Voion Logo
zoek

Inspiratie

type icon

Minder gezichten voor de klas zorgt voor meer duidelijkheid en structuur voor leerlingen

donderdag 9 juli 2026 | Onderwijsarbeidsmarkt | Algemeen Voion

Meer rust en overzicht voor leerlingen en een betere verhouding tussen theorie en praktijk. Dat wilden ze bij het OSG Willem Blaeu bereiken met het project ‘Minder handen voor de klas’. De pilot Onderwijstijd gaf hen de ruimte om hiermee aan de slag te gaan.

“We merkten in de vmbo basis-kader klassen dat het voor leerlingen fijn is om vaste gezichten voor de klas te hebben. Zodat ze weten wat die ene docent van hen verwacht, ongeacht om welk vak het gaat. Daarnaast zagen we dat de hoeveelheid theorie in verhouding tot de praktijk niet wenselijk was. Deze leerlingen zijn vaak echte doeners en willen niet de hele dag naar een docent luisteren. Als dan ook de lesdagen nog eens erg lang zijn en ze krijgen aan het eind van de dag die theorie, dan hebben ze daar eigenlijk geen energie meer voor”, aldus Guillaume Klopper, docent en projectleider van de pilot Onderwijstijd.

Pilot Onderwijstijd, scholengemeenschap Willem Blaeu

Minder handen voor de klas

Hij vervolgt: “Toen ontstond het idee van ‘Minder handen voor de klas’. De gedachte hierachter is dat minder verschillende docenten voor de klas zorgt voor meer duidelijkheid en structuur voor leerlingen. Dit hebben we op twee manieren aangepakt. Ten eerste zijn er vakken waarvoor eerst twee afzonderlijke docenten waren, zoals een docent Engels en een docent Nederlands, die nu door één docent worden gegeven. Ten tweede hebben we bepaalde vakken geclusterd.”

Marouschka Dickhout, decaan van het vmbo en docent: “Zo geef ik bijvoorbeeld in de onderbouw verzorging en dat is nu voor de eerstejaars basis-kader leerlingen onderdeel van het vak mens & natuur. Daarin hebben we de vakken verzorging en biologie samengevoegd. In het nieuwe schooljaar zit daar voor de tweedejaarsleerlingen ook nog het vak natuurkunde bij.” Klopper vult aan: “Hetzelfde geldt voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis. Die vakken hebben we samengevoegd tot het vak mens & maatschappij. Straks valt in het tweede leerjaar economie daar ook onder.

“We doen dit niet als verkapte bezuinigingsmaatregel, maar omdat we merken dat leerlingen en docenten er baat bij hebben”

Voor vakken waar je dus voorheen drie docenten nodig had, heb je er nu nog maar één nodig. We doen dit overigens niet als verkapte bezuinigingsmaatregel, maar omdat we merken dat leerlingen baat hebben bij vaste gezichten voor de klas. Daarnaast hebben we wat gesneden in de lessentabel en tussenuren eruit gehaald, zodat leerlingen echt om kwart voor twee vrij zijn.”

Investering voor de lange termijn

Naast het clusteren van de lessen, zijn de lessen een stuk praktischer geworden. “We werken ook niet meer met boeken, maar met open leermateriaal. In de ontwikkeling van die nieuwe lessen is best wat tijd gaan zitten. De tijd die we overhielden door de vermindering van de lestijd hebben we vooral daarvoor ingezet. We hebben daarbij ook begeleiding gehad van VO-content, aldus Klopper.

Dickhout: “Sommige docenten konden gebruik maken van het lesmateriaal van VO-Content, maar ik heb eigen materiaal ontwikkeld en dat kost natuurlijk ontzettend veel tijd. Ik heb zelf bijvoorbeeld nieuwe praktijkopdrachten verzonnen en PowerPoints gemaakt, waarbij ik dan telkens keek hoe ik de onderwerpen van de verschillende vakken zo goed mogelijk kon samenvoegen.”

