VOION Haganum 2057 2Header9

Publicaties

De regio als bestuurlijk schaalniveau

donderdag 8 september 2022 | Onderwijsarbeidsmarkt

Betreft: Een tweeluik als uitkomst van het eerste deelproject van de studie ‘Sturen met Ruimte’ naar regionale sturingsnetwerken in het onderwijs
Uitgave: TIAS School for Business and Society & De Haagse Hogeschool
Datum rapport: juni 2022

Dit tweeluik is de uitkomst van het eerste deelproject van de studie ‘Sturen met Ruimte’ naar regionale sturingsnetwerken in het onderwijs. In het eerste deelproject van deze studie is nagegaan wat zoal wordt verstaan onder ‘de regio’, hoe de regio conceptueel kan worden afgebakend, wat ‘de regio’ betekent als bestuurlijk schaalniveau en hoe de overheid ermee kan sturen. Er is een literatuurstudie uitgevoerd en een beleidsanalyse gemaakt.

Luik I Literatuurstudie
Uit de systematische internationale literatuurstudie komt een grote verscheidenheid aan invalshoeken en perspectieven naar voren om de regio te bestuderen. Ook blijkt de complexiteit en gelaagdheid van het begrip regio. Zo kan de regio niet alleen als feitelijke geografische entiteit worden opgevat, maar ook als (assemblages van) sociale netwerken die worden geconstrueerd door verschillende mensen, organisaties en instituties. Op basis van de literatuur kunnen vijf typen bouwstenen voor regio’s worden onderscheiden: gebied, symboliek, identiteit, instituties en waardenregimes. De literatuurstudie laat verder een horizontale en een verticale dimensie van regiovorming zien. De horizontale dimensie verwijst naar de regio’s als ‘deels geografisch gebied deels sociale constructie’ waar verschillende actoren zich mee kunnen identificeren en verbonden voelen, en dat zich onderscheidt van andere geografische gebieden en/of sociale constructies. De verticale dimensie betreft de regio in de zin van bestuurlijk schaalniveau als middel of instrument voor de overheid of andere actoren om mee te sturen en invloed mee uit te oefenen.

Luik II Beleidsanalyse
De analyse van het beleidsdiscours rond de regio resulteert in vijf conclusies.

  1. ‘De regio’ is vanuit het perspectief van de overheid onmiskenbaar een vorm van sturing.
  2. Sturen met regionale netwerken is vooral sturen op samenwerking tussen organisaties. Het publiek belang is groter dan de afzonderlijke instellingsbelangen.
  3. De manier waarop de rijksoverheid regionale netwerken stuurt is zeer gevarieerd, zowel in vorm als in gradatie.
  4. Bij het sturen van regionale netwerken heeft de overheid te maken met dezelfde sturingsdilemma’s die optreden bij de sturing van relatief autonome onderwijsbesturen (‘sturen van autonomie’).
  5. Er ontstaan bij regionale netwerken specifieke sturingsdilemma’s die te maken hebben met bestuurlijke complexiteit. Ten eerste ontstaat de vraag of en zo ja hoe regionale netwerken als additionele bestuurlijke laag moeten fungeren tussen rijksoverheid en instellingsbesturen (verticaal, layering). Ten tweede ontstaat de vraag in welke mate verschillende regionale netwerken elkaar moeten overlappen (horizontaal, overlap).