Op 2 juli 2026 stuurden minister Letschert en staatssecretaris Tielen de voortgangsbrief lerarenstrategie naar de Tweede Kamer. In de brief schetsen zij de koers richting 2030, met als doel dat iedere klas kan leren van een sterk onderwijsteam. Daarnaast beschrijven zij ontwikkelingen op het gebied van onderwijsregio’s, professionalisering, schoolleiders, zij-instroom en lerarenopleidingen.
In dit nieuwsbericht belichten we enkele punten voor het voortgezet onderwijs uit de voortgangsbrief lerarenstrategie. Download de volledige brief onderaan dit bericht.
Regionale samenwerking is cruciaal om toekomstbestendig onderwijs te organiseren. Schoolbesturen, opleiders en de beroepsgroep werken samen binnen een landelijk dekkend netwerk van 49 onderwijsregio’s voor po, vo en mbo. De onderwijsregio’s spelen naast het aantrekken, opleiden, behouden en professionaliseren van onderwijspersoneel ook in op het slim kunnen omgaan met personeelsschaarste. Onderzoek van Berenschot laat zien dat de regio’s op de goede weg zijn; er is meer solidariteit en de samenwerking verloopt prettig.
De vierjarige subsidieregeling biedt de financiële rust om arbeidsmarktanalyses en plannen duurzaam uit te voeren en bij te sturen. Dit najaar maken de regio’s meerjarige ambitieafspraken, waarin nadrukkelijk aandacht dient te zijn voor de toekomstbestendigheid van het onderwijs in de regio, onder meer over zij-instroom van leraren en schoolleiders. De afspraken moeten uiterlijk eind 2029 concrete resultaten opleveren.
De Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) legt de basis voor een landelijk systeem voor professionalisering van leraren in het po, vo en mbo. Dit systeem biedt toegang tot, en geeft richting aan, kwalitatief hoogwaardig, praktijkgericht en vraaggestuurd professioneel leren.
De eerste opbrengsten van het programma zijn op 4 mei 2026 gepubliceerd. Leraren, schoolleiders, werkgevers en opleiders vormden ontwikkelgroepen die de basis legden voor de eerste twee ontwikkelpaden: van startbekwaam naar vakbekwaam of naar het specialisme curriculumontwikkelaar. Door de ontwikkelgroep is ook een kwaliteitskader opgeleverd. Dat maakt inzichtelijk waar professionaliseringsaanbod inhoudelijk en kwalitatief aan moet voldoen om een juiste invulling te geven aan deze ontwikkelpaden. De structuur van NAPL wordt de komende jaren verder geconcretiseerd.
Schoolleiders hebben na leraren de grootste invloed op de kwaliteit van het onderwijs. Zij hebben daarnaast een doorslaggevende rol bij het aantrekken en behouden van voldoende personeel. Schoolleiders met een afgeronde schoolleidersopleiding realiseren vaak een hogere onderwijskwaliteit.
Het kabinet kondigt aan verder te werken aan heldere bekwaamheidseisen voor de rol van schoolleider als onderwijskundig leider. In gesprekken met de sector wordt onderzocht hoe hieraan invulling kan worden gegeven en hoe dit zich kan vertalen in zowel aantrekkelijke scholen om voor te werken als in het professionaliseringsaanbod.
Eén van de meest genoemde bronnen van werkdruk is administratieve lasten. Het ministerie van OCW wil daarom beter zicht krijgen op de onbedoelde indirecte administratieve lasten van nieuw beleid en regelgeving. Hiervoor worden komend jaar formats voor beleidsvorming aangepast en wordt onderzocht hoe onbedoelde effecten van wet- en regelgeving via simulaties met onderwijspersoneel in beeld kunnen worden gebracht.
Daarnaast verkennen OCW, de Inspectie van het Onderwijs en het onderwijsveld de mogelijkheden om een instrument te ontwikkelen dat scholen helpt de administratie effectiever en efficiënter in te richten. Het doel is slimmer te werken met minder administratieve lasten.
Een verenigde beroepsgroep draagt bij aan een duurzaam professionaliseringsbeleid. Volgens de kamerbrief heeft een verenigde beroepsgroep twee kerntaken. De eerste is zorg dragen voor de kwaliteit van het vak. De tweede is het inbrengen van praktijkervaringen bij het ontwikkelen van beleid. Door de inbreng van onderwijsprofessionals structureel mee te nemen, sluit beleid beter aan op de dagelijkse onderwijspraktijk.
Daarnaast richt het kabinet zich op het versterken van de stem die leraren en schoolleiders hebben bij beslissingen die het lesgeven wezenlijk beïnvloeden. Er loopt onderzoek naar de vraag hoe leraren en schoolleiders meer invloed kunnen krijgen op strategische en financiële beslissingen die direct impact hebben in het klaslokaal. De uitkomsten worden medio februari 2027 verwacht.
Het kabinet wil het lerarentekort aanpakken door de overstap naar het onderwijs voor zij-instromers aantrekkelijker te maken. Het doel is het verhogen van het aantal zij-instromers in het po, vo en mbo met 15% van 2.300 naar 2.650.
De partijen binnen de onderwijsregio’s, waaronder de lerarenopleidingen en schoolbesturen, leveren hierbij een fundamentele bijdrage. Dit doen ze onder meer door het optimaliseren van het voortraject door gezamenlijke werving, oriëntatietrajecten en begeleiding van zij-instromers. Ook heeft elke onderwijsregio een informatieloket waar de zij-instromer terecht kan. Daarnaast is het landelijke Onderwijsloket opgericht om zij-instromers te informeren, adviseren over het werken in het onderwijs en hen door te verwijzen naar de regio’s.
Om de kwaliteit van lerarenopleidingen verder te versterken, werkt het kabinet aan één stevig landelijk fundament voor de kwaliteit van startende leraren. De focus ligt daarbij op pedagogische vaardigheden en op basisvaardigheden, met focus op taal, omdat taal aan de basis ligt van rekenen, digitaal en burgerschap. De aanstaande kennisbases en de herziene bekwaamheidseisen vormen hierin de eerste stappen. In deze eisen wordt het beoogde niveau van een startende leraar scherper verwoord.
Download de Kamerbrief juli 2026.