
Betreft: Een tweejarig evaluatieonderzoek (kalenderjaren 2025 en 2026), waar halfjaarlijks bevindingen over de onderwijsregio’s worden gerapporteerd.
In opdracht van: het ministerie van OCW
Uitgevoerd door: Berenschot
Datum: 3 december 2025
In een inmiddels landelijk dekkend netwerk van vijftig onderwijsregio’s werken schoolbesturen, opleiders en vertegenwoordigers van de beroepsgroep (leraren en schoolleiders) samen ten behoeve van een goed functionerende regionale onderwijsarbeidsmarkt. Het landelijke onderwijsregiobeleid heeft als doel het faciliteren en stimuleren van deze samenwerking. Berenschot onderzoekt of dit landelijke beleid doeltreffend en doelmatig is. Het onderzoek moet helpen om waar nodig tijdig bij te sturen en moet tevens succes- en verbeterpunten zichtbaar maken vanuit een lerend perspectief. Dit is de tweede in een reeks van uiteindelijk vier rapportages. Voor dit onderzoek is een digitale vragenlijst uitgezet via de penvoerders en programmamanagers van de onderwijsregio’s en werden twee verdiepende focusgroepen georganiseerd; een met lerarenopleiders en een met de beroepsgroep.
Conclusies
Het beleid lijkt merkbaar bij te dragen aan het versterken van de regionale samenwerking en het verbeteren van de beschikbaarheid van onderwijspersoneel. Ook lijken veel onderwijsregio’s erin te slagen een breed samengesteld besluitvormend orgaan op te zetten, waaraan schoolbesturen, lerarenopleidingen en soms ook vertegenwoordigers uit de beroepsgroep structureel deelnemen. Daartegenover staat dat in een
deel van de regio’s de governance als complex wordt ervaren, met veel overlegstructuren en afzonderlijke gremia die niet altijd goed op elkaar aansluiten. De betrokkenheid van de beroepsgroep is bovendien nog erg beperkt. De beroepsgroep ervaart het beleid vaak indirect, via activiteiten op school- of bestuursniveau, zonder de bredere beleidscontext te kennen. Dit gebrek aan zicht op de relatie tussen beleid en praktijk kan de betrokkenheid verminderen.
Er blijkt over het algemeen tevredenheid te zijn over de binnen de regio’s gehanteerde verdeling van middelen, maar er bestaat ook een breed gedeeld besef van kwetsbaarheden: beperkte financiële speelruimte en tijdelijkheid van subsidies worden ervaren als risico’s voor de continuïteit. Wanneer het gaat om voortgang en doeltreffendheid van gezamenlijke activiteiten op het gebied van werving, matching, opleiding, begeleiding en professionalisering, is het beeld wisselend, maar per saldo positief. Veel regio’s zien al opbrengsten van hun activiteiten, zoals verhoogde instroom
in opleidingen en betere begeleiding van starters. Voor het inschatten van de effecten van activiteiten op langere termijn lijkt het nog te vroeg. De ervaren doelmatigheid is overwegend positief, maar wordt soms ook negatief beïnvloed door hoge administratieve lasten. Onze bevindingen onderstrepen dat het succes van onderwijsregio’s niet vanzelfsprekend is. Het vraagt om doorlopende aandacht voor interventies die de doeltreffendheid en doelmatigheid bevorderen, gericht op brede participatie, praktische doorwerking, werkzame governance, minder administratieve lasten, het voorkomen van versnippering, voldoende tijd en capaciteit en meer stabiliteit.
Aanbevelingen:
Daarnaast is het nodig capaciteit vrij te maken voor het analyseren en toepassen van arbeidsmarktdata.
Download de tweede voortgangsrapportage.
Of lees de resultaten uit de eerste tussenrapportage evaluatie onderwijsregio’s >>
Bekijk ook de Kamerbrief voortgang Lerarenstrategie december 2025 >>