
Betreft: Onderzoek naar de ontwikkeling van de arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van de lerarenopleidingen en naar de begeleiding van pas afgestudeerde leraren en zij-instromers in het beroep.
In opdracht van: ministerie van OCW
Uitgevoerd door: Centerdata en MOOZ
Uitgave rapport: november 2025
In deel 1 van de Loopbaanmonitor onderwijs is de ontwikkeling van de arbeidsmarktpositie van recent afgestudeerde leraren onderzocht. Deel 2 richt zich op de kwaliteit van de lerarenopleidingen, de begeleiding van startende leraren en zij-instromers en de werkbeleving. Het onderzoek bestaat uit analyses op CBS-microdata (afstudeercohorten 2018-2023) en een enquête onder pas afgestudeerden van de lerarenopleidingen (cohort 2023 en cohort 2024).
Deel 1 geeft een korte schets van het beroepsrendement van de verschillende lerarenopleidingen. Het beroepsrendement van een opleiding is het aandeel afgestudeerden dat werkzaam is in de onderwijssector. Deze aandelen worden afzonderlijk getoond voor afstudeerders van de pabo, de tweedegraads lerarenopleiding en de ulo.
Conclusie deel 1 – Microdata
Baan in het onderwijs
De afgelopen jaren is het beroepsrendement op de korte termijn gestegen. Het percentage van de afgestudeerden dat rond het moment van afstuderen een baan in het onderwijs heeft ligt het hoogst bij de pabo-afgestudeerden. Van het laatste cohort had ongeveer 89% van deze groep een baan binnen het onderwijs, al dan niet in combinatie met een baan daarbuiten. Bij de afgestudeerden van de tweedegraads lerarenopleiding en de ulo lag dat op respectievelijk 74% en 73%.
Vakgebied
Bij de vakken met de grootste tekorten (technische, exacte vakken/talen) is er nauwelijks een stijging van de beroepsrendement zichtbaar. Bij de tweedegraads lerarenopleiding en de ulo blijkt het beroepsrendement niet in alle vakgebieden dezelfde trend te volgen. Van de tweedegraadsleraren die in 2018 in de maatschappijvakken afstudeerden, was slechts 69% een jaar na afstuderen aan het werk in het onderwijs, voor cohort 2023 is dat gestegen naar 83%. Een vergelijkbare stijging is te zien bij de culturele/creatieve vakken en lichamelijke opvoeding. Bij de andere vakken is er ondanks de oplopende tekorten in het onderwijs geen sprake van een duidelijk opwaartse trend in het beroepsrendement. Diezelfde afwezigheid van een stijgend beroepsrendement in de tekortvakken is zichtbaar bij de afgestudeerden van de ulo.
Conclusies deel 2 – Begeleiding van startende leraren
Tevredenheid lerarenopleiding
De meeste pas afgestudeerde leraren zijn tevreden over de door hen gevolgde lerarenopleiding. Dit geldt vooral voor de afgestudeerden van de tweedegraadsopleidingen. Circa 70% van hen is tevreden of zeer tevreden over de gevolgde opleiding. Onder pabo-gediplomeerden ligt dit aandeel met 59% duidelijk lager, en ook onder afgestudeerden van de universitaire lerarenopleidingen is dat het geval (65%). Daarbij valt op dat de tevredenheid de laatste jaren is afgenomen, vooral onder pabo-gediplomeerden en tweedegraders.
Begeleiding van startende leraren
Uit dit onderzoek blijkt dat verreweg de meeste starters begeleiding krijgen op de werkplek. In het po en vo geldt dit voor bijna 90% van de startende leraren. In het mbo ligt het begeleidingspercentage (met 79%) duidelijk lager. Daarbij valt op dat de begeleiding van startende leraren in het funderend onderwijs ook vaker actief is aangeboden door de school, dan in het mbo.
Begeleiding van zij-instromers
Over de begeleiding tijdens het zij-instroomtraject, zijn de meeste zij- instromers tevreden. In het po is 74% van de zij-instromers tevreden over de begeleiding door de begeleider op de werkplek. In het vo is 68% tevreden en in het mbo 72%. De tevredenheid over de begeleiding vanuit de opleiding loopt meer uiteen. In het mbo is de tevredenheid over de begeleiding vanuit de lerarenopleiding het grootst (67%), gevolgd door het po (65%) en het vo (61%).
Werkbeleving
Beginnende leraren ervaren over het algemeen veel werkdruk op hun school. Dit geldt zowel voor pas afgestudeerde leraren als voor de zij-instromers in het beroep. De belangrijkste oorzaken van werkdruk zijn (net als vorig jaar) de hoeveelheid administratieve en niet-lesgebonden taken. Daarnaast spelen (met name in po en vo) ook de samenstelling van de leerlingenpopulatie, de omvang en diversiteit van de groep en het handhaven van discipline een rol.
Download de loopbaanmonitor onderwijs >>
Bekijk ook de Kamerbrief voortgang Lerarenstrategie december 2025 >>