“Op dit moment kost de lesontwikkeling nog veel tijd, maar op een gegeven moment loopt het gewoon”

“We zien het ook wel als een investering voor de lange termijn”, vertelt Klopper. “Op dit moment kost het ons nog veel tijd, maar als de lessen eenmaal zijn ontwikkeld, dan loopt het op een gegeven moment gewoon.”

Constant evalueren en bijsturen

“Het vormgeven van het project is echt een gezamenlijk proces geweest”, geeft Klopper aan. “Toen het idee voor ‘Minder handen voor de klas’ ontstond, heb ik dit eerst gepitcht aan de collega’s die lesgaven aan de vmbo basis-kader groepen. Ik vond het heel belangrijk om ook hun ideeën hierover te horen. Die ideeën heb ik vervolgens samengebracht in een plan en dat hebben we nog een keer besproken. Daarna was het een kwestie van uitvoeren en monitoren. Dus constant evalueren zodat het resultaat en het team uiteindelijk steeds beter worden.”

Hij vervolgt: “Als team is het daarbij belangrijk dat je elkaar durft aan te spreken. Je moet transparant en eerlijk zijn naar elkaar en ook aangeven wat je wensen zijn. Daarnaast is het essentieel dat ieder teamlid diens eigen verantwoordelijkheid neemt binnen de groep. Dat je niet wacht tot iemand anders iets oppakt, maar eigenaarschap toont.”

Meer werkplezier voor docenten

En wat heeft het de school opgeleverd? Dickhout: “Meer werkplezier. Ik ben veel creatiever bezig en ik kan bijvoorbeeld ook actualiteiten in de lessen verwerken. Ook merk ik dat leerlingen veel beter op de lessen reageren. Door de koppeling aan de praktijk, blijft de lesstof beter hangen en dat zien we terug in de resultaten.”

Dickhout vervolgt: “Wat ik overigens ook een groot voordeel vind, is dat we veel minder toetsen afnemen. Doordat de lessen geclusterd zijn, heb je dus ook maar één toets voor dat vak. Die toetsen hebben dan wel een grotere omvang, maar ik merk dat het minder stress geeft voor leerlingen dat zij minder vaak een toets hebben.”

“We zijn als team hechter geworden en er zijn kortere lijntjes”

Klopper: “Doordat we nu met een kleiner team werken, zijn we ook hechter geworden en zijn de lijntjes korter. We komen bijvoorbeeld regelmatig even onaangekondigd bij elkaar in de lessen kijken. Ook dat heeft het project ons opgeleverd.”

Laat de methode eens los

Klopper: “Tegen andere onderwijsprofessionals zou ik willen zeggen: kom eens kijken bij onze school. Het lijkt mij zo mooi als we dat meer doen in het onderwijs. Het is belangrijk om verder te kijken dan wat je al kent.” Dickhout vult aan: “En durf dingen los te laten. Docenten houden zich vaak heel erg vast aan een methode, maar laat dat eens los en bedenk iets totaal nieuws wat echt bij de leerlingen past. Dat is spannend en eng, maar uiteindelijk doe je het voor de leerling. Die moet leidend zijn en niet je methode.”

Pilot Onderwijstijd
De pilot Onderwijstijd VO is een tweejarige pilot waarbinnen scholen de ruimte krijgen om uit te zoeken wat het betekent om binnen de wettelijke kaders minder lesuren aan te bieden aan leerlingen. Deze uren kunnen ze dan besteden aan lesvoorbereiding en/of ontwikkeltijd voor leraren. De pilot, een initiatief van het ministerie van OCW, de onderwijsbonden en de VO-raad, moet uitwijzen of een herziene balans scholen meer ruimte biedt om te werken aan de kwaliteit van lessen en de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Bent u geïnteresseerd in de ervaringen van de pilotscholen met de pilot Onderwijstijd VO? Volg dan de LinkedIn-nieuwsbrief pilot Onderwijstijd VO en blijf op de hoogte.

Gerelateerde onderwerpen

Wat vindt u van de informatie op deze pagina?
Thumbs upThumbs down
Overzicht praktijkverhalen