
Betreft: Onderzoek over welke bevorderende en belemmerende factoren van invloed zijn op de doorwerking van strategisch HRM in het voortgezet onderwijs.
Auteurs: Onderzoekers van Universiteit van Utrecht:
Gepubliceerd in: Tijdschrift voor HRM
Datum: september 2026
Hoe zorg je ervoor dat strategisch HRM-beleid in het voortgezet onderwijs ook daadwerkelijk terechtkomt bij leraren in de klas? Op basis van data van het monitoronderzoek en aanvullende kwalitatieve interviews met schoolleiders en leraren, hebben de onderzoekers van de Universiteit Utrecht een artikel geschreven voor het Tijdschrift voor HRM. Dit aanvullende onderzoek naar Strategisch Human Resource Management (SHRM) in vo-scholen brengt in kaart welke factoren de doorwerking van personeelsbeleid bevorderen of juist belemmeren.
Ontwikkelingen rondom onder andere werkdruk van docenten, personeelstekorten en duurzame inzetbaarheid zorgen ervoor dat er steeds meer aandacht is voor goed werkgeverschap door onderwijsinstellingen. De gedachte hierachter is dat door de afstemming van HRM op de onderwijskundige doelen van de school, HRM ook een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.
Doorwerking wordt opgevat als het proces waarin beoogd SHRM, ontwikkeld door eindverantwoordelijke schoolleiders, wordt geïmplementeerd door het middenmanagement en uiteindelijk wordt waargenomen door leraren. De resultaten uit het onderzoek bevestigen de aanwezigheid van een gebrekkige doorwerking in de beoordeling van SHRM.
Factoren op het niveau van de leidinggevende (vaardigheden, motivatie en ruimte), de leraar (vertrouwen en verwachtingen) en de school (gedeeld eigenaarschap van HRM en communicatie) blijken van invloed op de doorwerking van SHRM in vo-scholen.
Aanbevolen wordt om gedeeld eigenaarschap van SHRM te versterken door in dialoog te gaan met leraren, waarin hun ondersteuningsbehoeften worden meegenomen in de ontwikkeling van SHRM-beleid.
De eerste aanbeveling is het niet te overschatten belang van de dialoog tussen schoolleiders, leraren en HR-medewerkers. Deze aanbeveling komt voort uit de bevinding dat gedeeld eigenaarschap over SHRM en de dialoog daarover tussen schoolleiders en leraren essentieel is voor een goede doorwerking. Hoewel het belang van de dialoog niet nieuw is, blijkt uit onderzoek dat deze nog onvoldoende wordt gevoerd. Het is belangrijk dat schoolleiders en HR-adviseurs het gesprek met leraren aangaan over hun ervaringen met strategisch HRM, hun ondersteuningsbehoeften en verwachtingen van het leiderschap van leidinggevenden.
Dat gesprek hoeft niet per se als ‘gesprek over SHRM’ geagendeerd te worden. Integendeel, dit kan juist plaats vinden in situaties waarin het gaat over onderwijsontwikkeling of het onderwijs-teamplan. Dit biedt een veel natuurlijker startpunt dat aansluit bij de primaire motivatie van leraren, maar zal relevante informatie leveren door bijvoorbeeld door te praten over welke ondersteuning van SHRM (bijvoorbeeld eigen professionele ontwikkeling, professionele ruimte) leraren nodig hebben om hun plannen uit te voeren.
Ten tweede spelen leraren ook een rol bij het aangaan van de dialoog. Het helpt als leraren SHRM niet als een ‘managementdingetje’ zien. Zoals in de bevindingen wordt genoemd, is een dialoog een wederkerig gesprek waarin ook leraren verantwoordelijkheid nemen. Een open houding en het proactief uiten van de ondersteuningsbehoeften kunnen ervoor zorgen dat (de toepassing van) HRM meer in lijn is met wat leraren nodig hebben voor hun welzijn, eigen ontwikkeling en professioneel functioneren ten dienste van goed onderwijs. Dit kan bijvoorbeeld tijdens voortgangsgesprekken, maar juist ook tijdens gesprekken waarin onderwijsontwikkeling centraal staat – zoals tijdens studiemiddagen of team-/ sectievergaderingen.
Een derde aanbeveling is aan schoolleiders, die in de context van het vo ervoor moeten zorgen dat team-/afdelingsleiders de tijd en de (professionele) ruimte krijgen om (maatwerk)ondersteuning aan (de leraren in) hun team te kunnen bieden. Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt immers dat (professionele) ruimte nodig is om maatwerk te bieden aan leraren, wat de doorwerking van SHRM bevorderd. Deze middenmanagers zijn in de praktijk vaak (parttime)leraar en ook nog belast met allerlei leerlinggerelateerde kwesties waardoor zij nauwelijks aan hun peoplemanagement rol toekomen. Omdat de inhoud van de functie van middenmanagers verschilt tussen scholen en sterk contextafhankelijk is, is het ook hier van belang om het gesprek te voeren tussen besturen, eindverantwoordelijke schoolleiders en schoolleiders uit het middenmanagement, om zo te achterhalen wat er in die context nodig is om meer ruimte te creëren.
Het onderzoek is te bekijken via het Tijdschrift voor HRM.