Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Halverwege: duurzaam inzetbaar in de 2e helft van je loopbaan

dinsdag 14 april 2015 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Veilig, gezond & vitaal werken | Algemeen Voion

Met verschillende projecten ondersteunt Platform Rijnstreek de aanpak van knelpunten op de regionale onderwijsarbeidsmarkt. Onder de scholen in de regio slaat het project ‘Halverwege’ goed aan, een training die erop is gericht de duurzame inzetbaarheid van onderwijspersoneel te vergroten. Specifiek voor medewerkers die ‘halverwege’ hun loopbaan zijn.  

‘Super-enthousiast’
De oorsprong van ‘Halverwege’ ligt bij CSG De Goudse Waarden uit Gouda, dat de training heeft ontwikkeld in samenwerking met het Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden (IVLOS) van de Universiteit Utrecht. Tijdens een startbijeenkomst van Platform Rijnstreek presenteerde rector Jos Berg ‘zijn’ Halverwege aan de andere scholen: “De aanwezigen waren super-enthousiast. Bijna alle aanwezige scholen tekenen erop in.” Jos Berg, tevens projectleider van Halverwege, begrijpt dat wel: “Schooldirecties en besturen willen gewoon iets kunnen betekenen voor hun medewerkers, ervoor zorgen dat ze in de wedstrijd blijven. Dat is precies wat Halverwege doet.”  

Tweede helft
“De vergrijzing is in deze regio best sterk, terwijl de instroom voor sommige vakken gering is”, vertelt Liesbeth Bloeme, programmanager van Platform Rijnstreek. “We hebben onze mensen in de tweede helft van hun loopbaan dus heel hard nodig. Daarom hechten we zoveel waarde aan duurzaam personeelsbeleid, al geldt dat onafhankelijk van de arbeidsmarktsituatie natuurlijk ook. Jos Berg valt haar bij: “Mensen moeten zich sowieso blijven ontwikkelen, omdat het onderwijs en de wereld om ons heen ook voortdurend innoveren. En we weten dat binnen de doelgroep, veertig- tot vijftigjarigen het risico op uitval toeneemt. Zo halverwege hun statistische leeftijd gaan veel mensen meer reflecteren op hun leven, hun energiehuishouding verandert en werk en privé zijn niet altijd in balans. Dan is het nog belangrijker dat je op een ontwikkelingsgerichte manier blijft nadenken over je toekomst.” Die ontwikkelingsgerichte manier van denken (professioneel, maar ook privé) is dan ook een speerpunt in de training.    

De training
De training wordt gegeven door telkens twee trainers, terwijl het aantal deelnemers wordt beperkt tot zo’n tien à vijftien mensen, vertelt Jos Berg: “Vooral omdat er in die sessies zoveel gebeurt en wordt gedeeld. De deelnemers gaan tijdens Halverwege echt intensief met hun eigen ontwikkeling aan de slag.” Dat is een van de redenen waarom de trainers met iedere geïnteresseerde een intakegesprek voeren: “Halverwege is voor mensen in bepaalde situaties niet de meest geijkte keuze. Daar willen we eerlijk in zijn.” De training zelf bestaat uit vijf dagen waar telkens zo’n vier weken tussen zitten. In de tussentijd krijgen de deelnemende docenten ‘huiswerk’ mee. Waarna ze hun ervaringen tijdens de volgende bijeenkomst met elkaar kunnen delen. Jos Berg: “Al doende bouwen ze een portfolio op; een persoonlijk ontwikkelingsplan waarmee de deelnemers na afloop terugkeren in de organisatie. Het is cruciaal dat de docenten op dat moment leidinggevenden treffen die actief meedenken over de praktische invulling van dat portfolio, en er een gesprekkencyclus is waarin het kan terugkomen.”  

Afstemming
Jos Berg: “We willen alle scholen binnen een afzienbare periode bedienen. Dat vergt vooral een goede planning en afstemming. Onze trainers zijn zelf allemaal werkzaam op scholen en daarnaast speelt de interne situatie van scholen een rol. Om Halverwege goed tot zijn recht te laten komen, is het belangrijk dat de organisatie in balans is en de directie na afloop van de training goed haar rol richting de deelnemers kan oppakken. Als je dus een verhuizing van de school voorbereidt of net een bestuurswisseling achter de rug hebt, kun je dit beter niet inplannen.”  

Effect
Halverwege vergroot volgens Jos Berg vooral het welbevinden van de deelnemers, doordat de training hen in staat stelt hun professionele groei ook op latere leeftijd door te zetten. Jos Berg: “De formule erachter is vrij eenvoudig: als jij met plezier naar je werk toegaat en ervaart dat je werkgever je als mens en vakman erkent, ben je minder vaak ziek en ga je langer door.” Op CSG De Goudse Waarden ziet Jos Berg dat effect terug in een gestage daling van het ziekteverzuim: “We zaten ooit op twaalf procent, nu is dat goed twee procent. Dat is fantastisch voor de mensen zelf, en ik kan in mijn begroting vijf, zes formatieplaatsen minder reserveren. Vergeleken met die besparingen zijn de kosten van de cursus peanuts.” Niet zo gek dus, dat de meeste scholen in de regio er het volgende jaar meteen mee door willen: “Dat vind ik supermooi,” vertelt Berg. “Ook voor de leerlingen, want het is gewoon heel belangrijk dat er enthousiaste docenten voor de klas staan, waar leerlingen een coach aan hebben die hen op weg naar dat diploma stimuleert in hun hele ontwikkeling.”  

Veranderbereid
Jos Berg: “Als het gaat om de voorwaarden en opbrengsten van duurzaam personeelsbeleid zien we de bewustwording van directies en besturen hier in de regio groeien.” De belangrijkste succesfactoren voor een project als Halverwege zijn volgens Jos Berg een schoolleiding die ‘veranderbereid’ is om echt het psychische, lichamelijke en professionele welbevinden van haar medewerkers voorop te stellen en die een cultuur kent waarin ruimte is voor een open dialoog: “Ongeacht hiërarchische belemmeringen zou je als schoolleider aan je individuele medewerkers moeten kunnen en willen vragen: hoe gaat het met jou, kan ik je ergens bij ondersteunen? Dan spreek je echt over een organisatie waar meer mens-op-maat-werk geleverd wordt.”  

Train de trainer
De enige toevoeging sinds de regionale uitrol van Halverwege is een train-de-trainer-programma, vertelt Liesbeth Bloeme: “Die constructie hebben we ten eerste aangebracht omdat er heel veel scholen op Halverwege hebben ingetekend en we een manier zochten om hen binnen afzienbare tijd te kunnen bedienen. Ten tweede willen we zorgen voor continuïteit in die scholen zelf. Dat lukt het best door mensen in de organisatie de vaardigheden aan te reiken waarmee ze de training zelf kunnen gaan verzorgen. Zo krijgen scholen de gelegenheid om een van oorsprong eenmalig programma tot in lengte van jaren duurzaam in te bedden in hun organisatie en beleid.”

Meer informatie: