Voion Logo
zoek

Publicaties

type icon

De Staat van het Onderwijs 2026

maandag 20 april 2026 | Veilig en vitaal werken | Onderwijsarbeidsmarkt

Betreft: (Deel)rapport over de trends en ontwikkelingen in het (voortgezet) onderwijs
Uitgave: Inspectie van het Onderwijs
Datum: april 2026

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Dat doen ze onder meer met steekproefonderzoek, kwaliteitsonderzoeken naar risico’s, bestuursonderzoek en themaonderzoeken. Elk jaar verschijnt ‘De Staat van het Onderwijs’. Hierin laten ze zien wat goed gaat, maar ook wat beter kan én moet.

Op deze pagina delen we enkele hoofdlijnen uit het hoofdstuk Onderwijsprofessionals:

Onderwijsprofessionals zijn bevlogen. Om optimaal aan het verder verbeteren van het onderwijs te kunnen werken hebben zij een stimulerende en professionele werkomgeving nodig. De schoolleider speelt hierin een sleutelrol. Het is daarom noodzakelijk dat schoolleiders meer ruimte krijgen om deze rol te vervullen.

Meer instroom en betere toerusting leraren

De afgelopen jaren is er veel gedaan om leraren te behouden voor het onderwijs en nieuwe leraren aan te trekken, onder andere door aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden en een betere begeleiding in de eerste jaren voor de klas. Dit heeft zichtbaar resultaat opgeleverd: de arbeidsmarktpositie van leraren is goed vergeleken met die van andere hbo-afgestudeerden. Startende leraren in het voortgezet onderwijs (vo) voelen zich inhoudelijk en vakdidactisch beter voorbereid door de lerarenopleiding, nemen vaker deel aan een inductietraject en zijn tevreden met de begeleiding die zij krijgen. Desondanks is er tekort aan leraren en dat brengt extra werkdruk met zich mee. Ook de werkbelasting van schoolleiders vraagt aandacht.

De ervaren werkdruk en administratielast onder leraren blijft hoog

Onderwijsprofessionals zijn het erover eens: zij hebben een prachtig beroep. Maar de ervaren werkdruk in het onderwijs is nog altijd hoog vergeleken met beroepen in andere sectoren. Vooral de hoeveelheid werk en administratie veroorzaakt werkstress. In vergelijking met andere landen besteden Nederlandse leraren relatief veel tijd aan administratie en (team)overleg en hebben zij minder tijd voor lesvoorbereiding en nakijkwerk. Volgens leraren komt stress ook door problemen op het gebied van gedrag en het omgaan met zorgen van ouders. Daarnaast hebben met name vo-docenten last van ordeverstoringen en incidenten waarbij sprake is van verbaal geweld of intimidatie.

Effectievere inzet onderwijsondersteunend personeel mogelijk

De afgelopen jaren kwam er steeds meer onderwijsondersteunend personeel in scholen. Om de onderwijsondersteuners te behouden voor het onderwijs, is het van belang dat zij effectief worden ingezet en dat er aandacht is voor hun professionele ontwikkeling. Onderwijsassistenten kunnen de leraren ontlasten, aanvullende expertise meebrengen of ontwikkelen én differentiatie tijdens de lessen beter mogelijk maken. Op veel scholen is er nog geen beleid over de manier waarop onderwijsassistenten het best kunnen worden ingezet. Daarnaast zijn er vaak geen duidelijke afspraken over hun takenpakket. Hierdoor worden onderwijsondersteuners soms ineffectief of misplaatst ingezet.

