De ideale schooldag voor leerlingen creëren; dat was het uitgangspunt voor het Montessori Lyceum Oostpoort bij deelname aan de pilot Onderwijstijd. Om dit te bereiken, kiezen ze voor vakoverstijgend onderwijs en het clusteren van lessen. Deze verandering hebben ze ingezet volgens de principes van Deep Democracy.

“We merkten dat het pedagogisch klimaat binnen onze school aandacht vroeg”, vertelt Bart Steur, deelschoolleider van de vmbo basis onderbouwklassen. “Leerlingen werden pittiger en we hadden het idee dat dat te maken had met het aantal lesuren dat zij kregen. Als de concentratie op is, dan is het niet raar dat het voor een docent ook harder werken wordt om leerlingen bij de les te houden.”
Hij vervolgt: “Terwijl we daar als team mee bezig waren, kwam de pilot Onderwijstijd voorbij. We hebben dit toen aan de docenten van de vmbo basis en vmbo kader onderbouwklassen voorgelegd. Daar kwam uit dat zij unaniem achter de keuze stonden om ons aan te melden voor de pilot. Ze zagen dit als een mooie kans om met meer tijd en samenwerking tot de ideale schooldag voor leerlingen te komen.”
Casper Sombroek, deelschoolleider van de vmbo kader onderbouwklassen: “We hadden als onderbouwteam het idee dat het voor de leerlingen het beste zou zijn om te starten om 9:20 en af te ronden om 14:20. Dan kom je op 25 lesuren per week uit. Vervolgens was het natuurlijk de vraag hoe we van de 32 à 33 lesuren per week tot die 25 lesuren kwamen. Daarvoor hebben Bart en ik drie opzetjes met denkrichtingen gemaakt die we hebben voorgelegd aan de docenten. Zij gaven toen aan dat ze kansen zagen in het clusteren van een aantal vakken.” Sara El Bali, docent biologie: “Voor mij betekent dit bijvoorbeeld dat we het vak biologie geclusterd hebben met het vak verzorging. Dat heet nu mens en gezondheid. We hebben dus gekeken naar de overlap in lesstof tussen die twee vakken. Die bleek best groot te zijn, waardoor we dit goed konden samenvoegen. Hiermee hebben we lestijd bespaard.”
“Op basis van thema’s zijn we vakoverstijgend gaan werken”
“Dit is één voorbeeld van wat we gedaan hebben”, aldus Steur. “Maar eigenlijk gaat het nog verder, we zijn echt vakoverstijgend gaan werken. Dit doen we op basis van thema’s die we aan het begin van het jaar vaststellen. Om die thema’s te bepalen, leggen docenten de lesstof naast elkaar en kijken ze welk overkoepelend thema hieruit naar voren komt.” El Bali: “We hadden bijvoorbeeld een thema buiten en dan gingen we voor mijn vak buiten bloemen plukken. Bij beeldende vorming, een ander vak, drogen ze dat en maken ze er een schilderij van.”
Sombroek: “De tijd die vrij is gekomen gebruiken we voor vergaderingen, werksessies en verdiepingssessies. We hebben daar een vast moment voor op de donderdagmiddag. Op de donderdagochtend kunnen docenten bovendien het eerste uur gebruiken om individueel hun lessen te optimaliseren. Tijdens de werksessies hebben docenten de tijd om gezamenlijk lesmateriaal te ontwikkelen. Dit gebeurt dus op basis van die thema’s en vakoverstijgend werken. Bij de verdiepingssessies zoeken we wat meer de inhoud op. We kijken dan onder andere naar de verbinding en samenwerking binnen het team en we stellen de kaders.”
Hij vervolgt: “Eigenlijk zijn alle gesprekken die we met docenten over deze nieuwe invulling hebben gehad, verlopen volgens de principes van Deep Democracy. Het doel was om met iedereen aan boord te zijn bij deze aanpak. En indien nodig de vraag te stellen: wat heeft iemand nodig om hier toch in mee te gaan? Het was dus een gezamenlijk proces.” Steur: “Ook de medezeggenschapsraad en ouders van de leerlingen zijn betrokken. Daarnaast hebben we aan het einde van het jaar voor de ouders een expositie gedaan om te laten zien wat we gedaan hadden.”
El Bali: “Wat de pilot ons heeft opgeleverd? Heel veel leuke lessen en meer contact met collega’s. Ik heb ook meer zicht op de leerlingen, doordat je elkaar als docenten eerder opzoekt als je een vraag hebt over een leerling. Daarnaast zie ik een verbetering in de cijfers van de leerlingen en zijn ze creatiever tijdens de lessen.” Steur vult aan: “Er is meer rust in de school. Er worden bijvoorbeeld minder leerlingen de les uitgestuurd.”
“De werkdruk is niet afgenomen, maar er is wel meer werkplezier”
Sombroek: “Dit betekent overigens niet dat er ook minder werkdruk is. Sterker nog, die is er misschien wel meer. De ontwikkeltijd die vrij komt, gebruik je om de lessen te verbeteren. Je stapt een nieuwe manier van werken in en het denken daarover stopt niet als je een overleg uitkomt. Daar denk je vervolgens nog over na en je zoekt dingen uit. Als je aanpassingen maakt in het onderwijs, komt daar bovendien nog van alles bij kijken: de informatie aan leerlingen, afstemming etc. Dat kost ontzettend veel tijd. Maar ondanks de toegenomen werkdruk, is er wel meer werkplezier ontstaan omdat je het met elkaar doet.”
En wat zouden jullie willen meegeven aan andere scholen die hiermee aan de slag gaan? Steur: “Wat bij ons goed heeft gewerkt, is dat we de besluiten gezamenlijk hebben genomen. Dat betekent soms ook accepteren dat het niet is geworden wat jij wilde, maar dat je in ieder geval wel kon aangeven wat je nodig had om mee te gaan. Daarnaast hebben we de werksessies en inhoudelijke sessies heilig verklaard. Daar moet je gewoon bij zijn.”
Sombroek vult aan: “Ik denk dat het uitgangspunt heel belangrijk is. Bij ons kwam de aanpassing vanuit een pedagogisch oogpunt en daardoor waren docenten meteen intrinsiek gemotiveerd.” El Bali: “Het is belangrijk dat je weet voor wie je het doet. Dat je de leerling in je achterhoofd houdt als je opdrachten verzint of als je naar een vergadering gaat. Uiteindelijk wil je hen het beste bieden.”