
Betreft: Brede, verkennende inventarisatie naar Duurzame Inzetbaarheid
Uitgave: TNO Public
In opdracht van: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Datum: juni 2026
Er is de afgelopen jaren in Nederland veel onderzoek gedaan naar duurzame inzetbaarheid (DI), maar de kennis die dit heeft opgeleverd is gefragmenteerd. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft TNO daarom gevraagd om een brede, verkennende inventarisatie van de bestaande kennis en openstaande kennisvragen rondom DI, zowel vanuit de wetenschap als de praktijk. Deze inventarisatie dient als basis om – samen met sociale partners – de scope van DI af te bakenen, verdere kennisontwikkeling te agenderen en zo toekomstig beleid rondom DI vorm te geven.
De volgende vragen stonden centraal in de inventarisatie:
Voor de praktijkuitvraag zijn online interviews uitgevoerd met diverse sectororganisaties, waaronder Voion. Hieronder leest u een aantal bevindingen.
Het onderwijs kent weinig fysiek belastend werk (15%), veel emotioneel zwaar werk (17%) en veel ‘high strain jobs’ (22%). Daarnaast is sprake van een hoog ziekteverzuim (5,3%), relatief veel oudere medewerkers (29% is 55+) en heeft 19% van de werkgevers personeelstekort. Het onderwijs kent daarnaast veel formeel leren (69%) en veel informeel leren (45%).
Uit de literatuur en de interviews kwam een veelheid aan modellen voor duurzame inzetbaarheid naar voren. Grofweg zijn de modellen op te delen in vier categorieën:
Een overzicht van alle modellen is beschikbaar als apart document.
Dit hoofdstuk beschrijft welke mechanismen duurzame inzetbaarheid (DI) bevorderen, ingedeeld volgens het IGLOO-model: individu, team, leidinggevende, organisatie en maatschappelijke omgeving.
Duurzame inzetbaarheid ontstaat door het samenspel van deze niveaus, waarbij bijvoorbeeld eigen regie van medewerkers mede afhankelijk is van de ruimte en ondersteuning die zij krijgen. Belangrijke mechanismen zijn onder meer eigen regie, sociale steun, een continue dialoog met leidinggevenden, goed werkgeverschap, een ondersteunende organisatiecultuur en stimulerend beleid vanuit overheid en sectoren.
Wetenschappelijke experts wijzen erop dat de focus nog te vaak op het individu ligt, terwijl juist leidinggevenden, organisaties en de omgeving meer aandacht verdienen. Daarnaast zijn maatwerk, een integrale benadering en een goede implementatie van interventies essentieel, omdat bestaande interventies niet altijd de juiste doelgroep bereiken of rekening houden met factoren zoals werk-privébalans en levensfase.
Praktijkinterviews laten zien dat gebrek aan urgentiebesef, beperkte aandacht voor preventie, werkdruk en onvoldoende vaardigheden van leidinggevenden belangrijke belemmeringen vormen, terwijl subsidies en technologische ontwikkelingen zowel kansen als uitdagingen bieden voor duurzame inzetbaarheid.
De openstaande kennisvragen zijn gestructureerd in drie overkoepelende thema’s: