Bij de Bonifatius mavo onderzoeken ze op verschillende manieren hoe ze de onderwijstijd anders kunnen inrichten. Eén van die manieren is het aanbieden van minder keuzemogelijkheden binnen de profielen. Martijn Koelewijn (directeur): “Er is niet één oplossing om de onderwijstijd te verkorten en meer professionele ruimte voor docenten te creëren. Er zijn veel meer oplossingen nodig die je gezamenlijk kunt inzetten. Als je dat doet, zie je pas écht iets veranderen.”
Koelewijn: “De aanleiding voor ons om deel te nemen aan de pilot Onderwijstijd was dat we het onderwijs efficiënter wilden inrichten. We wilden dat docenten minder belast werden en er meer ruimte zou ontstaan om kwaliteit te leveren. Vóór de pilot werkten we binnen onze school al met leerteams. Dat zijn groepen docenten die op basis van thema’s proberen met elkaar het onderwijs verder te brengen. Zo hebben we bijvoorbeeld een leerteam rondom de thema’s leerlingenreis en ouderbetrokkenheid en nu ook een leerteam rondom het thema pilot Onderwijstijd.”

Minder keuzemogelijkheden binnen profielen
Stephan Plender, docent lichamelijke opvoeding: “Wat ik heel prettig vind aan de leerteams is dat we op vaste momenten kunnen werken aan een bepaald thema. In de leerteams zitten collega’s uit diverse jaarlagen, waardoor we met verschillende perspectieven aan zo’n thema werken. Het is ook fijn dat dit gefaciliteerd wordt door de schoolleiding. Dat we de tijd krijgen om met elkaar te sparren en ervaringen te delen.”
“Door minder keuzemogelijkheden aan te bieden binnen de profielen kunnen we efficiënter roosteren”
Koelewijn vult aan: “Ja, want voor het werken in die leerteams heb je dus tijd nodig. Zo ontstond bij onze school de wens om strakker te roosteren en eerder te stoppen met de lessen. Eén van de manieren die we daarvoor zagen was het terugbrengen van het aantal keuzemogelijkheden binnen de profielen. Vanaf het derde leerjaar kunnen leerlingen van onze school profielen kiezen. Op dit moment hebben we vijf grote profielzuilen. Maar binnen die profielzuilen zitten ook weer allemaal keuzes. Daardoor zijn er heel veel verschillende variaties te maken. Door dat aantal variaties terug te dringen, worden de groepen groter. Waardoor je dus efficiënter kan roosteren. Op die manier willen we onderwijstijd besparen.” Plender: “We proberen de lessen zoveel mogelijk om drie uur ’s middags te laten stoppen. Naast het werken in de leerteams ontstaat er daardoor ook ruimte voor andere zaken, zoals nakijkwerk en verslagen.”
Meerdere oplossingen gezamenlijk inzetten
Plender vervolgt: “Ik zit zelf in het leerteam van de pilot Onderwijstijd. Dat team is vorig jaar begonnen met de pilot en dit zou het jaar moeten zijn van de uitvoering. Maar zo ver zijn we nog niet.” Koelewijn: “We hebben die eerste anderhalf jaar echt nodig gehad om goed helder te krijgen wat we willen, wat efficiënt is, wat de gevolgen zijn van het plan en wat de randvoorwaarden zijn. Het leerteam heeft gedegen onderzoek gedaan naar wat het ons zou opleveren. Dat heeft tijd nodig gehad. Er ligt nu een plan dat bijna af is. Dat plan moet straks naar ons managementteam en naar de medezeggenschapsraad en dan kunnen we overgaan tot de uitvoering.
Terwijl we hiermee bezig waren zijn we ons gaan beseffen dat we eigenlijk veel breder moeten kijken. Er is niet één oplossing om de onderwijstijd te verkorten en meer professionele ruimte voor docenten te creëren. Er zijn veel meer oplossingen nodig die je gezamenlijk kunt inzetten. Als je dat doet, zie je pas echt iets veranderen.”
Efficiënter lesgeven
Koelewijn vervolgt: “Zo zijn we bijvoorbeeld ook aan het kijken hoe we efficiënter les kunnen geven. Op dit moment zijn we bij twee vakken bezig met een pilot om een lesuur per week facultatief aan te bieden. De docent bepaalt dan welke leerlingen dit lesuur nodig hebben en welke leerlingen dit mogen overslaan. Dat betekent dus eigenlijk dat als iedereen het begrijpt, je werkelijk winst hebt behaald. Maar als je wel leerlingen hebt voor dat lesuur, werk je aan de kwaliteit van het onderwijs. Want dan hoef je niet zoveel te differentiëren, maar kun je goed ingaan op de problematiek die deze leerlingen niet begrepen hebben.
