kracht van ontmoeting
Van Welie: “Onze naamgever, filosoof Edith Stein, is een belangrijke inspiratiebron. In haar werk benadrukte ze empathie en de kracht van ontmoeting: dat je je moet inspannen om de ander te begrijpen. Niet altijd makkelijk, maar wel de moeite waard. Want natuurlijk wordt er ook hier wel eens tegen schenen geschopt of op tenen getrapt, zowel bij leerlingen als bij collega’s. Daarom vinden we het heel belangrijk om op een professionele manier het gesprek met elkaar aan te gaan. Vorig jaar heeft een werkgroep van docenten daar nog een opleiding voor gedaan. Wij noemen dat het ECG, dat staat voor Edith’s Constructieve Gesprek. Hierin staan handvatten voor het voeren van zo’n professioneel gesprek. Bijvoorbeeld dat je voorafgaand aan het gesprek de doelen helder hebt en dat je ervoor zorgt dat je in een ruimte bent waar je een professioneel gesprek kan voeren, dat het veilig is. Dat zijn eigenlijk hele logische dingen, maar het helpt om hier scherp op te blijven.”
Aandacht voor diversiteit in inductieprogramma
Boutaibi vult aan: “Ook in ons inductieprogramma besteden we veel aandacht aan diversiteit en inclusie. Onze docenten worden drie jaar lang begeleid door gecertificeerde coaches en we hebben intervisiegroepen waarin docenten in een veilige setting alles met elkaar kunnen bespreken. Daarbij vinden we het heel belangrijk dat iedereen er mag zijn en dat iedereen zich gehoord voelt. Daarnaast bespreken we uitgebreid de theorie rondom lesgeven in de grootstedelijke superdiverse context en kijken we vervolgens hoe we dit kunnen toepassen in de praktijk. Dus we geven de docenten ook praktische handvatten mee om ervoor te zorgen dat ze daadwerkelijk met het onderwerp diversiteit aan de slag kunnen. Daarbij gaat het er bijvoorbeeld om dat docenten zich bewust zijn van hun eigen referentiekader en de methodes die ze gebruiken en dat ze ook aandacht hebben voor andere perspectieven en leefwerelden.”
Introductie van een stilteruimte
Een ander initiatief is de invoering van een stilteruimte. Van Welie vertelt: “We zagen steeds meer leerlingen bidden op plekken in de school waar dat niet altijd prettig was. Ons ongeschreven beleid was dat we hen verzochten dit buiten de school te doen, maar wettelijk gezien mag je een kind bidden niet verbieden. In de praktijk gedoogden we het dus. Tegelijk merkten we dat collega’s daar verschillend over dachten. Sommige collega’s waren bang dat de stilteruimte groepsdruk zou veroorzaken, waardoor andere leerlingen zich ook verplicht zouden voelen om te bidden. Andere collega’s waren juist groot voorstander van een stilteruimte en hadden hier zelf ook behoefte aan.
We zijn als schoolleiding het gesprek aangegaan en hebben gekeken naar ons schoolplan. Eén van de speerpunten is dat we de kracht van diversiteit verder willen benutten. Want divers zijn is één ding, maar inclusie vraagt om actie. Daar moet je iets voor doen. Daarom hebben we een werkgroep gevormd onder begeleiding van een externe voorzitter met ervaring in polariserende vraagstukken. In deze werkgroep zaten collega’s, maar bijvoorbeeld ook een rector van een andere school en ikzelf. We hebben er bewust voor gekozen om collega’s met verschillende visies op de introductie van een stilteruimte uit te nodigen voor de werkgroep. ”
Ruimte bieden aan weerstand
Van Welie: “Met die werkgroep hebben we het vraagstuk over het wel of niet introduceren van een stilteruimte zorgvuldig afgepeld: waarom zouden we wel of geen aparte ruimte beschikbaar stellen, wat zijn de zorgen en wat is het kader vanuit het bestuur? Het bestuur gaf aan dat de keuze aan ons was, zolang we binnen de wet bleven en niemand zouden uitsluiten. Het moest dus geen gebedsruimte worden, maar een plek voor stilte en bezinning. Zo ontstond het idee voor een stilteruimte, waar leerlingen en medewerkers kunnen bidden of mediteren.“
“Er was angst dat de stilteruimte groepsdruk zou veroorzaken, waardoor andere leerlingen zich verplicht zouden voelen om ook te bidden.”
Dat idee hebben we getoetst bij ouders, leerlingen, collega’s en de medezeggenschapsraad,” vervolgt hij. “In die gesprekken boden we ruimte aan emotie en aan rationele en irrationele weerstand, bijvoorbeeld als het gaat om die eerdergenoemde groepsdruk. Maar wij zeiden: waar pubers zijn, is groepsdruk. Het is onze pedagogische taak om daarmee om te gaan, angst daarvoor mag niet leidend zijn. Daarom zijn we een pilotjaar gestart. Alle zorgen bleken ongegrond. Sinds dit jaar is de stilteruimte onderdeel van ons structurele beleid. Dat hebben we bewust pragmatisch gehouden: vaste openingstijden, gesloten in de pauzes om drukte te voorkomen en maximaal tien leerlingen tegelijk.”
Niet bang voor het ongemak
Wat willen Van Welie en Boutaibi andere scholen meegeven die met diversiteit en inclusie aan de slag willen? Boutaibi: “Geef ruimte aan de verschillende stemmen vanuit verbinding en vertrouwen. Het is belangrijk dat iedereen zich gehoord en thuis voelt op school.”
Van Welie vult aan: “En dat kan heel goed, maar je moet het als school wel organiseren. Geef die ontmoeting een duwtje in de rug en wees niet bang voor het ongemak.”