Voion Logo
zoek

Publicaties

type icon

IPTO: vakken en bevoegdheden in het voortgezet onderwijs

maandag 5 januari 2026 | Onderwijsarbeidsmarkt

Betreft: Jaarlijkse Integrale Personeelstelling Onderwijs (IPTO) waarbij voor al het lesgevend personeel in het vo gegevens worden verzameld omtrent vakken en bevoegdheden.
In opdracht van: 
ministerie van OCW
Uitgevoerd door:
 Centerdata
Datum rapport: 
november 2025

Samenvatting

Bevoegdheid

  • 86,2% van de lesuren wordt bevoegd gegeven (van de lesuren waarvoor een bevoegdheid kan worden vastgesteld). Dit betreft vooral personen met het juiste diploma voor zowel het vak als de graadsector (eerste- of tweedegraads lesgebied) waarin men lesgeeft, maar het kan bijvoorbeeld ook een zogeheten teambevoegdheid betreffen.
  • 9,6% van de lesuren wordt benoembaar gegeven. De personen die deze lesuren geven zijn veelal in opleiding, maar men kan ook onderbevoegd zijn, dat wil zeggen eerstegraads lesgeven met een tweedegraads bevoegdheid voor dat vak. Dit mag (onder voorwaarden) gedurende één jaar en komt in 1,2% van het totaal aantal lesuren voor en in 4,5% van de eerstegraads lessen.
  • Bij 4,2% van het totaal aantal lesuren gaat het om lesuren die onbevoegd gegeven worden. Ongeveer 35% van de personen die deze lesuren geven beschikt wel over een onderwijsbevoegdheid voor een ander vak. De rest is grotendeels in opleiding, of beschikt bijvoorbeeld over een pabo-diploma (maar valt voor het gegeven vak buiten de toegestane uitzonderingen).

Onderwijstype
Het vmbo kent het laagste aandeel bevoegd gegeven lesuren (82,1%) en het vwo het hoogste percentage (91,8%). Het percentage onbevoegd gegeven lesuren is het hoogst op het vmbo (6,4%). Dit percentage ligt bij havo en vwo duidelijk lager met 2,5% respectievelijk 1,9%. Op het vmbo en de havo is daarbij ten opzichte van het vwo sprake van relatief veel benoembaar gegeven lesuren (respectievelijk 11,5% en 9,5% tegen 6,3%).

Ontwikkeling bevoegdheid
Het percentage onbevoegd gegeven lesuren is tot en met 2021 gedaald. De snelheid van de daling is van jaar tot jaar afgenomen en het percentage is in 2022 en 2023 gestegen. In 2024 is het percentage ten opzichte van 2023 met 0,2 procentpunt weer gedaald. Het percentage benoembaar gegeven lesuren is tot 2016 duidelijk gestegen, stabiliseert daarna, nam in 2022 en 2023 en daalt in 2024 met 0,3 procentpunt weer naar het niveau van 2022. Het percentage bevoegd gegeven lesuren fluctueert.

Afbeelding: Ontwikkeling percentage (on)bevoegd en benoembaar gegeven lesuren, 2014 t/m 2024 (de schaal van de bevoegd gegeven lesuren wijkt af om de ontwikkeling daarin beter tot uiting te doen komen)

Bron: IPTO: vakken en bevoegdheden in het voortgezet onderwijs

Bevoegdheid naar vak
De drie vakken met het hoogste percentage onbevoegd gegeven lesuren wordt gevormd door Techniek (12,0%), het combinatievak Natuurkunde/scheikunde (NASK) (7,6%) en Maatschappijleer (6,5%). De (qua lesuren) grote vakken Nederlands en Wiskunde kennen een iets hoger dan gemiddeld percentage onbevoegd gegeven lesuren (respectievelijk 5,0% en 4,9%, tegen een gemiddelde van 4,2% over alle vakken).

Leeftijd
Net als in eerdere metingen wordt er in de leeftijdsgroep tot 35 jaar vaker dan gemiddeld onbevoegd lesgegeven. In de leeftijdsgroep van 55 jaar en ouder is het aandeel onbevoegd gegeven lesuren het laagst. Het aandeel benoembaar gegeven lesuren is het hoogste voor de groep tot 35 jaar. Dit zijn veelal studenten die nog een lerarenopleiding volgen.

Combinaties van bevoegd en onbevoegd les geven
94,2% van de lesgevenden geeft uitsluitend bevoegd/benoembaar les. 4,2% van de lesgevenden geeft uitsluitend onbevoegd les. Het gaat hierbij om 3.033 personen en dit komt vooral voor in de groep tot 35 jaar. Deze personen beschikken overigens vaak wel over een lesbevoegdheid, maar niet voor de les die men geeft. Een combinatie van bevoegd/benoembaar en onbevoegd lesgeven door dezelfde persoon komt voor bij 1,6% van de lesgevenden.

Regio
Er is sprake van tamelijk grote regionale verschillen. De hoogste percentages onbevoegd gegeven lesuren op het vmbo (> 10%) doen zich voor in Zaanstreek/Waterland, Veluwe Stedendriehoek, Flevoland, Holland Rijnland, Groningen en Amersfoort.

Conclusie
In de afgelopen tien jaren zijn de volgende trends waar te nemen:

Het percentage benoembaar gegeven lesuren is de eerste drie jaar (tot en met 2016) hard gestegen, voor alle onderwijstypen. De jaren daarna is dit percentage voor het vo als geheel relatief stabiel gebleven, heeft een flinke sprong gemaakt in 2022 en fluctueert sindsdien op ongeveer hetzelfde niveau, met een percentage benoembaar gegeven lesuren van 9,6% in 2024. Deze ontwikkeling is in meer of mindere mate voor alle onderwijstypen waar te nemen.

Het percentage onbevoegd gegeven lesuren is tot en met 2020 duidelijk gedaald, waarbij het onbevoegdheidspercentage steeds minder snel daalde. De daling van het onbevoegdheidspercentage is daarbij in 2021 tot stilstand gekomen op een niveau van 3,7% en is vanaf 2022 weer gestegen. Deze stijging zet echter niet door; in 2024 is het percentage onbevoegd gegeven lesuren ten opzichte van 2023 met 0,2 procentpunt gedaald naar 4,2%. Deze ontwikkeling is voor alle onderwijstypen waar te nemen (behalve bij gecombineerde klassen waar het percentage wel is gestegen).

De trend dat het percentage bevoegd gegeven lesuren sinds 2020 elk jaar iets afneemt, van 88,0% in 2020 naar 85,8% in 2023, zet niet door. In 2024 is het percentage weer iets gestegen naar 86,2%.

Lees het volledige IPTO rapport >>
Bekijk ook de Kamerbrief voortgang Lerarenstrategie december 2025 >>

Overzicht publicaties