Een ander voorbeeld is dat we op dit moment op onze school elke dag van half 9 tot 9 uur een begeleidingsmoment hebben. Dan kunnen leerlingen die bepaalde lesstof niet goed beheersen of die een les gemist hebben hun vragen stellen aan de docent. We zijn nu aan het kijken of we dit niet op een ander moment kunnen doen en bijvoorbeeld alleen op maandag, woensdag en vrijdag. Dan hebben we op dinsdag en donderdag extra tijd gecreëerd en kunnen we elke ochtend om half 9 al beginnen met de lessen.”
Vertrouwen en autonomie
“We kijken dus heel breed hoe we anders met de onderwijstijd kunnen omgaan. In onze personeelsruimte hebben we een doelenbord hangen waarop we bijhouden met welke doelen de leerteams aan de slag zijn. Ook proberen we daar successen te delen. Daarnaast organiseren we vier of vijf keer per jaar een leerteampodium. Dan gaat zo’n leerteam dus aan de rest van het personeel vertellen welk onderzoek ze hebben gedaan, waar ze tegenaan zijn gelopen, welke adviezen ze hebben gegeven aan het managementteam en welke acties daaruit zijn gekomen.
“Het effect voor de school is dat je uiteindelijk meer kwaliteit kan bieden, waar zowel de leerlingen als de docenten profijt van hebben. Bovendien geeft het een gevoel van vertrouwen en autonomie.”
Vervolgens reflecteren ze op de toepasbaarheid in de praktijk en wat er eventueel nog bijgesteld moet worden. Het uiteindelijke doel is dat daar een soort kwaliteitskaart uitkomt, waarin we vastleggen dat we iets op een bepaalde manier gaan doen. Dit houden we gewoon bij in een Teamsomgeving en deze afspraken lopen we één keer per jaar weer even langs om te kijken of het nog actueel is. Op die manier ben je daadwerkelijk met elkaar aan het ontwikkelen”, aldus Koelewijn. Plender: “Het effect voor de school is dat je uiteindelijk meer kwaliteit kan bieden, waar zowel de leerlingen als de docenten profijt van hebben. Bovendien geeft het een gevoel van vertrouwen en autonomie.”
Neem de tijd voor het proces
Koelewijn: “Mijn tips voor andere scholen? Inhoudelijk vind ik dat heel lastig, want ik denk dat elke school zijn eigen dynamiek heeft. Maar procesmatig zou ik willen meegeven dat je de tijd moet nemen. Het belangrijkste is dat er binnen de school een bepaald denken op gang komt over de onderwijstijd. Dat het niet meer logisch wordt gevonden dat we gewoon maar de lessentabel afdraaien. Maar dat we daar creatiever naar kijken en proberen efficiënter te worden.”
“Durf te kiezen en te snijden om zo meer professionele ruimte voor docenten te creëren.”
Plender beaamt dit: “Neem de tijd om dingen goed te onderzoeken en maak geen overhaaste beslissingen. Zorg tegelijkertijd wel dat je als school periodiek momenten inplant om hiermee aan de slag te gaan.” Koelewijn: “En durf te kiezen en te snijden om zo meer professionele ruimte te creëren voor docenten. Uiteraard wel binnen de wettelijke kaders, maar probeer zo goed mogelijk te kijken naar de ruimte die er is. Want er is veel meer ruimte dan wij denken”.
Pilot Onderwijstijd
De pilot Onderwijstijd VO is een tweejarige pilot waarbinnen scholen de ruimte krijgen om uit te zoeken wat het betekent om binnen de wettelijke kaders minder lesuren aan te bieden aan leerlingen. Deze uren kunnen ze dan besteden aan lesvoorbereiding en/of ontwikkeltijd voor leraren. De pilot, een initiatief van het ministerie van OCW, de onderwijsbonden en de VO-raad, moet uitwijzen of een herziene balans scholen meer ruimte biedt om te werken aan de kwaliteit van lessen en de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Bent u geïnteresseerd in de ervaringen van de pilotscholen met de pilot Onderwijstijd VO? Volg dan de LinkedIn-nieuwsbrief pilot Onderwijstijd VO en blijf op de hoogte.