“Docenten hebben baat bij de begrenzing die taakbeleid biedt. Krijgen ze die niet, dan worden ze onzeker en vragen ze zich af: doe ik wel voldoende?”, aldus Ellen Berkien. Ze is directeur van 2 locaties van het Bonhoeffer College en rondde vorig jaar een master Psychologie in Organisaties af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Berkien vergeleek voor haar thesis het geregelde taakbeleid met het flexibele taakbeleid.
Berkien vertelt: “Het grootste verschil tussen het geregelde taakbeleid en het flexibele taakbeleid is de manier waarop je de urenverdeling vastlegt. Bij het geregelde taakbeleid bepaal je aan het begin van het schooljaar al waar de uren naartoe gaan en zijn er gedurende het schooljaar eigenlijk geen mogelijkheden meer om dit aan te passen. Bij het flexibele taakbeleid leg je dit niet vast, maar kunnen docenten gedurende het schooljaar taken oppakken op basis van wat zich op dat moment voordoet.”

“Voorafgaand aan mijn onderzoek dacht ik dat het flexibele taakbeleid wel het walhalla moest zijn”, aldus Berkien. “Want wie wil er nou aan het begin van het schooljaar precies al weten wat er het hele jaar gedaan moet worden? Je wil toch flexibiliteit? Maar ik ben erachter gekomen dat die volledige flexibiliteit erg goed werkt op een kleine middelbare school, terwijl op grotere locaties, met meer dan 40 medewerkers, juist behoefte is aan begrensde autonomie.”
“Voorafgaand aan mijn onderzoek dacht ik dat het flexibele taakbeleid het walhalla was”
Ze vervolgt: “Dat wil zeggen dat docenten de uren voor de hoofdtaken graag aan het begin van het schooljaar vastgelegd hebben. Voor de kleinere taken hebben ze wel behoefte aan flexibiliteit. Op grotere locaties is meer afstemming en coördinatie nodig. Vaste afspraken over een deel van de taken kunnen daarbij helpen. Als duidelijke kaders ontbreken, kan dat bij docenten tot onrust leiden. Ze vragen zich dan af of ze zelf wel voldoende hebben gedaan, maar maken zich ook zorgen over een ongelijke verdeling van werkzaamheden.”
Berkien geeft aan dat er ook een tussenvorm is. Ze heeft hier zelf de naam hybride taakbeleid aan gegeven. “Bij een hybride taakbeleid leg je de grote taken, zoals het aantal lesuren en de werkzaamheden als mentor, aan het begin van het schooljaar vast. Daarnaast krijgen docenten een pot aan taakuren. Dan heb ik het niet over 20 taakuren, maar echt over een flinke pot.
Deze uren kunnen docenten gedurende het jaar besteden aan bijvoorbeeld de organisatie van Paarse Vrijdag of een kerstgala. Maar ze kunnen de uren ook inzetten voor inhoudelijke werkzaamheden waar ze extra aandacht aan willen besteden, bijvoorbeeld formatief toetsen. Het grote voordeel van het hybride taakbeleid zijn de begrenzing en kaders, maar tegelijkertijd biedt het ook ruimte voor flexibiliteit, innovatie en eigenaarschap.”
En hoe passen ze dit bij het Bonhoeffer College zelf toe? “Wij hebben op dit moment een geregeld taakbeleid, maar we houden binnenkort een referendum. Daarbij kunnen medewerkers stemmen op één van de drie vormen: het geregelde taakbeleid, het hybride taakbeleid of het flexibele taakbeleid. We hebben een tweederde meerderheid nodig om over te stappen op een ander taakbeleid.
“Docenten waren bang dat bij een flexibel taakbeleid collega’s kunnen duiken”
We hebben 2,5 jaar eerder ook een referendum gehouden, waarbij docenten alleen konden kiezen tussen het geregelde taakbeleid en het volledig flexibele taakbeleid. Er stemden toen te weinig docenten op een volledig flexibel taakbeleid. Daar waren meerdere redenen voor, maar een belangrijke reden was dat docenten bang waren dat er een ongelijke verdeling van werkzaamheden zou ontstaan. Dat zij bijvoorbeeld zelf heel veel zouden doen, maar dat collega’s konden duiken. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat dit ook echt gebeurt, maar het gevoel is er wel.
Wat we van het eerdere referendum hebben geleerd, is dat we duidelijk moeten zijn over de consequenties. Veel docenten wisten niet dat het oude taakbeleid weer zou gelden als het nieuwe systeem onvoldoende stemmen zou krijgen.”
In de CAO VO wordt benadrukt dat medewerkers en leidinggevenden de professionele dialoog over taakbeleid moeten voeren. Bij het Bonhoeffer College besteden ze op verschillende momenten hier aandacht aan. Berkien: “We hebben het hier bijvoorbeeld over binnen werkgroepen of studiedagen, maar onderschat ook niet de gesprekken in de personeelskamer. Je moet je bewust zijn van de onderstroom die bij docenten leeft, zoals die gevoelens van een ongelijke verdeling van werkzaamheden.
“Onderschat niet de gesprekken in de personeelskamer. Je moet je bewust zijn van de onderstroom.”
Sommige docenten vertellen uit zichzelf uitgebreid wat ze allemaal doen, terwijl anderen veel minder op de voorgrond treden. Dat betekent niet dat die laatsten minder bijdragen. Je moet er dus voor waken dat je vooral hoort wat de meest uitgesproken medewerkers te vertellen hebben. Leidinggevenden spelen daarin een belangrijke rol. Zij moeten bewuste aandacht hebben voor ieders bijdrage.
Bijvoorbeeld door tijdens een vergadering docenten laten vertellen waar ze aan hebben gewerkt, wat ze hebben gedaan voor een leerling die extra ondersteuning nodig had en wat dat heeft opgeleverd. Zo maak je ook werk zichtbaar dat anders misschien onder de radar blijft.”
Ook zijn er soms aannames over het taakbeleid. “Wij kennen bijvoorbeeld geen aanwezigheidsplicht binnen onze school, maar hanteren flexibele werktijden”, aldus Berkien. “Sommige docenten zijn misschien bang dat ze bij een flexibel taakbeleid, waarbij de taken gedurende het jaar komen, op school moeten zijn om die taken uit te voeren. En dat de volgende stap dan is dat ze toch van 8.00 tot 17.00 aanwezig moeten zijn op school. Het is heel belangrijk om die zorgen boven tafel te krijgen en er met elkaar over in gesprek te gaan. Daarom bespreken we het onderwerp in verschillende geledingen: in kleine groepjes, in middelgrote groepen en plenair.”
En heeft ze nog tips voor andere scholen die vanuit een professionele dialoog hun taakbeleid willen herzien? “Maak heldere afspraken en volg deze afspraken op. Voor welke vorm van taakbeleid je ook kiest, zorg dat de afspraken transparant en waterdicht zijn. Zodat docenten bij een flexibel of hybride taakbeleid bijvoorbeeld niet de uren uit het potje kunnen laten versloffen. Kom gedurende het jaar consequent op de afspraken terug en benoem welke activiteiten zijn opgepakt. Alleen dan schep je vertrouwen dat het taakbeleid daadwerkelijk werkt en dat de schoolleiding ook op inzet stuurt.”