Investering in sterke lerarenteams en vakdidactiek

Om de basisvaardigheden van leerlingen te verbeteren, kunnen scholen meer investeren in vakdidactiek en in de samenwerking tussen leraren en tussen vaksecties. Gezamenlijk kan het team dan doelgericht werken aan kwalitatief hoogwaardig onderwijs. De basis hiervoor ligt in een cultuur van samenwerking en gedeelde overtuigingen. Door docenten in het vo wordt deze gezamenlijke leercultuur in mindere mate ervaren. Het ontbreken van een dergelijke cultuur belemmert de ontwikkeling van lerarenteams die zowel algemeen didactisch als vakdidactisch sterk zijn. Hoewel de algemene didactische vaardigheden van leraren meestal op orde zijn, blijft het afstemmen van de les op verschillen tussen leerlingen moeilijk. Daarnaast kunnen de meer complexere vakdidactische vaardigheden van leraren verder worden versterkt.

Omgaan met AI in het onderwijs

Leerlingen en studenten maken massaal gebruik van generatieve AI voor hun school of studie. Meestal gebruiken ze AI om informatie op te zoeken, inspiratie op te doen of om teksten te herschrijven. Ook leraren maken gebruik van AI, bijvoorbeeld voor het genereren van lesplannen. Toch vinden de meeste leraren dat zij nog niet over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken om AI effectief in te zetten in hun lessen. Het ontbreekt op veel scholen nog aan voldoende digitale tools en infrastructuur om AI te gebruiken. Om te voorkomen dat leraren achter de feiten aanlopen is het nodig dat scholen snel (professionaliserings)beleid ontwikkelen.

Schoolleiders komen niet aan onderwijskundig leiderschap toe

Schoolleiders hebben een sleutelrol als het gaat om de verbetering van bovenstaande knelpunten: zowel in het behoud van leraren voor de school, het effectief inzetten van ondersteunend personeel als in het structureel werken aan de kwaliteit van het onderwijs. Maar schoolleiders hebben momenteel te veel taken om hun werk goed te kunnen doen. Zij willen meer tijd besteden aan het verder verbeteren van het onderwijs en het bieden van een goede werk- en leeromgeving aan leraren. Maar in de praktijk zijn schoolleiders veel tijd kwijt aan randvoorwaarden, zoals het rondkrijgen van de personele bezetting, huisvesting, financiering en administratie. Ook de steeds veranderende eisen vanuit de overheid en de administratie rondom tijdelijke middelen zorgen voor toenemende regeldruk. Dit geeft stress en heeft een negatieve invloed op de continuïteit van het schoolleiderschap.  Schoolleiders moeten daarom actief het gesprek aangaan met het bestuur en het team over de ondersteuning die zij nodig hebben en hoe zij hun taken en verantwoordelijkheden beter kunnen afbakenen. Bijvoorbeeld door het inzetten van ondersteunend personeel of door bepaalde taken en verantwoordelijkheden bij anderen in het team te beleggen (gespreid leiderschap).

Aanbevelingen

In 2025 was de aanbeveling aan besturen en schoolleiders om meer te investeren in de versterking van schoolteams, zodat onderwijsprofessionals meer samenwerken en gebruik kunnen maken van elkaars expertise. Het vo heeft op dit punt nog stappen te zetten. De schoolleider stuurt de ontwikkeling en professionalisering van het schoolteam aan. Maar momenteel worden schoolleiders overvraagd. Het verbeteren van de onderwijskwaliteit komt daarmee in het gedrang. Daarom doet de Inspectie van het Onderwijs dit jaar de volgende aanbevelingen:

  • Schoolleiders: ga met het bestuur en het team in gesprek over hoe zij jullie meer kunnen ondersteunen bij jullie taken en verantwoordelijkheden. Bijvoorbeeld door het
    inzetten van ondersteunend personeel (bijvoorbeeld een administratief medewerker) of het meer verdelen van verantwoordelijkheden over het team (gespreid leiderschap).
  • Besturen en schoolleiders: de inzet van onderwijsondersteuners kan effectiever. Formuleer beleid en maak duidelijke afspraken over het takenpakket en de loopbaanmogelijkheden van onderwijsondersteuners.
Overzicht publicaties