Voion Logo
zoek

Publicaties

type icon

Monitoronderzoek Strategisch personeelsbeleid in het vo

donderdag 5 maart 2026 | Veilig en vitaal werken | Onderwijsarbeidsmarkt

Betreft: 2025-meting over de versterking van strategisch personeelsbeleid in het voortgezet onderwijs
Uitgevoerd door: Universiteit Utrecht (USBO)
In opdracht van: VO-raad
Datum: januari 2026

Professionalisering van strategisch HRM is één van de onderwerpen waarover het Ministerie van OCW en de VO-raad afspraken hebben gemaakt in het in 2018 geactualiseerde sectorakkoord en in vervolgafspraken. Het streefbeeld is dat schoolbesturen vanuit een oriëntatie op de toekomst en op hun externe omgeving werken aan de afstemming van hun personeelsbeleid op onderwijskundige doelen en de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van personeel.

Om de staat van het strategisch personeelsbeleid te monitoren, is in 2018 onderzoek gedaan onder schoolbesturen, gevolgd door metingen in 2020 en 2023, waarin ook de toepassing van het strategisch personeelsbeleid door schoolleiders en de ervaring daarvan door leraren in kaart is gebracht. Het huidige onderzoek beschrijft de staat van het strategisch personeelsbeleid in 2025 en de ontwikkeling sinds 2018.

Onderzoeksopzet
In het najaar van 2025 werden gegevens verzameld via een online vragenlijst onder besturen, schoolleiders (eindverantwoordelijke schoolleiders en middenmanagers) en leraren. Onderzoek onder deze verschillende geledingen geeft inzicht in het beoogde beleid, de implementatie door schoolleiders en de ondersteuning die leraren ervaren. Vergelijking van deze gegevens geeft inzicht in de doorwerking van het strategisch personeelsbeleid.

In totaal hebben 164 eindverantwoordelijke schoolleiders, 175 schoolleiders uit het middenmanagement en 614 leraren uit 253 vestigingen deelgenomen.

Strategisch personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid van personeel
Alle geledingen oordelen dat arbeidsrisico’s in enige mate aanwezig zijn. Over de periode 2023‑2025 is er sprake van een significante daling van gepercipieerde arbeidsrisico’s, waaronder werkdruk en stress. Maatregelen om om te gaan met arbeidsrisico’s worden door middenmanagers en leraren minder positief beoordeeld dan door besturen en eindverantwoordelijke schoolleiders. Middenmanagers en leraren oordelen hier met een onvoldoende over, terwijl besturen en eindverantwoordelijke schoolleiders een krappe voldoende geven. Leraren zien het minst dat er maatregelen aanwezig zijn voor het omgaan met arbeidsrisico’s, al is hun oordeel iets gestegen.

Besturen, eindverantwoordelijke schoolleiders, middenmanagers en leraren beoordelen de mate waarin leraren toegerust zijn voor hun werk en gemotiveerd zijn om zich professioneel te ontwikkelen als ten minste ruim voldoende. In het oordeel over de duurzame inzetbaarheid van schoolleiders is over de hele periode niet veel veranderd, behalve dat eindverantwoordelijke schoolleiders hierover significant positiever zijn gaan oordelen van 2023 naar 2025.

Leraren zijn minder positief over hun professionele ruimte dan de andere geledingen maar beoordelen die in 2025 wel als voldoende

Ontwikkelperspectief van leraren en schoolleiders
Besturen, eindverantwoordelijke schoolleiders en middenmanagers beoordelen de steun aan het ontwikkelperspectief van leraren als ruim voldoende. Leraren geven hiervoor een voldoende. Het oordeel over het ontwikkelperspectief van schoolleiders fluctueert over de tijd en is in 2025 licht gestegen naar ruim voldoende tot goed.

Implementatie van strategisch personeelsbeleid
De kwaliteit van de implementatie van personeelsbeleid door leidinggevenden wordt door besturen, eindverantwoordelijke schoolleiders en middenmanagers als goed tot zeer goed beoordeeld. Leraren zijn minder positief, maar geven een ruim voldoende. Hun oordeel is positiever geworden ten opzichte van 2023.

Conclusie en aandachtspunten
Uit het onderzoek blijkt dat er ten opzichte van de vorige meting niet of nauwelijks sprake is van een verandering in het niveau van beleid en implementatie. Vier van de vijf indicatoren worden als ruim voldoende tot goed beoordeeld, maar voor duurzame inzetbaarheid geven zowel besturen als eindverantwoordelijke schoolleiders maar net een voldoende aan de beleidsmaatregelen.

Daarnaast is er sprake van een gebrekkige doorwerking, omdat leraren minder positief oordelen dan hun leidinggevenden op alle indicatoren. Wel is zichtbaar dat de doorwerking op enkele punten is verbeterd ten opzichte van 2023.

Het onderzoek benadrukt dat de professionele dialoog weinig wordt gevoerd en dat hier veel ruimte voor verbetering ligt. Ook wordt aangegeven dat de verbinding van het strategisch personeelsbeleid met de school en de dagelijkse lespraktijk niet uit het oog verloren moet worden.

Aanbevelingen:

  • Het huidige onderzoek laat zien dat de professionele dialoog weinig wordt gevoerd. Daar is dus nog veel ruimte voor verbetering. In de adviezen komt terug dat de verbinding van het strategisch personeelsbeleid met de school en de dagelijkse lespraktijk niet uit het oog verloren moet worden.
  • Aandacht voor de ontwikkeling van strategisch personeelsbeleid is een structureel onderdeel van het werken aan de maatschappelijke opdracht van besturen en scholen en gaat gepaard met een lange tijdshorizon en een lerende aanpak. Een cruciale vraag hierbij is op welke manier de ondersteuningsbehoeften van besturen, schoolleiders en HR-medewerkers het beste geïnventariseerd en geactiveerd kunnen worden.
  • Aandacht voor het werken aan de aanpak van arbeidsrisico’s rond duurzame inzetbaarheid is belangrijk, bijvoorbeeld door de professionele dialoog met middenmanagers, leraren en OOP aan te gaan of door te leren van good practices van andere organisaties. Niet alleen vanwege het blijvend matige oordeel van alle geledingen over de huidige beleidsmaatregelen gericht op de arbeidsrisico’s rond duurzame inzetbaarheid, maar ook omdat een positieve en veilige omgeving zowel werkplezier als onderwijskwaliteit bevordert.
Overzicht publicaties