
Betreft: Rapport met ervaringen, belangen, wensen en behoeften van mr-leden.
Uitgevoerd door: Oberon
In opdracht van: het Project Versterking Medezeggenschap (VM2)
Datum: juni 2026
De Staat van de medezeggenschap 2026 is een vervolgmeting van het onderzoek dat in 2023 voor het eerst werd uitgevoerd. In opdracht van het Project Versterking Medezeggenschap (VM2) bracht onderzoeksbureau Oberon in kaart hoe medezeggenschap op school- en bestuursniveau wordt ingevuld en hoe (g)mr-leden en hun gesprekspartners (bestuurders en schoolleiders) deze ervaren. Het project wil de uitkomsten van dit onderzoek benutten voor verdere ontwikkeling en versterking van de medezeggenschap in de praktijk.
Ruim 2.200 leden van medezeggenschapsraden en hun gesprekspartners uit het basis-, gespecialiseerd en voortgezet onderwijs deden mee aan het onderzoek. 28% van de respondenten komt uit het voortgezet onderwijs.
Tijd en ervaren belasting
De meeste respondenten ervaren voldoende tijd om hun werkzaamheden uit te voeren. Met name personeelsleden ervaren de werkzaamheden regelmatig als een (te) grote belasting (44 procent). De meeste respondenten geven aan dat ze extra uren kunnen krijgen als hun werk toch meer tijd blijkt te kosten. De meeste (g)mr’s komen 4 tot 7 keer per jaar samen, zo vertellen leden.
Kwaliteit van vergaderingen
De meeste (g)mr-leden zijn positief over de kwaliteit van de vergaderingen, en dat geldt ook voor de gesprekspartners (94 procent). 91 procent van de leden zegt dat er tijdens de vergaderingen voldoende ruimte is voor ieders inbreng.
Relaties tussen raad en bestuur
Ook de relatie tussen de raad en het bevoegd gezag lijkt goed, beide partijen beoordelen die als positief. Leden van medezeggenschapsraden gebruiken als ze het over het bestuur of de schoolleiding hebben termen als toegankelijk (62 procent), samenwerkingsgericht (48 procent) en open (46 procent). Bestuur en schoolleiding gebruiken voor de medezeggenschapsraad kwalificaties als betrokken (83 procent), samenwerkingsgericht (71 procent) en constructief (63 procent). Zowel het bevoegd gezag als de medezeggenschapsraden zelf beoordelen het eigen functioneren en het functioneren van de ander als voldoende tot goed.
Relatie raad en achterban
Scholing en ondersteuning
Zestig procent van de (g)mr-leden volgt minstens één keer per jaar een scholing, terwijl 36 procent aangeeft dit nooit te doen. Daarnaast heeft 58 procent in de eerste zes maanden van hun (g)mr lidmaatschap een cursus over medezeggenschap gevolgd. Een deel van de respondenten (22 procent) geeft aan dat deze scholing niet is aangeboden.
Ook blijkt dat ouders en leerlingen minder vaak een basiscursus hebben gevolgd dan personeelsleden. Van de ouders en leerlingen heeft 51 procent in de eerste zes maanden een cursus gevolgd, tegenover 64 procent van de personeelsleden.
Een meerderheid van (g)mr-leden behoefte heeft aan informatie, advies en ondersteuning bij procedures rondom medezeggenschap (55%) en bij hun ontwikkeling/professionalisering (46%). Een groot deel van de respondenten (43%) heeft ook behoefte aan inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning, terwijl 44% hier geen behoefte aan heeft.
In wetgeving, beleid en eerder onderzoek worden scholing, deskundigheidsbevordering en ondersteuning gezien als belangrijke randvoorwaarden voor een goed functionerende medezeggenschap.
Lees meer in het onderzoeksrapport Staat van de medezeggenschap 2026.