VOION Haganum 2144

Publicaties

Nationaal Programma Onderwijs: Vierde voortgangsrapportage funderend onderwijs

woensdag 14 juni 2023 | Onderwijsarbeidsmarkt

Betreft: Kamerbrief en voortgangsrapportage over de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs door scholen
Uitgave: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Datum: juni 2023

Vierde voortgangsrapportage
Deze vierde voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) laat zien hoe het gaat met de uitvoering van dit programma sinds de start in 2021 en bevat informatie over alle sectoren: van het primair onderwijs tot en met het hoger onderwijs en onderzoek. De voortgangsrapportage biedt een volledig overzicht van de voortgang en resultaten van het programma. Van het welbevinden van leerlingen en studenten tot interventies gericht op het voorkomen en inhalen van leer- en studievertragingen.

Opbrengsten in beeld
In de derde voortgangsrapportage oordeelden schoolleiders vooral positief over interventies gericht op het welbevinden van leerlingen. In het vo en (v)so waren schoolleiders ook positief over de inzet van onderwijsassistenten en instructie in kleine groepen.

Welbevinden blijf populair
Ook dit schooljaar kiezen veel scholen voor interventies gericht op welbevinden. Dat geldt vooral voor vo- en (v)so-scholen (95% en 91%). Alle drie de sectoren zeten verder vaak in op de leerprestaties van leerlingen op taal en lezen, vo (79%) en (v)so (67%). In het vo en (v)so kiezen scholen ook vaak voor interventies op het vlak van executieve functies.

Positief over effecten op welbevinden
Net als in de derde voortgangrapportage, merken schoolleiders vooral effect van interventies op het welbevinden van leerlingen. Dit zien we in alle drie de sectoren (in het vo circa 50%). Zo ziet 37% en 28% van de (v)so en vo-schoolleiders zeer veel effect van interventies op de prestaties op taal en lezen.

Interventies voor welbevinden positief beoordeeld
In het (v)so en vo zijn schoolleiders ook vaak positief over interventies gericht op het welbevinden en over de inzet van onderwijsassistenten. In het vo ziet 60% van de schoolleiders de meeste positieve effecten bij interventies gericht op welbevinden. In het (v)so is dit 58%. Ook de inzet van onderwijsassistenten wordt vaak positief gewaardeerd. Minder enthousiasme is er over interventies gericht op ouderbetrokkenheid.

Lees meer opbrengsten in de vierde voortgangsrapportage funderend onderwijs >>
Naar de Kamerbrief Nationaal Programma Onderwijs: Vierde voortgangsrapportage (funderend onderwijs) >>