Met de arbeidsmarktgegevens op deze pagina ziet u in één oogopslag welke ontwikkelingen, trends en knelpunten zich voordoen in deze regio. Ook kunt u deze regio benchmarken met andere regio‘s.
Zodra nieuwe actuele informatie beschikbaar komt, breiden we het aantal grafieken op deze pagina uit.
Samenvatting
De spanningsindicator van het UWV geeft de verhouding weer tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal werkzoekenden binnen een bepaald beroep of sector. Het is een maat voor de krapte op de arbeidsmarkt: hoe hoger de indicator, hoe moeilijker het voor werkgevers is om geschikt personeel te vinden. Een lage waarde duidt op een ruime arbeidsmarkt, waarin veel werkzoekenden beschikbaar zijn per vacature. De spanningsindicator helpt bij het inschatten van arbeidsmarktdynamiek en het formuleren van beleid voor onderwijs, werk en economie.
Ten opzichte van de gehele arbeidsmarkt, laat de spanningsindicator van de pedagogische beroepen landelijk sinds 2021 een krappere arbeidsmarkt zien. De spanningsindicator van de gehele arbeidsmarkt is in 2025 uitgekomen op 3,2 (krap), terwijl de spanningsindicator van de pedagogische beroepen in 2025 uitkwam op 3,6 (zeer krap). In de figuur hieronder zie je enkel de ontwikkeling van de spanningsindicator binnen de pedagogische beroepen, waar het onderwijs onder valt.
Binnen de regio Gelderland-Zuid is de spanningsindicator van pedagogische beroepen voor een deel van de arbeidsmarktregio’s lager dan landelijk, maar zien we eenzelfde soort ontwikkeling over de afgelopen vijf jaar. De spanningsindicator van de pedagogische beroepen is in 2025 het laagst in arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen (2,0) en het hoogst in Rivierenland (4,0). De arbeidsmarkt is in de Achterhoek, Midden-Gelderland en Rijk van Nijmegen in 2025 krap, terwijl de arbeidsmarkt in Rivierenland zeer krap is.
Laden...

Historisch
In de afgelopen vijf jaar is het aantal leerlingen landelijk gestegen met 1,9 procent. In die periode is met name in de grote steden en omliggende gebieden het aantal leerlingen gegroeid. In Gelderland-Zuid is het aantal leerlingen met 2,0 procent gegroeid. Het aantal leerlingen is met name in de Achterhoek gestegen (9,1 procent), terwijl het in regio Rivierenland is gedaald (3,9 procent).
Laden...

Prognose
Verwacht wordt dat het aantal leerlingen in de komende vijf jaar met 3,1 procent zal dalen in Nederland. In een aantal regio’s groeit het aantal leerlingen naar verwachting komende jaren nog. In de meeste andere regio’s van Nederland zal het aantal leerlingen naar verwachting komende jaren afnemen. In Gelderland-Zuid verwachten we een daling van 4,5 procent. In de Achterhoek wordt met 7,8 procent de sterkste daling verwacht, gevolgd door de regio Midden-Gelderland met 4,4 procent.
Laden...

Historische ontwikkeling leraren en directeuren
Landelijk is het aantal leraren en directeuren in de periode 2021-2025 afgenomen met 2,6 procent. In de regio Gelderland-Zuid is het aantal leraren en directeuren afgenomen met 3,5 procent. Met name in de Achterhoek is er sprake van een afname, namelijk 12,4 procent. In Rivierenland is in de afgelopen 5 jaar echter sprake van een stijging van 4,7 procent. In de stad Nijmegen is het aantal afgenomen met 3,2 procent en in IJssel en Rijn het minste verschil met een afname van 2,2 procent.
Laden...

Prognose werkgelegenheid leraren en directeuren
De vraag naar leraren en directeuren, oftewel de werkgelegenheid, geeft aan hoeveel behoefte er is aan leraren en directeuren. Doordat het aantal leerlingen de komende jaren naar verwachting landelijk zal afnemen, wordt verwacht dat de landelijke werkgelegenheid eveneens afneemt. Ook in Gelderland-Zuid wordt een afname verwacht. De sterkste daling in werkgelegenheid wordt verwacht in de Achterhoek en Midden-Gelderland. In Rijk van Nijmegen blijft in 2030 naar verwachting de werkgelegenheid het hoogst (1298 fte) en de laagste werkgelegenheid is in de regio Rivierenland (633 fte).
Laden...

Prognose onvervulde werkgelegenheid leraren en directeuren
De onvervulde werkgelegenheid is de werkgelegenheid die resteert na instroom. Met andere woorden, dit is het aantal fte waarvan wordt verwacht dat deze niet kunnen worden ingevuld. Zonder beleidsingrijpen staat het voortgezet onderwijs in 2030 landelijk een tekort van 3360 fte aan leraren en directeuren te wachten. In de regio Gelderland-Zuid wordt in totaal een tekort verwacht van 195 fte in 2030. De grootste tekorten worden verwacht in de regio’s Midden-Gelderland en Rijk van Nijmegen met respectievelijk 60 en 59 fte.
Laden...

