Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Het ambacht centraal

donderdag 20 maart 2014 | Loopbaan & professionalisering | Veilig, gezond & vitaal werken | Algemeen Voion

Het Comenius College in Hilversum zet in het traject Werken aan Kwaliteit de professionalisering van docenten centraal. De leraren krijgen de ruimte om hun eigen leervraag te formuleren én te onderzoeken. Met succes.  

Het Hilversumse Comenius College besteedt in het traject Werken aan Kwaliteit (WAK) serieuze aandacht aan de professionalisering van zijn docentenkorps. Daarbij ligt de focus op de kwaliteit van de les en daarmee op het ambacht van de docent zelf. Belangrijk is dat de school leraren de ruimte geeft: docenten formuleren hun eigen leervragen en gaan hier vervolgens mee aan de slag. Dat is wennen, niet alleen voor de leraren, maar ook voor de leidinggevenden, zo beamen conrector bovenbouw Merlijn Verstraeten, afdelingsleider onderbouw Floor Tiesing en docent wiskunde Marco van den Heuvel.  

Het WAK is een succes.
Hoe komt dat? Verstraeten: “Een van de uitgangspunten van het WAK is vrijwilligheid. De eerste groep deelnemers heeft zich op vrijwillige basis opgegeven. Dat bleek een goede zet: er was genoeg animo uit alle geledingen. De groep bestond niet alleen uit jonge honden, maar ook uit zeer ervaren docenten. En alle vakgebieden waren vertegenwoordigd.” Tiesing: “Ook belangrijk is dat de deelnemers hun eigen onderzoeksvraag formuleren en deze vervolgens zelf gaan onderzoeken. Je krijgt dus ruimte om je eigen koers te bepalen. Van den Heuvel: “Als wiskundedocent hield ik altijd wel de ontwikkelingen op wiskundegebied bij. Maar aan het daadwerkelijke docent zijn – het didactische deel van mijn vak – werkte ik eigenlijk niet heel bewust. Het WAK stelt het ambacht juist centraal. Zo heb ik me met een aantal collega’s verdiept in het thema ‘differentiëren’. Onderdeel van ons onderzoek was dat we bij elkaar in de klas gingen kijken. Erg interessant, omdat ik erachter kwam dat dezelfde leerlingen zich bij het ene vak totaal anders gedragen dan bij het andere vak. Dit heeft me op didactisch gebied verder geholpen.”  

Dat klinkt erg mooi. Maar hoe krijg je – naast de enthousiaste vrijwilligers – ook de van nature wat meer afwachtende docenten mee in zo’n traject?
Verstraeten: “Om zo veel mogelijk docenten bij het WAK te betrekken, heeft de eerste lichting deelnemers een studiedag georganiseerd. Zij gaven interactieve workshops over hun project, waarbij iedereen nadrukkelijk werd uitgenodigd om mee te denken en input te leveren.” Van den Heuvel: “Ik merk zelf dat het delen van kennis en ervaring heel inspirerend werkt, ook op mensen die in eerste instantie niet meededen aan het WAK. Niet alleen de beginnende docenten zijn enthousiast, ook mensen die al jaren lesgeven vinden het leuk. Je krijgt mensen in beweging, ook al is de insteek vrijblijvend.” Tiesing: “Organisatorisch gezien is het natuurlijk ook belangrijk om leraren die aan hun eigen ontwikkeling willen werken te faciliteren. Zo hebben we in ons programma voor deskundigheidsbevordering ruimte vrijgemaakt voor het WAK. Daarnaast besteden we tijdens elke studiedag opnieuw aandacht aan het traject. We hebben het WAK echt in de structuur van de school ingebed.”  

Het Comenius College geeft docenten de ruimte om zelf inhoudelijke keuzes te maken voor hun eigen professionalisering. Levert dat geen problemen op?
Verstraeten: “Als management hebben we er bewust voor gekozen om geen regie te voeren op de inhoud van ons kwaliteitstraject. De docenten mogen zelf bepalen wat ze willen onderzoeken en op welk gebied ze zich als docent willen ontwikkelen. Dat vind ik soms best lastig. Ik ben zelf nogal van vooraf te stellen resultaten; daarom ben ik ook leidinggevende. Maar dat moest ik nu noodgedwongen loslaten. Ook voor mij is het WAK dus een leerproces.” Floor Tiesing: “Gelukkig is wel gebleken dat veel belangrijke onderwerpen – ook als je geen inhoudelijke thema’s vastlegt – toch wel naar boven komen. Dat hebben we bijvoorbeeld gezien met vragen op het gebied van motivatie of differentiëren.” Van den Heuvel: “Het feit dat je de ruimte krijgt om zelf je professionalisering ter hand te nemen, zorgt dat mensen uitgedaagd worden om na te denken over hun vak. Voordat we begonnen met het WAK waren er vast ook wel vragen, maar daar werd – mede door de waan van de dag – vaak niets mee gedaan. Het WAK zorgt ervoor dat die vragen nu wel kunnen ontkiemen.” Tiesing: “Als leidinggevende vind ik het soms wel moeilijk om te zien dat mensen worstelen met hun leervraag. Ik heb dan toch de neiging om in te grijpen. Maar dat is bij dit project niet de bedoeling. Docenten moeten hun eigen weg vinden.” Verstraeten: “Belangrijk is dat we het vertrouwen hebben gehad dat het met de inhoud wel goed zou komen. En dat is ook zo. Het WAK heeft al heel wat parels opgeleverd. Een voorrecht om mee te maken.”

Bron: Magazine VO in ontwikkeling, Voion, maart 2014