Prognose relatieve onvervulde werkgelegenheid leraren en directeuren
De relatieve onvervulde werkgelegenheid is de onvervulde werkgelegenheid ten opzichte van de werkgelegenheid. Dit geeft een indicatie van de omvang van de tekortenproblematiek in de regio. Landelijk groeit het tekort aan leraren en directeuren, en ook in de regio Gelderland-Zuid neemt het tekort de komende jaren toe. De grootste relatieve tekorten worden verwacht in Rivierenland. De verwachting is dat daar in 2030 6,5 procent van de werkgelegenheid niet vervuld kan worden. Landelijk ligt dit percentage op 5,6 procent.
Laden...

Prognose onvervulde werkgelegenheid leraren per vak
In de regio Gelderland-Zuid wordt in totaal een lerarentekort verwacht van 186 fte in 2030. Dit tekort concentreert zich rondom specifieke vakken. Landelijk worden de grootste tekorten verwacht in de taal- en bètavakken. In regio Gelderland-Zuid worden de grootste tekorten verwacht in Nederlands, wiskunde, Frans, Duits en natuurkunde.
Laden...

Landelijk wordt ongeveer 86 procent van de lessen gegeven door een bevoegde leraar. Vanwege het lerarentekort is er niet altijd een bevoegde leraar beschikbaar. Wanneer het niet mogelijk is om een bevoegde leraar voor de klas te zetten, kan het zijn dat er lessen worden gegeven door iemand zonder de juiste bevoegdheid. Als de persoon die voor de klas staat onbevoegd is, kan het zijn dat deze wel benoembaar is op grond van een uitzonderingspositie, bijvoorbeeld onderbevoegd, zij-instromer of omscholer die de opleiding nog niet heeft afgerond. In Rivierenland wordt 83 procent van de lessen gegeven door een bevoegde leraar, in het Rijk van Nijmegen 90 procent, in Midden-Gelderland 89 procent en in de Achterhoek 87 procent.
Laden...

Personeel naar leeftijd
Ook de uitstroom van personeel is in grote mate van invloed op de vraag naar onderwijspersoneel. De leeftijdsopbouw van het personeel geeft een indicatie van de verwachte uitstroom naar pensioen. Landelijk is ongeveer 26 procent van het personeel jonger dan 35 jaar en 25,5 procent 55 jaar of ouder. In de regio Gelderland-Zuid werken gemiddeld iets minder jongere (25 procent) en iets meer oudere onderwijsmedewerkers (26 procent).
Laden...

Personeel naar aanstellingsomvang
Het aandeel personeel met een contract kleiner dan 0,8 fte varieert in de verschillende arbeidsmarktregio’s tussen de 22 en 32 procent. In sommige regio’s werkt het personeel dus gemiddeld meer uren dan in andere regio’s. In de regio Gelderland-Zuid werkt een relatief klein deel van het personeel voltijds, namelijk 69 procent.
Laden...

Personeel naar functie
De samenstelling van het personeel is onderverdeeld in vier functiegroepen. Dit zegt iets over de manier waarop het onderwijs is georganiseerd. Het aandeel leraren varieert in de verschillende arbeidsmarktregio’s tussen de 64 en 75 procent en het aandeel onderwijsondersteunend personeel tussen de 22 en 33 procent. Het aandeel directieleden fluctueert tussen 1 en 6 procent. Gelderland-Zuid kent een relatief hoog aandeel onderwijsondersteunend personeel tegenover een relatief laag aandeel directieleden en leraren.
Laden...

Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.
Midden-Gelderland
Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar.
Rijk van Nijmegen
Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen.
Rivierenland
Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel.
Laden...

Laden...

Wilt u ook inzicht in de personeelsontwikkeling op regionaal-, bestuurs-, school-, vestigings- of teamniveau voor de komende jaren? Ga dan aan de slag met het Scenariomodel-VO. Het instrument zet leerlingenprognoses op basis van cijfers van DUO, het CBS en het Planbureau voor de leefomgeving af tegen uw geanonimiseerde personeelsgegevens. Zo wordt per vak en/of functie duidelijk of er in de toekomst sprake zal zijn van over- of ondercapaciteit. Ook kunnen scholen gezamenlijk en/of op regionaal niveau een strategische personeelsplanning maken.
De adviseurs van Voion ondersteunen regio‘s in het voortgezet onderwijs met de aanpak van het lerarentekort. Ze organiseren landelijke en regionale kennisdelingsbijeenkomsten en ondersteunen bij het uitwisselen van ervaringen in en tussen de regio“s.
Disclaimer:
De informatie op deze pagina is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Niettemin aanvaardt Voion geen aansprakelijkheid voor eventueel voorkomende onjuistheden.